De ongrijpbare Hezbollah

Hezbollah-vlaggen

Althans één aanhanger van de Hezbollah heeft gevoel voor humor. De man die bij de ingang van de Romeinse tempel te Baalbek T-shirts met het logo van de beweging verkoopt, begroet elke toerist met een hartelijk ‘sjaloom’ en bulderlacht om de verbijsterde reacties. De Hebreeuwse begroeting is ook verbijsterend, want de Hezbollah is compromisloos anti-Israël.

De organisatie heeft haar wortels in de jaren ’70. Libanon werd toen geregeerd door christenen en soennieten, die de overheidsuitgaven systematisch naar eigen projecten doorsluisden. De achterstelling van de sjiieten werd nog gênanter toen de PLO zich in 1970 vestigde in Beiroet. De PLO schoot raketten af op Israël, dat terugschoot en dan vooral het sjiitische zuiden van Libanon trof.

Een van de plaatselijke leiders was Musa al-Sadr, die de sjiieten ervan overtuigde dat ze niet moesten zwelgen in zelfmedelijden. De door hem gestichte Beweging der Ontrechten bouwde scholen en ziekenhuizen en won zelfs aan kracht toen de stichter in 1978 tijdens een bezoek aan Libië verdween. De directe erfgenaam is de Amal-beweging.

Een deel van de sjiieten radicaliseerde echter. Dit had geen betekenis hoeven hebben als Israël niet in 1982 zou hebben besloten de PLO uit Libanon te verdrijven. Arafat vertrok inderdaad naar Tunis, maar de PLO-posities werden overgenomen door de radicale sjiieten, die zich inmiddels Hezbollah waren gaan noemen, ‘partij van God’, en werden getraind door de Iraanse Revolutionaire Garde. De Hezbollah werd berucht door de ontvoeringen, waarvoor de verantwoordelijkheid werd opgeëist door mantelorganisaties als de Islamitische Jihad.

Dit alles is inmiddels al bijna een kwart eeuw geleden en de Hezbollah is nu een partij in het Libanese parlement. Doordat ze streed tegen Israël, dat tot 2000 Zuid-Libanon bezette, groeide haar populariteit. Ze is dus nationalistisch; ze komt op voor de sjiieten; ze vaart een pro-Iraanse koers; momenteel steunt ze de Syrische president Assad – een principiële keuze die haar veel aanhang kost.

Van deze doelen overheerst nu eens het ene, dan weer het andere, maar de organisatie is altijd anti-Israël. Ook streeft de Hezbollah nog steeds naar maatschappelijke vernieuwing in de sjiitische gebieden: wie Baalbek bezoekt, zal er een ziekenhuis en scholen zien die de Hezbollah met Iraans geld heeft gesticht. In andere steden is dat niet anders.

Is het een terreurorganisatie? Nog niet zo lang geleden is de Hezbollah verantwoordelijk gesteld voor de aanval op een bus met Israëli’s in Bulgarije. Als dat terecht is, is de beweging inderdaad een terreurgroep. Er is echter twijfel mogelijk: de confrontatie met Israël toont doorgaans een professioneel leger dat schiet op militaire doelen en burgers tracht te ontzien. Ik wil dat geweld niet goedpraten – ons land heeft vriendschapsbetrekkingen met Israël – maar de Hezbollah staat anders in dit conflict dan Hamas, dat geen onderscheid maakt tussen burgers en soldaten. Als ik echter, zoals in de vorige zin, op het punt sta iets vóór de Hezbollah te zeggen, denk ik ook weer aan de wijze waarop ze de rest van Libanon in 2006 meesleepte in een zinloze oorlog met Israël.

De Hezbollah heeft iets ongrijpbaars. Ik heb gelachen naar de man die me in Baalbek een T-shirt wilde verkopen. Ik heb het kledingstuk echter niet gekocht.

[Mijn column op Sargasso van afgelopen maandag. Voor de trouwe lezers van deze kleine blog uiteraard zonder veel nieuws, want ik blogde er al driemaal eerder over – 1, 2, 3.]