2000!

Detail van het grafreliëf van Sulpicius Rufus
Detail van het grafreliëf van Sulpicius Rufus

Midden jaren negentig ben ik begonnen met het schrijven over de Oudheid voor een toen nieuw medium, het internet. Mijn stukken over Hannibal, Herodotus en Caesar werden gepubliceerd op een proto-Wiki, die “The Internet Encyclopaedia” heette. Omdat die niet werd wat we ervan hoopten, ging ik verder op een Planet-internet-account. Dat werd later Livius.org.

Ik heb nog mee gewerkt aan andere pogingen echte encyclopedieën over de Oudheid op te zetten. Ik heb mijn stukken gedeeld met de “Wiki Classical Dictionary”, maar die strandde eveneens. De “Ancient History Encyclopedia”, die ik het beste gun en die stukken van me overneemt, claimt meer bezoekers te hebben dan het Louvre en het British Museum, maar vreemd genoeg zie ik die artikelen nooit in zoekmachines. Wat ik maar zeggen wil: een goede, centrale website voor informatie over de Oudheid is er, twintig jaar na de “thousand days that built the future”, nog altijd niet.

Livius ligt hierbij hopeloos achter. Eén probleem is dat de annotatie tekortschiet. Op verzoek van de universiteiten, die bang waren dat studenten mijn stukken als werkstuk zouden overschrijven, heb ik daarvan afgezien – wat ik nooit had mogen doen. Ik voel me ook altijd ongemakkelijk als academici zeggen dat ze studenten adviseren op Livius te kijken.

Een ander probleem is dat de software die is van de jaren negentig. Ik ben daarom, met hulp van Josho Brouwers, bezig alles om te zetten naar eigentijdse software. Dat is handwerk, pagina voor pagina en plaatje voor plaatje. Je zou het geautomatiseerd willen doen, maar dat kan helaas echt niet. Ik ben er nu twee jaar mee bezig en heb vannacht de 2000e van zo’n 3650 pagina’s omgezet. (Het jubileum-artikel ging over een op zich onbelangrijk grafmonument.) In feite liggen er meer dan 1650 pagina’s te wachten, want soms is het nodig de lange oude pagina’s op te splitsen in kleinere pagina’s. Daardoor is het aantal van 2000 wat geflatteerd. Niettemin: het is wel een mijlpaal.

De voordelen van de conversie beginnen inmiddels zichtbaar te worden. Ik kan de kaarten van Vici integreren en meer informatie invoeren over foto’s. Het wordt mogelijk methodische informatie te geven, al schiet dat niet op. Ik verwacht inscripties te kunnen gaan koppelen aan academische databases en verder is het materiaal beschikbaar om, als er ooit één centrale encyclopedie komt, wél makkelijk te converteren. Ongeannoteerd als de artikelen zijn, zijn ze niet zo bruikbaar, maar het fotomateriaal is nuttig en soms zelfs uniek.

De planning? Stug doorgaan met het omzetten van oude pagina’s. In het huidige tempo zal ik daar eind 2018 mee klaar zijn. Daarna ga ik pagina’s aanpassen. Ik weet van feitelijke onjuistheden die moeten worden gecorrigeerd. Dat zal, als de conversie eenmaal daar is, vrij snel gaan. Vervolgens ga ik het aanbod verdiepen: vooral meer methodische informatie en daarnaast een decente annotatie. Ondertussen zal er incidenteel nieuw materiaal bij komen. Denk aan Kampyr Tepe en Kara Tepe.

Ondertussen is de vraag steeds urgenter waartoe nog. Als de Oudheid in het nieuws komt, spreekt men daar in afnemende mate met kennis van zaken over. Het meest schrijnende voorbeeld is de terugkeer van de antithese tussen het vrije, humanistische westen en het tirannieke, religieuze Midden-Oosten: een essentialistisch idee dat allang door oudheidkundigen is ontmanteld maar vanaf de jaren negentig door kwakhistorici is uitgedragen en langzamerhand de oogklep is waarmee Europeanen naar het oosten kijken. En andersom, overigens, want het beeld dat Arabieren en Iraniërs hebben van hun eigen verleden gaat in belangrijke mate terug op westerse literatuur, die men leest met “reverse bias”.

Mensen weten domweg niet waar ze goede informatie kunnen vinden en praten daarom elkaar maar na. Mijn vakgebied is, als iets met een inhoudelijke betekenis voor het maatschappelijk debat, uitsluitend te redden als er één centrale encyclopedie komt maar ik vrees dat dat niet gaat gebeuren.

