
[Slot van een reeks over rouwklachten, geschreven door Arabische vrouwen in de Late Oudheid. Het eerste deel was hier.]
Barra bint al-Hârith
Bij het verzamelen van dit materiaal trof één rouwklacht mij bijzonder. Het is een gedicht van een moeder op haar jong gestorven kind. Dit gedicht wijkt in een aantal opzichten af van de overige gedichten in dit genre: het verloren leven is dat van een kind, en daarom dus niet dat van een moedige held. Het is een relatief lang gedicht en het valt op door een heel bewuste compositie die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Bovendien is de levensloop van deze dichteres wel bijzonder.
We weten dat ze Barra bint al-Hârith (Barra, dochter van al-Hârith) heette en dat ze hoorde bij de stam Mustaliq, die vlak ten noorden van Mekka weidegronden bezat. Ze was getrouwd met Musâfir bn Safwân, die overleed aan een verwonding die hij wellicht opliep bij de aanval van de moslims op zijn stam.
De Mustaliq werden – net als andere stammen – geconfronteerd met de nieuwe godsdienst, die niet alleen de traditionele tribale structuur aan het vervangen was, maar ook gericht was op verbreiding van de islam. Daarmee kwam, zoals gezegd, ook de handel op, waarin Mekka al langere tijd een belangrijke rol speelde als centraal punt van een aantal belangrijke routes op het Arabisch Schiereiland. De profeet Mohammed groeide op in die sedentaire omgeving, waarmee de muruwwa moeilijk te rijmen viel. De Mustaliq voelden zich bedreigd en besloten in de aanval te gaan, maar de jonge moslimgemeenschap in Medina, geleid door de profeet, werd gewaarschuwd en besloot een preventieve aanval in gang te zetten. Dit leidde tot een veldslag, waarin de Mustaliq het onderspit moesten delven.
Na afloop daarvan eiste een moslim-strijder Barra op, maar het verhaal wil dat de profeet haar zo’n uitzonderlijke verschijning vond dat hij haar tot één van zijn echtgenotes nam. Haar naam betekent zoveel als “gehoorzaamheid”, maar kennelijk had de profeet daar andere ideeën over. Hij gaf haar een andere naam: Juwayriyya, wat waarschijnlijk zoveel betekent als “vrouwtje” of “wijffie”. Belangrijk is, dat zij in dit huwelijk geen kinderen meebracht. Zij zou ook geen kind van de profeet meer hebben gebaard. De reden waarom dit van belang is, lag op dat moment nog in het verschiet: na zijn dood moest de profeet worden opgevolgd en een zoon van deze “extra echtgenote” zou die keuze waarschijnlijk nog moeilijker gemaakt hebben dan die kwestie later al was.
Juwayriya was ongeveer twintig toen ze met de profeet trouwde, die inmiddels achtenvijftig jaar oud was. Het huwelijk werd gesloten in 627. Mohammed overleed vijf jaar later en Juwayriya overleefde hem tot 670/1.
De tekst
Waarom is deze rouwklacht uniek?
- het is de enige rouwklacht die ik gezien heb van een moeder over een jong gestorven kind
- normaal worden in een rouwklacht de deugden van een volwassen held uitgebreid geprezen; daar biedt deze marthiya geen mogelijkheid voor, reden waarom we als lezer geconfronteerd worden met oprechte verscheurdheid en diepe droefheid
- de keuze van thema’s, beelden en woorden is niet voorspelbaar en genre-specifiek
- de intentie is dat de luisteraar emotioneel geraakt wordt
- centraal staat de verbintenis tussen moeder en kind en het wrede noodlot van een ziekte waaraan een kind sterft
Het gedicht is niet alleen bijzonder vanwege het feit dat de aanleiding de dood van een kind is; ook de emotie van de moeder is voelbaar. Er is nog een factor die dit gedicht uniek maakt: de tekst vertoont een doordachte constructie die het dramatisch effect versterkt. Die constructie is de verdeling van het gedicht in thema’s waarvan sommige een opmerkelijke graad van realisme vertonen.
De alinea’s waarin ik de tekst heb opgedeeld zijn als volgt thematisch te onderscheiden:
- Het hier en nu: Amr is overleden en wordt begraven door zijn moeder.
- Hoe Amr opgroeide en kennelijk een veelbelovende toekomst tegemoet ging binnen de stam. Belangrijk is in deze alinea het toenemende tempo van de levendige beschrijving aan het eind.
- Terug naar de schokkende realiteit: Amr is overleden. Hoe Barra hem opvoedde wordt verteld in een breed scala van details. De beschrijving is aandoenlijk door die levendige details.
- De toekomst leek vol verwachtingen, maar Barra realiseerde zich niet dat Amr de dood tegemoet ging. De tegenstelling: het kampement is rustig in de nacht, maar de fatale ziekte van Amr begint heftige symptomen aan te nemen.
- Het doodsstrijd van Amr wordt realistisch geschilderd. De toenemende weergave van beweging en paniek in deze alinea vormt een spiegelbeeld van het geschetste beeld in alinea 2: de symptomen worden heftiger, leiden tot convulsies en eindigen met Amr’s overlijden.
- Een terugblik op Amr’s leven: zijn dood was onvermijdelijk en Barra realiseert zich dat nu.
