Paleis Het Loo

Een beschilderd bord met Paleis Het Loo

Toen in 1979 het bestaan van een bastaardzoon van prins Hendrik bekend werd, grapten Apeldoorners dat de oud-hovelingen van paleis Het Loo er alleen in Apeldoorn al vier kenden. Apeldoorners herinnerden ook dat koningin Wilhelmina eens een soldaat had beloond voor opvallende plichtsbetrachting. En Apeldoorners wisten dat Wilhelmina, toen onduidelijk was of haar echtgenoot Hendrik was overleden, opperde een krat bier naast het sterfbed te zetten: “Als die er morgen nog staat, is ’ie dood.” Er was, toen ik in Apeldoorn woonde, nogal wat oral history over de bewoners van paleis Het Loo.

Niet alles was waar, maar het Apeldoorn waar ik opgroeide, hield van het paleis. Een speels grapje was altijd mogelijk. Een leuk gebruik was dat mensen die daar in de buurt kwamen wonen, van de buurtvereniging een bos margrieten kregen. Dat die later verpieterden, lag voor de hand.

Lees verder “Paleis Het Loo” →

Kobarid

Theo Toebosch, de auteur van het vorige maand verschenen boek Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis, woont bij me om de hoek. Af en toe halen we op de markt koffie en bespreken we het reilen en zeilen van oudheidkundig Nederland. Een paar jaar geleden, in de tijd waarin Toebosch werkte aan zijn boek over de eerste soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren gesneuveld, De eerstgevallenen, vertelde hij me dat hij in Slovenië was geweest in een dorp met een voetbalteam dat in twee jaar in drie verschillende nationale competities had gespeeld. Zijn liefde voor Kobarid was geboren. De afgelopen negen jaar moeten Toebosch en zijn vrouw zeker 45.000 kilometer hebben afgelegd, op en neer reizend naar het Sloveense dorp. (Eén van de vruchten heeft u al eens kunnen plukken.)

Ik was, om eerlijk te zijn, altijd wat verbaasd over Toebosch’ fascinatie. Nu ik Kobarid. Het dorp met te veel geschiedenis heb gelezen, begrijp ik die echter helemaal. Over dat voetbalelftal vernemen we weinig, maar de rest van het verhaal is heel erg boeiend. Dat ik de materie zo onderschatte, verraadt ongetwijfeld mijn West-Europese, stedelijke vooringenomenheid tegenover het voormalige Oostblok en het leven in een dorp. Toebosch stelde me dus in het ongelijk.

Lees verder “Kobarid” →

Geliefd boek: De Kapellekensbaan

Ik zou graag eens de aandacht willen vestigen op één van de kleurrijkste schrijvers uit het Nederlands taalgebied, omtrent wie de laatste twintig jaar weinig meer gehoord wordt. Louis Paul Boon, chroniqueur van de arbeidersstrijd in Oost Vlaanderen. Of meer uitgebreid: chroniqueur van het leven van het gewone volk van de Middeleeuwen tot heden. Hij maakte dat leven aanschouwelijk door in Wapenbroeders het Middeleeuws verhaal Van den vos Reynaerde na te vertellen. Hij schreef historische romans over de Geuzentijd, de bokkenrijders en het Daensisme aan het eind van de 19e eeuw. Maar zijn magnum opus is De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren. Deze laatste romans wil ik graag met deze beschouwing aan de vergetelheid ontrukken.

Romans in de klassieke zin van het woord zijn het niet. Het zijn eerder collages of raamvertellingen, maar het feit dat er door alle verschillende verhalen een rode draad loopt, rechtvaardigt de term “roman”. De roman wordt bevolkt door personages in hetzelfde buurtje die elkaar dagelijks ontmoeten en becommentariëren. Ieder personage is op één of andere manier wel auteur.

Lees verder “Geliefd boek: De Kapellekensbaan” →

Geliefd boek: Het Mussolinikanaal

Het Mussolinikanaal is het verhaal van de familie Peruzzi, arme boeren uit de Po-vlakte die, gedreven door armoede en honger, verhuizen naar de moerassen ten zuiden van Rome waar ze in ruil voor een boerderij en een stuk grond de Pontijnse moerassen droog leggen. Ze worden kolonisten.

Vanwege de honger. Vanwege de honger zijn we hier gekomen. Waarom anders? Als we geen honger hadden gehad, waren we daar gebleven. Daar was ons thuis. Waarom hadden we hiernaartoe gemoeten? We hadden altijd daar gewoond en onze hele familie woonde daar. We kenden er elke rimpel in het terrein en elke gedachte van onze buren. Elke plant. Elk kanaal. Waarom zouden we in vredesnaam helemaal hiernaartoe zijn gekomen?

En het is het verhaal van Italië van het begin van de twintigste eeuw, doorheen  de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tot de bevrijding, mei 1944.

Lees verder “Geliefd boek: Het Mussolinikanaal” →