En o ja: studenten horen niet op het internet te surfen. Informatie vind je, tot er iets verbetert, in een bibliotheek. En docenten die studenten het internet op sturen, dienen op staande voet te worden ontslagen.

20 gedachtes over “2000!

    1. Grappig: ik denk meer aan monnikenwerk. Meer in het bijzonder: Cassiodorus, die aan het einde van de Oudheid wist dat de tijden veranderden en besloot te redden wat er te redden viel.

      1. Ik denk ook vaak aan en lees in Cassiodorus, gezien mijn belangstelling voor de monniken in Old Calabria, en gestuurd door Norman Douglas en George Gissing, die deze held uitzonderlijk hoog inschatten. Terecht. Ik sluit mij geheel bij de vorige spreker aan, behalve wanneer hij het over fietsen of treinen heeft.

  1. Zo’n 55% gedaan van je monnikenwerk, dus dik over de helft! Dat is meer dan een bewonderend compliment waard. En denk voor je gehoor toch maar aan die ‘onbehoorlijke’ studenten die zich niet laten wegsturen van het net.

  2. mnb0

    Helaas is het op de nieuwe versie van Livius een stuk minder prettiger navigeren dan op de oude. Op de oude kon ik heerlijk een half uur of langer ronddwalen, maar op de nieuwe versie lees ik alleen nog maar incidenteel een stuk.
    Ongetwijfeld ben ik dom en/of onhandig. Het lijkt me echter dat domme en/of onhandige bezoekers ook in staat moeten zijn om te vinden wat ze zoeken, zelfs als ze niet weten wat ze zoeken.

    1. Wat eigenaardig. Op welke manier is het minder prettig? Er zijn extra mogelijkheden ingebracht om pagina’s te linken. Je kunt navigeren op categorie, op tag, op land, op museum, enz. enz. Is er iets in het bijzonder dat je verlangt, of heb je bijvoorbeeld al die opties niet gezien? Er staat onder andere het een en ander helemaal onderaan elke pagina, waaronder een index, enz.

      1. mnb0

        Nou, als ik op Roman Empire klik krijg ik meer dan 1000 artikelen op alfabetische volgorde voor mijn neus. Dat is een beetje veel. Stel ik zoek één of ander karakter, ben zijn naam vergeten, maar weet dat hij ergens in de Derde Eeuw CE leefde. Wat nu?

  3. Manfred

    “En o ja: studenten horen niet op het internet te surfen. Informatie vind je, tot er iets verbetert, in een bibliotheek.”

    Een goede bibliotheek staat op internet. Want waarom zou je goede informatie ontoegankelijk maken met openingstijden, afstanden, weersomstandigheden, gebouwklimaat, hinderlijke medebezoekers, …

  4. Ik ben een nieuwe lezer, en een geïnteresseerde leek.
    Ik heb bewondering voor je werk, en je staat in mijn favorieten.
    Ik geef les op een basisschool en ben van geschiedenis mijn specialisme aan het maken. Wij hebben als team de taken verdeeld, we hebben geen vaste klassen, en ik ben nu dus de geschiedenisdocent.

    Wat mijn doel is, is kinderen interesseren, en ik gebruik mijn eigen mateloze interesse.

    Ik lees dus ook de door jou bekritiseerde Tom Holland. Ik begrijp nu dat ik die met een korrel zout moet nemen, maar hij weet me wel de materie in te trekken. Dus ik gebruik hem wel.

    Ik wil twee dingen bereiken: Naast interesse, wil ik ook dat kinderen kritisch kijken naar wat ze lezen en horen over geschiedenis. Want, en nu citeer ik uit mijn hoofd Barbara Tuchmann, die volgens mij Napoleon citeerde: : History is fable agreed upon. (Ik heb haar in het Engels gelezen, en ga me niet wagen aan een terugvertaling)

    Dank dat ik bij jou een schat aan informatie kan vinden (al is het dan op internet)

    Als je tips hebt voor andere schrijvers, graag!

  5. frank bikker

    Nou hr. Lendering , dan zouden er zeer veel docenten ontslagen moeten worden. Van basisonderwijs t/m HBO wordt verwezen naar artikelen en info op internet, ook wordt aangeleerd hoe je je weg daar moet zoeken. Dat vergt wel een omslag in denken van WO studenten.

