Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

De eeuwigheid

Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

Mani

Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

Expansie

Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Tekstvondsten

Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

Deel dit:

6 gedachtes over “Het manicheïsme

  1. FrankB

    “Je kunt nu flauwe grappen maken …”
    Ik maak liever flauwe grappen over de ziekelijke houding tegenover onze natuurlijke werkelijkheid, die tot de dag van vandaag terug te vinden is in westerse en enkele andere samenlevingen.

    “Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict.”
    Hoeft niet strijdig te zijn met

    “Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert”
    De tijd stopt bij die triomf. Eeuwig betekent dan tot aan de triomf, omdat er na die triomf geen eeuwen meer zijn. Tijd is immers een eigenschap van onze natuurlijke werkelijkheid.
    Ik moet niets hebben van dergelijke verlossingsleren, maar er is hier niet per se sprake van ambiguïteit.

    1. Onze ideeën over de natuurlijke werkelijkheid waren 1000 geleden geheel onbekend en zouden ook niet begrepen worden. Je kunt je zelfs de vraag stellen of we ze zelf wel begrijpen. Wat men met eeuwig precies bedoelde is een lastige, zie onze discussie van gisteren. In het christendom bestaat het begrip eeuwig leven, en als ik het goed begrijp verstaan mijn medechristenen daaronder iets als een onvoorstelbaar lange tijd. Ik merk dan wel eens op dat de eeuwigheid gekenmerkt wordt door de afwezigheid van tijd, dus dat dat wel eens heel kort zou kunnen zijn, maar meer reactie dan een glazige blik heb ik daar nog niet op gehad. Misschien is het ook wel een flauwe grap.
      Als ook de Manicheeërs “eeuwig” beschouden als een onvoorstelbaar lange tijd, dan kan daar best een einde aan komen met de overwinning van het licht.

  2. Rob Duijf

    ‘Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.’

    In psychologische zin ligt ‘de oplossing’ in geen enkel (wereld)beeld. Beeldvorming is beperkt, begrensd. Het belemmert het zicht op de werkelijkheid.

    Als denkende wezens kunnen mensen praktisch niet zonder beeldvorming. Wanneer er echter identificatie plaatsvindt, ontstaan er problemen. Dat identificerende denken, is egocentrisch, dualistisch, verdelend denken. Het veroorzaakt conflict, angst, geweld, haat, wraak en uiteindelijk destructie.

    Dit is de manier waarop de meeste mensen hebben geleerd te denken en dat psychomechanisme – een denkroutine – zit al vele duizenden jaren in het menselijk bewustzijn en de menselijke cultuur. Het is niet aangeboren, maar aangeleerd.

    Het is al zolang actief in het denken dat de meeste mensen zich zich er niet van bewust zijn; verdeeldheid en het onherroepelijke conflict zijn genormaliseerd, gecultiveerd, georganiseerd, geïnstitutionaliseerd en geromantiseerd. Kortom, we weten niet beter.

    Maar wat gebeurt er wanneer we beseffen, inzien, dat de verbeelding van de werkelijkheid niet de werkelijkheid is? Dat is een feit! Wie de urgentie voelt om iets op te lossen, laat zich niet langer leiden door verbeelding.

Reacties zijn gesloten.