- De begrafenis is voorbij. Een afscheid van Amr en de waarschuwing dat iedere mens de dood onvermijdelijk tegemoet gaat.
Vertaling
Ach Amr, ik kan niet ophouden aan je te denken: verdriet heb ik om jou, Amr
Bij God, ach Amr! Wat voor een sterke jongen heb ik in zijn lijkwade gewikkeld op de dag dat je werd neergelegd in het graf
Ik strooide het zand uit over zijn kruin en over de zachtheid van zijn mooie gezicht
***
Zoals hij er uit zag toen hij volgroeid was een jeugdige gestalte had en voor me stond met een gezicht stralend als de maan
Toen hij zijn woorden richtte tot anderen, zijn best deed om het goed te doen, verhalen vertelde van vroeger en bij ieder ging zitten die veel te vertellen wist
Toen zijn familie veel van hem begon te verwachten en in hem de eigenschappen zag van een vrijgevige aanvoerder
Hij deelde al mijn zorgen en trok er ’s morgens met de anderen op uit om voor eten te zorgen
Op een draf reed hij weg zittend op een groot, sterk en goedgebouwd paard
In volle vaart reed hij het rulle zand in, voorafgegaan door een ervaren vechter die zijn blikken liet rondwaren als een valk
***
Hoe kan ik troost vinden, Amr, hoe kan ik dit volhouden?!
Ik voedde hem een tijd lang op in welstand: ik gaf hem eten in voor- en tegenspoed
Totdat ik er op kon hopen dat hij in leven zou blijven, vlak voor al zijn tanden waren doorgekomen
Ik leerde hem de manieren van zijn vader, Saad, en van diens vader, de vader van Abu Nasr
In mijn moederliefde begon ik hem overal mee naar toe te nemen midden in de zandige woestijnen
Bouwland en versterkte plaatsen trok ik met hem voorbij en ik ging nam de droge woestijn als woonplaats
Ik zette een zonnescherm boven zijn legerstede zodat hij ’s middags buiten het zonlicht kon slapen
Ik liet hem steeds heuvel op, heuvel af lopen, van de ene kant van de woestijn naar de andere
***
Op de vlucht, want de dood zat achter hem aan, waar ik maar ging, zonder dat ik het wist
Tot ik ineens met hem de plaats bereikte waar hij zou sterven zoals een offerdier wordt geslacht
Het enige wat ik kon doen was daar mijn tent op te slaan: de dood naderde en Amr viel in slaap bij het aanbreken van de dag
De slaap trof mijn hoofd en een diepe slaap nam mijn waakzaamheid weg maakte zich van mij meester als een dronkenschap
De anderen lagen languit gestrekt tussen hun kameelzadels op de grond als waren ze dronken van wijn
***
Toen schrok ik wakker van een geluid; ik luisterde en werd vreselijk bang
En kijk, zijn doodslot had hem besprongen, het had zijn gezicht en hals opengereten
Hij hoestte bloed op van wat er in zijn borstkas schuimde
De dood greep hem vast en strekte hem uit als een kleed wanneer het wordt gevouwen en weer uitgespreid
Hij riep mij om hem te helpen, want vroeger had ik altijd klaar gestaan om hem te helpen
Nu schoot ik te kort en zijn levensadem week van hem van tussen zijn halsslagader en zijn kransslagader
Hij stierf; ik ben diep getroffen door de dood van zo’n moedige jongen; deze rampspoed gaat mijn krachten te boven
Als ze zouden zeggen: “Koop hem dan vrij” dan zou ik mijn leven voor hem geven en wat ik aan bezit heb vergaard
Als ik macht had over de lengte van mijn leven, zou ik aan hem de helft van mijn leven afstaan
***
Het lot heeft zich met zijn volle gewicht over hem gebogen; wie kan zich nog opheffen tegen het volle gewicht van het lot
Jij was voor mij als de ene arm bij de andere, als een hand, als een stevige rug naast de mijne
Je was voor mij als rijkdom om blij mee te zijn; nu zie ik hoe de tijd mijn bezit heeft verwoest
Nu ben ik behoeftig geworden om jou; jouw dood heeft mij getroffen ook al had hij mijn armoede al opgemerkt
Als God het gewild had, had hij mij nog langer van mijn zoontje laten genieten in voor- en tegenspoed
***
Mijn zoontje, nu zijn de stenen grafplaten over je heen gelegd hoe hard hebben we je nu nodig
Moge God je niet laten verdwalen in eenzaamheid, o Amr, nu je toch heengegaan bent: wij komen je zeker achterna
Dit is de weg van alle mensen: wie deze weg volgt kan zeker zijn van gezelschap
Zie je ze dan niet zitten wachten in hun huizen in grote angst?
De dood zal ze met geweld naar zijn drinkplaatsen leiden; voor dit geweld zijn ze altijd bezweken
[Een gastbijdrage van Gert Borg. Dank je wel Gert! ]
Zelfde tijdvak
Laatantiek Cyprusoktober 14, 2019
Factcheck: de bibliotheek van Alexandriëfebruari 13, 2018
Maansverduisteringjuli 27, 2018

Erg mooi!
En intrigerend
Is er een verband tussen deze rouwpoëzie en de erotische vrouwenliederen?
Wat een mooi gedicht!
Dit was weer eens wat anders en des te gewaardeerder.