De theodicee volgens Ǧibrīl ibn Nūḥ

Voor Ǧibrīl ibn Nūḥ waren zelfs sprinkhaanplagen een godsbewijs

In de vorige vier aflevering (de eerste was hier) vertelde Wim Raven dat de Arabische geleerde Ǧibrīl ibn Nūḥ allerlei op de Grieks-Romeinse traditie gebaseerde godsbewijzen presenteerde, die de perfectie en doelmatigheid van de schepping veronderstelden.

Theodicee

Maar als een almachtige, goede schepper ons alles geeft wat wij nodig hebben, hoe kan er dan zoveel gebrek bestaan? Immers, bestaansonzekerheid maakt deel uit van het menselijk lot; de mens moet hard ploeteren en dan nog mislukt vaak de oogst. Maar, aldus Ǧibrīl ibn Nūḥ, als de mens altijd kon rekenen op een goede oogst of alles cadeau kreeg zou hij zich overeten en lui, verwaand en zondig worden.

Neem bij voorbeeld een man die opgroeit in weelde en luxe en kijk waarheen comfort en overvloed hem leiden. Als de mens niet werd gekweld door pijn en smart, hoe zou hij dan ooit van schanddaden worden afgehouden?

Lees verder “De theodicee volgens Ǧibrīl ibn Nūḥ”

Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī

Een van de wetenschappelijke instellingen uit Abbasidisch Bagdad

Zoals bekend veroverde een handjevol Arabieren in de zevende eeuw het halve Oost-Romeinse Rijk en het hele Perzische Rijk. Dat betekende echter niet dat de bevolking van al die gebieden nu ineens Arabisch ging spreken of moslim werd. De Arabische veroveraars wilden aanvankelijk liever als Herrenvolk onder elkaar zijn en lieten buitenstaanders node toe tot hun kringen. Nog eeuwenlang waren de meeste bewoners van Syrië en Irak christelijk of joods. Deze groepen werden door de islamitische overheid erkend; theoretisch als tweedeklas-burgers, maar vaak om hun kennis en ervaring toch hoog gewaardeerd. Zoroastriërs werden echter niet erkend en de manicheeërs, die toentertijd bijna een wereldreligie vormden, werden zelfs vervolgd.

Vanaf ca. 800 na Chr. werd er serieus werk gemaakt van zowel de islamisering als de arabisering. Er werd een enorm vertaalproject op touw gezet, waarbij de christenen een belangrijke rol speelden. Zij waren het die de wetenschap van de Grieken en Romeinen overbrachten naar het Abbasidische Rijk (Kalifaat van Bagdad). Hun taal was het Syrisch-Aramees en een intellectuele bovenlaag kende ook Grieks; bovendien waren Griekstaligen makkelijk te vinden in het aangrenzende Oost-Romeinse Rijk. Vrijwel alle wetenschap uit de Oudheid werd in de negende eeuw in het Arabisch vertaald, aanvankelijk met Syrisch als tussentaal, later ook direct uit het Grieks.

Lees verder “Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī”