Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)

Twee als Bulgaarse soldaten afgebeelde heiligen (Sveti Naum bij Ohrid)

Het ontstaan van de Bulgaarse kerk, waarover ik het gisteren met u had, bracht Bulgarije verder in de Byzantijnse invloedssfeer en het staatsapparaat werd naar Byzantijns model uitgebreid, maar omdat het een autokefale kerk was, kon de Byzantijnse keizer alleen maar dromen van invloed in het Eerste Bulgaarse Rijk, dat groter en groter werd. Bulgarije presenteerde zich inmiddels als alternatief voor het keizerrijk, zeker toen Simeon I (r.893-927) de keizertitel aannam – al werd de Latijnse titel caesar weergegeven als tsar ofwel tsaar. In Constantinopel gold het als een affront dat de man die zij als “vorst” beschouwden zich aandiende als “keizer der Bulgaren en Romeinen”, maar er was weinig tegen te doen.

Het Eerste Bulgaarse Rijk strekte zich op dit moment uit over het huidige Bulgarije, Servië, Noord-Macedonië, Roemenië en Moldavië en bezat binnen de grenzen van het tegenwoordige Griekenland havens aan de Egeïsche Zee en de Adriatische Zee. Om er een cliché tegenaan te gooien: dit was de Gouden Eeuw. De hoofdstad Preslav had zo’n 50.000 inwoners en was na Constantinopel de grootste stad in Europa. En ook al kende het land geen muntslag en waren de steden klein, voor de regio was het inderdaad een naar omstandigheden welvarende staat.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (2)” →

Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)

Krum krijgt te drinken aangeboden uit het bekkeneel van Nikeforos I.

Ik wilde al een tijdje een blogje schrijven over het Eerste Bulgaarse Rijk, dat bestond tussen 681 en 1018. De aanleiding: ik organiseer een reis naar Bulgarije, en dit soort blogjes zijn niet alleen een vriendelijk soort reclame, maar ook mijn manier om mijn reisbegeleiderskennis te structureren. De actualiteit biedt nu een extra reden: de stoffelijke resten van een van tsaar Samuel van Bulgarije (r.997-1014) zijn afgelopen weekend overgebracht naar Sofia en daar begraven. Samuel was een van de laatste heersers van het Eerste Bulgaarse Rijk, verantwoordelijk voor een laatste succes én de definitieve ondergang.

Asparuch

Maar eerst het begin. In het voorjaar van 681 na Chr. trok khan Asparuch met een groep (proto)Bulgaren over de rivier de Donau. De Byzantijnse keizer Konstantijn IV, die een belangrijke kerkelijke vergadering voorzat, onderbrak zijn bezigheden en trok vanuit Constantinopel de nieuwkomers tegemoet, werd verslagen en erkende de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de stroom. Ik vertelde al eens dat Konstantijn Asparuch afkocht, dat de khan zo de middelen had om andere leiders uit te kopen en begon met de opbouw van een bescheiden staatsapparaat, met als voornaamste residenties Pliska en Silistra. Dit was het begin van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Lees verder “Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)” →

Weerwolven bij Nennius

Een krijger en een wolfkrijger (Viking-helmbeslag; Zweeds Historisch Museum, Stockholm

Ik heb al eerder geschreven over middeleeuwse weerwolven en ga daarmee nu verder.

Nennius was een negende-eeuwse monnik die een geschiedenis van Brittannië schreef: Historia Brittonum. Hij stelde hierin dat de Britten afstammen van Brutus, een nazaat van Aeneas van Troje. Zijn boek is bovendien de oudste bron waarin koning Arthur voorkomt. Maar daar gaat het ons niet om, er komen ook weerwolven in voor! En wel in het hoofdstuk over de wonderbaarlijkheden van Brittannië:

Lees verder “Weerwolven bij Nennius” →

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Wezer. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)” →

Gisela (3)

Berengarius en de monniken van Casauri

[Dit is het laatste van drie gastblogs door Dieter Verhofstadt over de Karolingische prinses Gisela. Het eerste was hier.]

Het nageslacht van Gisela

Anders dan haar moeder Judith van Beieren, lijkt Gisela geen actieve macht uitgeoefend te hebben aan de hoven van haar man of broer. Haar broer Karel de Kale was een dominante en eigengereide heerser, haar man Eberhard van Friuli een dienstbare militair. Oorzaak of gevolg, de ambities van Eberhard en Gisela situeerden zich kennelijk vooral in de religieuze sfeer. Of zij informeel toch enige invloed had, weten we niet.

Ondanks al die vrome godsdienst, bracht het huwelijk van Eberhard en Gisela twee nieuwe dynastieën voort, die met wisselend succes delen van het rijk zouden claimen.

Lees verder “Gisela (3)” →

Gisela (2)

Een afschrift van het testament van Gisela en Eberhard van Friuli

[Dit is het tweede van drie gastblogs door Dieter Verhofstadt over de Karolingische prinses Gisela. Het eerste was hier.]

De abdij van Cysoing

Het vrome echtpaar Eberhard van Friuli en Gisela stichtte rond 854noot De datering is gebaseerd op latere bronnen. De eerste vermelding van de abdij dateert uit het testament uit 863-864. de abdij van Sint-Calixtus in Cysoing, nu in het uiterste noorden van Frankrijk. De oprichting van abdijen en kloosters was een gebruikelijke praktijk onder aristocratische Frankische families. Dergelijke stichting versterkte het vrome beeld van de familie en verleende hen extra politieke macht. Ze gaf verder aanleiding tot de cultus van een heilige, in dit geval Callixtus, een paus uit de derde eeuw.

Lees verder “Gisela (2)” →

Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Lees verder “Ziryab” →

Toerist in Córdoba

Puerta de Sevilla

Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Málaga, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

Een snelle wandeling

We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

Lees verder “Toerist in Córdoba” →

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China” →

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)” →