
[Tweede deel van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]
Al-Khansā’
De dichteressen aan wie dergelijke gedichten worden toegeschreven zijn meestal zussen van een (vaak) in de strijd gestorven held. De bekendste dichteres van dit soort rouwklachten was al-Khansā’, die haar broers Sakhr en Muâwiya in poëtische vorm herdacht. Aan al-Khansā’ worden tientallen gedichten toegeschreven. Wat haar positie uitzonderlijk maakt, is dat ze relatief laat leefde: ze zou nog in de tijd van Mohammed geleefd hebben en als dichteres zelfs door hem geprezen zijn.noot Bijzonder is dat ze haar gedichten voordroeg op de jaarmarkt van Ukâz, niet ver van Mekka. Ze genoot ook door latere eeuwen heen veel aanzien bij verzamelaars van Arabische poëzie.
Kenmerkend in haar poëzie is het verdriet om het verlies van een held die aan alle vereisten van de muruwwa voldeed. Overigens is één van haar broers gewoon in zijn ziekbed is overleden; na gewond te zijn geraakt, dat nog wel.
De gedichten zijn knap gemaakt, maar lijken wel een beetje “alsmaar hetzelfde”. Eén van de vaste structuren die haar gedichten kenmerkt, is bijvoorbeeld de volgende:
- de dichteres spreekt haar ogen toe om het feit dat ze terecht wenen
- wenen om de helden die gevallen zijn
- de allerbesten die je je kunt voorstellen
- hun moed, beleid en trouw worden de hemel in geprezen
- nu zijn ze dood en begraven
Een ander voorspelbaar begin is dat ze zich in de eerste verzen richt tot – fictieve – “anderen”, die haar verwijten maken over haar tranen. Dit dient dan meestal als aanhef voor het prijzen van de gestorven helden: die waren uniek en daarmee is haar droefenis gerechtvaardigd. Gezien de late datum en de herhalingen van dezelfde thema’s in haar gedichten, zouden we misschien kunnen spreken van een soort voortborduren op een wat versleten thema.
Anderzijds moeten we ons voorstellen hoe zo’n “optreden” van al-Khansâ’ eruit zag en welk effect het waarschijnlijk had op de toehoorders. In de overgangsperiode van een nomadische samenleving met intertribale twisten naar een maatschappij die gebaseerd was op handel en waarin stamverbanden vervielen moeten deze gedichten een sterk “zo-was-het-vroeger” gevoel hebben opgeroepen. Deze nieuwe samenleving leverde bovendien haar “bijgeloof” in voor een op dogma’s gebaseerd geloof dat te vergelijken was met jodendom en christendom. In zekere zin was dit een soort emancipatie, die ook politieke en organisatorische gevolgen zou krijgen.
Al-Khirniq
Een andere dichteres was al-Khirniq, die enkele decennia eerder leefde. Aan haar wordt het volgende gedicht toegeschreven, dat een idee geeft over de inhoud van de meer gebruikelijke, “gewone” rouwpoëzie:
Om een indruk te geven volgt hier de vertaling:
Ach jij, vrouw, die mij verwijten maakt over mijn ongeluk, hou je in; met je verwijten heb je me al doen stikken in mijn eigen speeksel
Ik zweer: er zal geen bedroefdheid meer over zijn na de dood van Bishr, niet om een levende en ook niet om iemand anders die mij nabij staat en sterft
en na de dood van de beste: Alqama, de zoon van Bishr, wanneer de levensadem mij naar de keel stijgt
en na de dood van de mannen van Dubay’a rondom Bishr, gevallen zoals de stammen van palmbomen buigen in de hete storm
Het doodslot heeft ze gegrepen door de hand van de Wâliba bij de berg Qulâb op het door het doodslot bepaalde moment
Hoeveel ledematen van vrijgvige en trouwe mannen liggen daar bij Qulâb en hoeveel gespleten schedels
Drinkgenoten van koningen; als ze elkaar ontmoetten werden hun geschenken gegeven en in hun bekers werd hun wijn aangereikt
Zij, de Wâliba, sneden hun neuzen af en ook de neuswortels; na dit alles valt het mij zwaar om mijn speeksel door te slikken
Hoeveel onopgemaakte vrouwen zitten daar nu; alle kohl is van hun ogen gegleden.
Het noodlot van Bishr en de lanssteken van een moordenaar hebben hun bruidsschatten waardeloos gemaakt; wanneer zullen zij weer herstellen?
Deze rouwklacht is een voorbeeld van de wederzijdse gevechten en de gevolgen daarvan, die overigens vaak het gevolg waren van gebrek aan voedsel in het onbarmhartige woestijnklimaat.
[Deze gastbijdrage van Gert Borg wordt vervolgd. Dank je wel Gert! ]
Zelfde tijdvak
Hak om, die boommaart 20, 2025
Herakleios (2): de Perzische Campagnejanuari 29, 2025
De wierookroute (3)mei 4, 2018

Superinteressant.