    1. Dat moet dan maar gebeuren hè.

      Het is op zich heel simpel: we draaien gewoon alle maatregelen in het onderwijs die sinds 1980 zijn genomen, terug. Er zijn een paar goede maatregelen geweest, en daarvoor is het jammer, maar als we gewoon alle maatregelen terugdraaien, gaat het onderwijs er enorm op vooruit.

      En nee, dit was geen ironie. Ik meen dit. Ik ben me er alleen óók van bewust dat het praktisch onuitvoerbaar is. Maar het is wel wat zou moeten gebeuren.

      1. Zelden was ik het zó met je eens. Ik herinner mij een uitspraak van de roemruchte en inmiddels overleden A.J. Klei van de kerkpagina van dagblad Trouw. Het ging ongeveer zo: “De man was doctorandes, dat is wat je vroeger was als je een MULO-diploma had”. Mijn vader had alleen een MULO-diploma maar heeft mij tot en met de laatste klas van het VWO bij mijn huiswerk kunnen assisteren.

  6. Steven

    ‘Studenten horen niet op het internet te surfen. Informatie vind je, tot er iets verbetert, in een bibliotheek’. Was dit de conclusie waar dit heen moest? Hoe dan ook, het vraagt om reacties. Ik voeg er graag een toe.
    Wetenschappelijke edities van de kerkvaders zijn voor de gewone sterveling onbetaalbaar of onvindbaar of beide. Dus luidde het in mijn studietijd dat wie patristiek wilde studeren goed in de centen moest zitten of dichtbij een universiteitbibliotheek moest wonen. Tegenwoordig zijn ze op internet allemaal te vinden, in hun taal en in verscheidene moderne, op sites die in kwaliteit met elkaar concurreren. Ook veel uitstekende hedendaagse studies over de kerkvaders staan op die sites, gratis en lichtjaren uit de buurt van de meest nabije universiteitsbibliotheek. Ik heb de indruk –meer is het niet, anderen weten daar meer van- dat, rekening houdend met de omstandigheden (minder studenten ed), de studie van de kerkvaders met internet een stevige impuls heeft gekregen.
    PS 1: Hoe vindt men betaalbare papieren uitgaves van de kerkvaders? Juist, via internet.
    PS 2, met je eens: In beginsel zouden alle universitaire (dus met overheidsgeld betaalde) publicaties op dit terrein gratis op het net moeten komen. Helaas zijn er nog steeds belangrijke publicaties waar een gewone sterveling onmogelijk toegang toe kan hebben.

  7. Steven

    Nu ik het nog eens nakijk, ‘Mijn vakgebied is, als iets met een inhoudelijke betekenis voor het maatschappelijk debat, uitsluitend te redden als er één centrale encyclopedie komt maar ik vrees dat dat niet gaat gebeuren’. De encyclopedie van jullie vakgebied is, als ik het goed begrepen heb, der grosse Pauli. Ik zag dat die antiquarisch te vinden is voor vierduizend euro. Daarmee gaat dat dus inderdaad niet lukken.

    1. Bovendien is die verouderd. Juist het internet biedt een mogelijkheid een encyclopedie te maken die actueel blijft. We moeten het doen met de Wikipedia, die op sommige punten alleszins redelijk is.

  8. P1nc

    Gelukkig zijn er veel goede bibliotheken op internet:

    https://www.gutenberg.org/

    Dit is mijns inziens wel een van de beste … nog lang niet alles, maar het is een begin, veel van deze teksten zijn alleen op bestelling te krijgen bij een bibliotheek. Veel boeken in de bieb zijn alleen in te zien (vooral erg oude boeken). Het scannen van deze boeken en digitaliseren is mijns inziens een grote sprong voorwaarts waardoor deze informatie voor veel meer mensen voorhanden is. Helaas moet ik ook constateren dat net als met eten, mensen vaak de gemakkelijkste snelste snack kiezen ipv een goed gebalanceerde maaltijd met alles er op en er aan.

    Zo is Livius zijn werk ook verloren gegaan als boek, tenminste het grootste gedeelte van zijn werk dan, en bleven de hap schnap samenvattingen wel populair. Mijns inziens zijn de boekdrukkunst en het internet mega stappen voorwaarts in het beschikbaar maken van informatie. Het kiezen van informatie door mensen is in de gehele geschiedenis voor het overgrote deel altijd bedroevend geweest… de snackmethode 😉

Reacties zijn gesloten.