Zingend naar de zeebodem

Odysseus en zijn roeiers (Musée du Bardo, Tunis)

In de lezenswaardige column van Nelleke Noordervliet (‘Odysseus was een egoïst, bedrieger en  mooiprater’, Trouw, 1 augustus 2026) schetst zij een beeld van de oud-Griekse wereld, waarin schuld en boete een totaal andere betekenis hadden dan doorgaans voor ons het geval is. Haar typering van Odysseus als een intrigant, een leugenaar en een bedrieger past in de visie op de held, die tegenwoordig ook opgeld doet in kringen van classici en historici. Waar rond de muren van Troje Grieken en Trojanen eeuwige roem verwierven door persoonlijke moed en fysieke strijdbaarheid, bedacht Odysseus listen en speelde hij in op de zwakheden van zijn tegenstanders, of het nu strijders uit zijn eigen kamp waren (denk aan de tragische zelfmoord van Ajax) of de goedgelovige Trojanen, die met het binnenhalen van het houten paard hun eigen stad ten gronde richtten.

Na de val van Troje vertrok Odysseus met zijn lotgenoten naar het eiland Ithaka, op een reis met vele ontberingen. In 1971 wijdde de talentvolle Italiaanse cantautore (singer-songwriter)  Lucio Dalla (1943-2012) er het lied Itaca aan, dat vanuit het perspectief van de matrozen geschreven is. Met, impliciet, dezelfde kritiek die Noordervliet op Odysseus heeft. De kapitein lijdt geen honger en beleeft links en rechts erotische avonturen, terwijl zijn bemanning moet afzien, in bange afwachting van hoe het  thuis zal zijn:

Kapitein, jij met je nobele doel voor ogen,
Denk je nooit aan de zeeman,
die brood en wijn moet missen?

Kapitein, jij met je prinsessen in elke haven,
Denk je nooit eens aan de arme roeier,
Van wie zijn vrouw denkt dat hij dood is?

Dan zwelt in het refrein de muziek aan op het ritme van de riemslagen en geeft de hele bemanning uiting aan hun  wens om naar huis te gaan:

Ithaka! Ithaka!! Ithaka!!!
Dat is mijn enige huis op aarde,
Ithaka, Ithaka, Ithaka,
Naar mijn huis wil ik terugkeren,
Weg van de zee, van de zee, van de zee!

In de volgende coupletten neemt de kritiek op Odysseus toe. De hele bemanning lijdt onder het bewind van deze kapitein. En met  zijn hoge positie en afkomst is hij verzekerd van een troonopvolger, terwijl hongersnood dreigt in de gezinnen van de zeelieden:

Kapitein, voor jouw fouten
moet ook ik elke dag boeten.
Terwijl mijn grootste zonde
de goden slechts doet glimlachen.

En als jij sterft, dan sterft er een koning
En jouw huis zal een erfgenaam hebben.
Maar als ík niet terugkeer naar  huis,
Zullen honger en dorst daar heersen.

Na opnieuw het opzwepende refrein volgt een zogenaamde peripeteia, een plotselinge ommekeer bij de hoofdpersoon, zoals beschreven door Aristoteles in zijn Poëtica. De gegriefde zeeman haalt nog één keer uit naar Odysseus en zijn sluwe streken, die ervoor zorgen dat keer op keer de angst bij de bemanning toeslaat. Maar maakt angst ook niet een stofje aan in onze  hersenen, waardoor we ons alert voelen? La paura mi da sempre un gusto strano zingt de hoofdpersoon, ‘angst geeft mij telkens weer een vreemd gevoel’. En de herinnering aan dat wonderlijke gevoel doet hem afsluiten met de aansporing aan de kapitein om weer op pad te gaan. Op weg naar nieuwe avonturen:

Kapitein, jij redt je uit elk avontuur
Door je grenzeloze sluwheid,
Maar denk je wel eens aan de eenvoudige soldaat,
Die steeds angstiger wordt?

Maar… uiteindelijk geeft die angst
Mij telkens weer een vreemd gevoel,
Dus als er nog een wereld te ontdekken is,
Ik ben klaar, waar gaan we heen?

En er was nog een wereld te ontdekken, vol monsters en vertoornde goden. Uiteindelijk zal van de hele bemanning slechts één persoon het eiland Ithaka terugzien, en dat was zoals wij allemaal weten uitgerekend de briljante en manipulatieve Odysseus, de man van vele listen.

[Een gastbijdrage van Ruurd Halbertsma. Dank je wel Ruurd!]

Deel dit:

5 gedachtes over “Zingend naar de zeebodem

  1. Ben Spaans

    Uiteindelijk is het allemaal maar een verhaaltje hoor…jongens…

    Wat zegt het allemaal over ‘onze’ obsessies om de fictieve Odysseus ‘beter’ of ‘anders’ of “schuldbewuster” te willen maken…?🤔

  2. “Haar typering van Odysseus als een intrigant, een leugenaar en een bedrieger ” is net zo’n onzin als ‘Draco Malfoy was een verschrikkelijk rotjong of ‘Joffrey Baratheon was een vals onmens’ of veel erger nog, de verwensingen die de acteurs van beide personages over zich heen kregen. Al zal dat de brave Matt Damon (hopelijk) niet overkomen.

    Odysseus bestond niet, hij is een verzinsel, een personage uit een verhaal dat elke zoveel jaar heruitgevonden wordt. Vaak door auteurs die (te) vaak menen dat ze op de schouders van reuzen kunnen staan of erger nog, dat ze het recht hebben te claimen dat ze het beter kunnen doen.

    Iedereen die het een goed idee vindt om zijn/haar eigen versie te verzinnen ‘om de mensen iets duidelijk te maken’ moet wat mij betreft hun eigen verhaal bedenken en niet een bekend verhaal ‘lenen’ om zo op een gemakkelijke manier publiek te trekken.
    Al casht het als een dolle.

  3. Overigens vind ik kritiek van de bemanning op de sluwe listige kapitein getuigen van onbegrip van de materie. Heeft de auteur het werk wel gelezen? Het is vaak de bemanning die hun eigen ongeluk veroorzaakt – bijvoorbeeld als ze weigeren naar hun kapitein te luisteren nadat ze de stad van de Kikonen hebben geplunderd. De Lotofagen weten ook de bemanning verslaafd te krijgen, en niet de verstandige kapitein. Op z’n minst gaat de bemanning volledig tegen hun kapitein in en bepalen ze hun eigen ondergang als ze, vol hebzucht, de zak met de winden openmaken die Odysseus van Aeolus heeft gekregen, omdat ze denken dat er goud in zit. In het zicht van Ithaka. Het is (mij) duidelijk dat Homeros op z’n laatst hier aangeeft dat Odysseus als enige thuis mag komen omdat hij de minste schuld draagt. De rest krijgt hun verdiende loon.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.