Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Slot van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Barra bint al-Hârith

Bij het verzamelen van dit materiaal trof één rouwklacht mij bijzonder. Het is een gedicht van een moeder op haar jong gestorven kind. Dit gedicht wijkt in een aantal opzichten af van de overige gedichten in dit genre: het verloren leven is dat van een kind, en daarom dus niet dat van een moedige held. Het is een relatief lang gedicht en het valt op door een heel bewuste compositie die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Bovendien is de levensloop van deze dichteres wel bijzonder.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (3)”

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)

Een Arabische dame (Institut du monde arabe, Parijs)

[Tweede deel van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]

Al-Khansā’

De dichteressen aan wie dergelijke gedichten worden toegeschreven zijn meestal zussen van een (vaak) in de strijd gestorven held. De bekendste dichteres van dit soort rouwklachten was al-Khansā’, die haar broers Sakhr en Muâwiya in poëtische vorm herdacht. Aan al-Khansā’ worden tientallen gedichten toegeschreven. Wat haar positie uitzonderlijk maakt, is dat ze relatief laat leefde: ze zou nog in de tijd van Mohammed geleefd hebben en als dichteres zelfs door hem geprezen zijn.noot Ik ken maar één passage waarin naar deze ontmoeting verwezen wordt: de Khizanat al-Adab van al-Baghdadi (ed. Abd al-Salâm Muhammad Hârûn (1979), I, 434. Bijzonder is dat ze haar gedichten voordroeg op de jaarmarkt van Ukâz, niet ver van Mekka. Ze genoot ook door latere eeuwen heen veel aanzien bij verzamelaars van Arabische poëzie.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (2)”

Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)

Een Arabische dame (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de minder bekende genres in de Arabische poëzie is dat van de dichterlijke rouwklachten door vrouwen. Uit de latere periode kennen we vele rouwklachten van mannen, meestal naar aanleiding van de dood van een belangrijke heerser. Maar het aantal door vrouwen gecomponeerde rouwklachten heeft als genre maar korte tijd bestaan en is na het begin van de islam vrijwel verdwenen.

Het aantal publicaties erover was lange tijd beperkt en daarom besloot ik om juist die rouwklachten tot het onderwerp te maken van mijn dissertatie.noot G.J.A. Borg, Mit Poesie vertreibe ich den Kummer meines Herzens, Eine Studie zur altarabischen Trauerklage der Frau (1997). Sindsdien is de belangstelling voor dit genre weliswaar toegenomen, maar die belangstelling ligt vaak in het verlengde van een wat meer antropologische en – in bredere zin – sociaalwetenschappelijke hoek. Mijn eigen uitgangspunt is eerder dat van de filologie, wat betekent dat ik zo nauwkeurig mogelijk de tekst collationeer en interpreteer, om zo de tekst zelf en de bedoeling van de dichter(-es) toegankelijk te maken.

Lees verder “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)”