Geliefd boek: De Kapellekensbaan

Ik zou graag eens de aandacht willen vestigen op één van de kleurrijkste schrijvers uit het Nederlands taalgebied, omtrent wie de laatste twintig jaar weinig meer gehoord wordt. Louis Paul Boon, chroniqueur van de arbeidersstrijd in Oost Vlaanderen. Of meer uitgebreid: chroniqueur van het leven van het gewone volk van de Middeleeuwen tot heden. Hij maakte dat leven aanschouwelijk door in Wapenbroeders het Middeleeuws verhaal Van den vos Reynaerde na te vertellen. Hij schreef historische romans over de Geuzentijd, de bokkenrijders en het Daensisme aan het eind van de 19e eeuw. Maar zijn magnum opus is De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren. Deze laatste romans wil ik graag met deze beschouwing aan de vergetelheid ontrukken.

Romans in de klassieke zin van het woord zijn het niet. Het zijn eerder collages of raamvertellingen, maar het feit dat er door alle verschillende verhalen een rode draad loopt, rechtvaardigt de term “roman”. De roman wordt bevolkt door personages in hetzelfde buurtje die elkaar dagelijks ontmoeten en becommentariëren. Ieder personage is op één of andere manier wel auteur.

De hoofdpersoon (LPB) werkt aan een roman over Ondineke. In deze roman vertelt hij over de arbeidersstrijd in de negentiende eeuw waarin gaandeweg ook steeds meer ene “Boone”, de grootvader van de schrijver in kwestie, in het vizier komt. Naarmate de roman vordert, nadert het heden van het verhaal het verleden dat hij beschrijft.

Dan is er de journalist Johan Janssens, die met een zekere tegenzin voor een dagblad schrijft, waarin hij in een column Reinaerd de Vos, van de hand van willem die madoc maekte, ten tonele voert. De wederwaardigheden van Reinaerd, raken aan de sociale strijd die zich rond Ondineke afspeelt.

Commentatoren op deze schrijvers zijn “de kantieke schoolmeester” en zijn “schone vrouw Lucette”, alsmede “Mossieu Colson van tminnesterie”, “Tippetotje de schilderes”, “Kramiek” en “de oude Bultkarkas”. Zij hebben ook zo hun wederwaardigheden en anekdotes, die weer moeiteloos passen in het grote schema.

Het is een caleidoscoop van wel drie doorlopende romans (het verhaal van Ondineke, de navertelling van Van den vos Reynaerde en het verhaal van de buurtgenoten die kletsen, commentaar geven). En naarmate het verhaal van Ondineke vordert dreigen de buurtgenoten zelf ook personages in deze roman te worden. En tussendoor dus de commentaren die variëren van “oral history” door “de oude Bultkarkas” tot essayistische beschouwingen over “plastische elementen in de literatuur”. Maar overal blijft de rode draad doorlopen. De Nederlandse roman die het meest in de buurt komt is de Max Havelaar.

En de taal van Boon is onnavolgbaar. Het is in ABN opgeschreven Vlaams, dat nooit provinciaals wordt en genoteerd is door een taalvirtuoos. Zie het volgende:

“Gelijk iemand in zijn vuist zou zitten lachen, ware de zaak niet van een te pijnlijke ernst, en gelijk de bedelaar die zegt ‘god zal u lonen’, maar peinst ‘goddome het is maar 10 centimen…’ zo had willem die madoc maecte, en die de dieren deed bijeenroepen op een schonen tsinksendaghe, meer pijlen op zijn boog dan valentine-uit-het-winkelke dode vliegen in haar bollenkraam; hij zette zijn hoed scheef met de pluim naar achter en stak zijn pennestok vooruit gelijk een zwaard, en zo bootste hij de ridder na die in zijn versterkt kasteel-van-ter-muren zat, de buit en de ontklede dochtertjes van de arme boer binnengehaald en de valbrug opgetrokken hebbend, en luisterend naar de op maat en rijm gezette ridderverhalen – hij zat te paart en trok het zwaard – waarvan ge tijdens de bezetting der nazi’s een hernieuwde en verbeterde druk hebt gezien … en tevens gebaarde willem of alles heel serieus was, en bijlange niet bedoeld om met iets of iemand de draak te steken: wat peinst ge wel, edelachtbare kapitein-eenoog, en graaf en prinsbisschop van lippeloo tot lotelippe, als ik van de wolf spreek die zich een kruin laat scheren en aan de abt voorstelt om de schapen rauw te eten , dan wil ik daarmee absoluut niet met monniken of ultrarode marxisten lachen, die de passie preken, – boerkens wacht uw ganzen – maar met een stom beest: de kleine man mag ook eens lachen.

In de jaren zeventig hoorde men wel geruchten dat Louis Paul Boon de nieuwe Nobelprijs winnaar voor literatuur zou zijn. Daags voordat hij zou ingaan op een uitnodiging van de Zweedse ambassade in Brussel, overleed hij in 1979.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Peter Verhaak opnieuw in. Hartelijk dank Peter!

Mocht nog iemand zin hebben om mee te doen aan deze reeks: stuur maar in. Ruim de helft van de Nederlanders heeft nog geen vaccinatie en zou nog binnen moeten blijven. Zij kunnen nog wel wat advies gebruiken.]

Een gedachte over “Geliefd boek: De Kapellekensbaan

  1. Tommy

    Zoals u zegt, beste Peter; het is zo goed gecomponeerd dat die verhalen eigenlijk één verhaal vormen en de taal en het idioom zijn een streling en lust voor het oor… En bovendien is de roman erg actueel, alleen nog maar denkend aan de protagonist Ondineke die misbruikt wordt voor geld… In die zin is wat hij wel eens placht te zeggen, dat hij een seismograaf was, die de trillingen van de tijd registreerde… ook de korte roman “menuet” heeft een structuur die wat reminiscenties oproept aan de Kapellekensbaan maar toch weer een ander geslaagd vormexperiment…

    Hij schreef ook zeer leesbare kritieken zoals in het boekje “geniaal, maar met té korte beentjes” en toen hij daar dan weer kritiek op kreeg, schreef hij “ook de afbreker bouwt op” … Hij was geniaal- en -figuurlijk althans- hoegenaamd niet met té korte beentjes

Reacties zijn gesloten.