Kopiist

Een middeleeuwse kopiist aan het werk
Een middeleeuwse kopiist aan het werk

Mooi hè, dat plaatje hierboven. Het stelt een middeleeuwse kopiist voor, bezig met het overschrijven van een boek. Eeuwenlang is alle geschreven informatie op deze wijze doorgegeven: woord voor woord, bladzijde voor bladzijde, katern voor katern, boek voor boek. Ik heb geen idee hoeveel tijd en hoeveel geld het kostte, maar één ding is duidelijk: in onze tijd, waarin je een complete bibliotheek zou kunnen meenemen op je USB-stick, is het makkelijker.

Ik wijs op twee details. Om te beginnen de kist met boeken links. Dat geeft wel aan hoe kostbaar informatie destijds was. En in de tweede plaats: dit plaatje maakt wel duidelijk dat mensen destijds niet schreven met echte ganzenveren. Waar dat idee vandaan is gekomen, weet ik niet, maar ik vertrouw erop dat de aardige mediëvist die deze kleine blog volgt, zich niet zal bedwingen het hieronder uit te leggen.

De meeste kopiisten zijn anoniem gebleven, maar dit is een uitzondering: Jean Miélot, die werkte aan het hof van de aartshertogen van Bourgondië. Dat is dus in de vijftiende eeuw. Tijdens zijn leven werd in Mainz de boekdrukkunst uitgevonden, die Miélots beroep al snel overbodig zou maken.

Voor de liefhebber: meer over kopiisten in het komende nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, Ancient History Magazine, waarop u nu toch eens een abonnement moet nemen.

Naschrift

De aardige mediëvist heeft inmiddels gereageerd, zie hieronder.

17 gedachtes over “Kopiist

  1. henktjong

    Af… AF… AFFFF!!!!…. Sorry, het lukt me niet om niet te reageren: het is sterker dan ik! Maar anderzijds maak je het me wel makkelijk, want er staat veel in je zeer korte stukje dat het nodig maakt om te reageren. En als ik het niet doe, is er wel een ander die in de bres springt. Afijn… Hier komt ‘ie:
    1 De titel is al verkeerd: Jehan Miëlot was geen kopiïst. Hij vertaalde latijnse teksten, dikke boeken dikwijls, in het Frans. Dat boek op de standaard met de bladzijden ingedeeld in twee kolommen is dus de latijnse tekst, waarschijnlijk op rijm, die hij in een bladspiegel die de hele breedte van een blad, behalve de marges, verwerkt, waarschijnlijk niet op rijm, want dat zou te veel werk zijn. Hij schijnt ook miniatuurschilder geweest te zijn en kon ook sierletters tekenen.
    2 Verder was hij secretaris van de hertog, niet de aartshertog, van Bourgondië Filips de Goede en na diens dood van Karel de Stoute. Hij is daarnaast sinds 1468 ook in dienst van Louis van Luxemburg, graaf van St Pol, geweest, wiens kapelaan hij werd. Hij was dus ook geestelijke.
    3 Ik zie de connectie van het hebben van boeken in een kist en hun kostbaarheid niet. Er bestonden nog niet echt boekenkasten in de middeleeuwen, al zag je ze soms op een wandplankje staan, als ze in gebruik waren bij een schrijver of vertaler. Of op een bankje liggen of op de grond. Kisten waren de gewone opbergmethoden van de middeleeuwen, van kleding tot dekens, van eten tot gereedschap. Niks bijzonders. Natuurlijk waren boeken kostbaar, gezien het werk wat erin zat, maar arbeid werd in de middeleeuwen zelden gezien als kostbaar. Miniaturen en goudblad plus de nodige bladversiering maakten boeken door hun aanwezigheid kostbaar, maar er waren genoeg boeken zonder, die voor een bemiddeld persoon goed te betalen waren. Kopiisten verdienden niet veel en er waren er veel actief zowel als zzp-er, als in ateliers (en nee, in de 15e eeuw waren kloosters niet meer de belangrijkste instanties waar gekopieerd werd) in de grotere steden.
    4 Die pen is wel degelijk een ganzeveer. Hij is alleen ontdaan van de ‘baarden’; alleen de schacht is overgebleven. En zo schreef men in de hele middeleeuwen (en waarschijnlijk ook in de antieke tijd), en ver erna. In de 16e en 17e eeuw bleef er dikwijls nog een stukje ‘baard’ aan de schacht zitten, maar hele veren, zoals je ze in alle films, tv series, games, illustraties, strips etc. altijd ziet, zijn onzin. Het komt na 1550 en zeker na 1700 wel voor dat zo’n veren pen toch wat meer baard heeft dan alleen aan het topje, maar het gedeelte van de schacht dat je vasthoudt is altijd vrij, want die kriebelveertjes zijn lastig tegen je hand (eigen ervaring). Overigens werd lang niet alleen met ganzenveren geschreven, er werden zelfs kraaienveren en duivenveren voor gebruikt, vooral voor heel kleine lettertjes. In wezen kun je elke veer voor pen gebruiken, alleen zijn ganzeveren lekker stevig en als je ze hardt (dat is nodig, anders kun je er geen schrijfpunt aan snijden), blijven ze lang scherp. Kijk maar eens goed naar andere miniaturen: het zijn altijd kale schachten. Ze zijn ook altijd een beetje gebogen en boven aan dunner dan bij de punt. In de andere hand heeft elke schrijver ook altijd een pennemes, want veren pennen moesten dikwijls bijgesneden worden.

    1. Jos Hanou

      Mag ik aannemen dat de boekenkist ook handig was voor transport (zie de handgreep op de zijkant)? Als secretaris van een nogal ambulante heer had de goede man vermoedelijk meer mee te slepen dan op de al genoemde USB stick past.

  2. Peter van Rijn

    Je hebt gelijk, nu toch dat abonnement maar eens genomen. 🙂

    Het valt me op dat die kopiist een heel andere schrijfhouding heeft dan we heden ten dage gewend zijn. Het lijkt me niet niet prettig werken, maar misschien noodzakelijk om vlekvorming te voorkomen.

    1. henktjong

      Men schreef op schuin-oplopende lessenaars, want de veren pen moet niet al te rechtop gehouden worden. Dan kan de inkt er namelijk uitlopen en het perkament bevlekken. Het is wennen, maar het is te doen. Overigens klaagden echte kopiïsten dikwijls over hun rug en verstijfde schrijfhand. De RSI kwalen van de middeleeuwen…

  3. FransL

    Nog even over de pijnlijke rug en rsi. Was het niet zo dat de werkzaamheden met grote regelmaat voor gebed werden onderbroken? En was er geen Broeder-Dokter die die de productiemedewerkers productief moest houden? Iemand goed, mooi en regelmatig, leren schrijven was vast een investering en dat moet toch terug verdient worden.

    1. henktjong

      Zoals ik al schreef werden boeken in de 15e eeuw nauwelijks meer in kloosters gekopieerd. En hoewel het werk daar regelmatig (elke ca 2 a 3 uur) werd onderbroken door de getijdengebeden, kun je in die tijd ook best een zere rug en stijve vingers oplopen. Zeker in nauwelijks verwarmde scriptoria. Maar de gewone, commerciële afschrijvers zaten of stonden, al naar gelang de werkdruk, dikwijls wel langer aan de lessenaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s