Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)

Een Arabische dame (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de minder bekende genres in de Arabische poëzie is dat van de dichterlijke rouwklachten door vrouwen. Uit de latere periode kennen we vele rouwklachten van mannen, meestal naar aanleiding van de dood van een belangrijke heerser. Maar het aantal door vrouwen gecomponeerde rouwklachten heeft als genre maar korte tijd bestaan en is na het begin van de islam vrijwel verdwenen.

Het aantal publicaties erover was lange tijd beperkt en daarom besloot ik om juist die rouwklachten tot het onderwerp te maken van mijn dissertatie.noot G.J.A. Borg, Mit Poesie vertreibe ich den Kummer meines Herzens, Eine Studie zur altarabischen Trauerklage der Frau (1997). Sindsdien is de belangstelling voor dit genre weliswaar toegenomen, maar die belangstelling ligt vaak in het verlengde van een wat meer antropologische en – in bredere zin – sociaalwetenschappelijke hoek. Mijn eigen uitgangspunt is eerder dat van de filologie, wat betekent dat ik zo nauwkeurig mogelijk de tekst collationeer en interpreteer, om zo de tekst zelf en de bedoeling van de dichter(-es) toegankelijk te maken.

Om deze rouwpoëzie hier in een kader te plaatsen zal ik een beknopt beeld geven van de Arabische poëzie in die vroege periode, eind van de zesde en begin van de zevende eeuw.

Oude Arabische poëzie

Poëzie is in de Arabische wereld de belangrijkste culturele uitingsvorm. De oudste Arabische poëzie die bewaard is gebleven in de toen gebruikelijke mondelinge overlevering, dateert waarschijnlijk uit de zesde eeuw na Chr. en vertoont thematisch nog veel kenmerken van een (semi-)nomadische samenleving. Dat blijkt o.a. uit het belang dat – verbaal in ieder geval – gehecht wordt aan de eigenschappen waaraan de leider van een stam moet voldoen en waarom hij wordt geprezen.

Die eisen zijn samen te vatten in de Arabische term murû’a of muruwwa, afgeleid van het woord mar’ = man. Een parallelle etymologie zien we terug in het Grieks (ανδρεία van ἀνήρ) en het Latijn (virtus van vir). De deugden waarover een man – en zeker de leider van een stam – moest beschikken waren moed, trouw, vrijgevigheid, zelfverloochening en opofferingsgezindheid. Deze eigenschappen van de aanvoerder zijn van direct belang voor het welzijn van de stam, omdat immers in bepaalde jaargetijden het beschikbare voedsel voor mens en dier schaars is, in  het bijzonder in de herfst en de winter. Als gevolg van deze schaarste deden zich heel wat gewapende conflicten voor.noot Voor een meer gedetailleerde beschrijving zie G. Müller, Ich bin Labīd und das ist mein Ziel : zum Problem der Selbstbehauptung in der altarabischen Quaside (1981) p. 81-2.

De Arabische poëzie reikt verder terug in de tijd dan de Koran. Hoewel veel verzen van de Koran ook rijmen en er een zeker ritme in de teksten zit, zijn deze teksten niet met elkaar te vergelijken, niet naar vorm en evenmin naar inhoud. De oude poëzie kent rijm (monorijm zelfs) en een strikt metrum. Kleinere groepen van “verzen” van de Koran hebben soms weliswaar een eindrijm, maar geen strikt metrum zoals de poëzie. De aard en de inhoud van poëzie en Koran zijn uiteraard niet met elkaar te vergelijken.

Kenmerken van de Arabische poëzie

Al vroeg in de islamitische periode werden er verzamelingen aangelegd van lange gedichten die vóór het begin van de islam gecomponeerd en mondeling doorgegeven zijn. Deze verzamelingen werden aanvankelijk vernoemd naar de stam waar de dichters bij hoorden. Later zijn deze verzamelingen uiteen gevallen en werden gedichten gegroepeerd rond een dichter, een aantal dichters of naar een gemeenschappelijk thema.

De formele kenmerken van de Arabische poëzie zijn uniek. De belangrijkste verschillen met de poëzie in andere tradities zijn:

  • monorijm
  • langere verzen die in principe gesplitst zijn in twee helften
  • metra die gebaseerd zijn op de lengte van lettergrepen (open/gesloten) en niet op beklemtoonde of onbeklemtoonde lettergrepen (zoals in de westerse traditie doorgaans het geval is).

Verschillende genres

Dit oude en nog steeds bewonderde Arabische erfgoed wordt gedomineerd door het genre van de qasîda, een lang polythematisch gedicht dat het beste te verdelen valt in twee thema’s: een liefdesepisode of -avontuur en een vrij onderdeel waarin allerlei thema’s worden aangesproken, zoals de beschrijving van een regenbui in de woestijn, een zichzelf op de borst kloppende held of een communicatief deel waarin de gastheer geprezen wordt of juist gewaarschuwd voor onheil. Ook een verzoek om een beloning of een goede maaltijd voor de dichter zijn geen ongebruikelijke thema’s.

Er is sinds kort een discussie gaande over de vraag of het optreden van bijvoorbeeld een korte natuurbeschrijving tussen die hoofdthema’s als een afzonderlijk thema moet worden beschouwd of niet. Dit “overgangsthema” kan namelijk ook wel eens ontbreken of tot een minimum gereduceerd zijn. Wellicht had het de functie om een al te bruuske overgang tussen de hoofdthema’s te vermijden.

Naast de qaṣīda zijn er ook vele korte gedichten overgeleverd die een veel breder scala aan thema’s kunnen omvatten. Vaak – maar niet altijd – zijn dit eerder gelegenheidsgedichten. Een aparte vorm binnen deze kortere gedichten is op een unieke manier communicatief: de rouwklacht, marthiya in het Arabisch, is een genre dat met name door vrouwen wordt vertolkt.

[Deze gastbijdrage van Gert Borg wordt vervolgd. Dank je wel Gert! ]

Deel dit:

3 gedachtes over “Rouwpoëzie van Arabische vrouwen (1)

  1. Karel van Nimwegen

    Van christelijke vergaderingen via Gallische graven naar Arabische poëzie: die oude wereld is toch maar wat gevarieerd. 😀

  2. Dirk Zwysen

    Hoe moet ik me dat metrum voorstellen? Latijnse poëzie uit de klassieke periode werkt ook met een afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen, maar die klemtonen hangen dan weer af van de zwaarte van de lettergreep en de plaatsing in het vers. Zo valt het versaccent vaker niet dan wel samen met het woordaccent. Zware lettergrepen in een vers kunnen zowel open als gesloten zijn.

Reacties zijn gesloten.