Rembrandtplein

Bronzen Nachtwacht
Bronzen Nachtwacht

Het Rembrandtplein, dat is zo’n plek waar ik eigenlijk nooit kom. Ik fiets er eigenlijk alleen langs als ik vanaf de Nieuwmarkt naar het Amstelveld moet, en ik denk dat ik aan de hoge kant zit als ik schat dat dat eens per jaar gebeurt. Ik zal ook eens per jaar een kopje thee drinken met vrienden die graag naar café l’Opera komen. Andere redenen heb ik niet om naar het plein te gaan: de laatste keer dat ik er ben wezen dansen moet nog in de jaren tachtig zijn geweest en als ik in Tuschinski naar de film ben geweest is de volgende halte doorgaans een café richting thuis.

Eind vorig jaar hadden we, zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, twee vriendinnen uit Libanon te gast, die ons een lijstje hadden gestuurd van dingen die ze graag wilden zien. (Een curieus lijstje overigens, waarop ook de Openbare Bibliotheek stond: een ontwerp van Jo Coenen waarop Amsterdammers trots zijn maar dat niet in de reisgidsen staat. Onze Libanezen hadden zich goed voorbereid.) Aan de hand van het lijstje wandelden we op een zonnige winterdag van het Rembrandthuis via het Waterlooplein en Puccini naar het Tassenmuseum – het opgemelde plein derhalve doorschrijdend.

Aan het voet van het standbeeld van de grote schilder bleek een bronzen beeldengroep te staan die de Nachtwacht voorstelde. Je kunt er tussen gaan staan, alsof jij een van de achttien geportretteerden bent die daar de stadspoort uit komen lopen. Talloze mensen laten zich daar fotograferen.

Natuurlijk, het is kitsch. De Nachtwacht is als schilderij interessant omdat Rembrandt een schuttersstuk probeerde te maken dat én een en al beweging was én scherpe licht-en-donker-contrasten had. De dynamiek en chiaroscuro zul je nooit kunnen vastleggen op je foto, waarmee je in feite de essentie mist. Het is zoiets als een gedicht samenvatten: je legt wel uit wat de inhoud is, maar negeert de vorm, die bij een poëzie (en eigenlijk ook bij proza) eveneens belangrijk is. Barbarij, dat is het.

Wat ik beweerde in de vorige alinea, schiet me pas te binnen nu ik dit schrijf. Ik heb het ter plekke geen seconde overwogen. De mensen die zich bij de beelden lieten fotograferen hadden pret voor tien en dat was aanstekelijk.

Ter plekke dacht ik vooral aan een ijsjeswinkel. Ik ben in Rome eens een uur wezen kijken naar de mensen die daar naar buiten liepen: stuk voor stuk met een hoorntje in de hand en een grijns van oor tot oor. Of het nu een beeldengroep is of een ijsjeswinkel: er zijn plekken die mensen gewoon authentiek blij maken.

Een gedachte over “Rembrandtplein

  1. Henk Looijesteijn

    Ik vind die beeldengroep, en art déco café Schiller en Tuschinsky, de enige reden om het plein met een bezoek te vereren. Ik breng er wel eens buitenlandse gasten naar toe als ik ze een rondleiding geef, en zonder uitzondering vinden ze beiden leuk. Ik hoop dat die beelden er blijven staan – ze maken het plein een stuk interessanter, en ze bieden de rondleider een visueel rustpunt waar je weer een verhaal bij kunt vertellen.

Reacties zijn gesloten.