Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

De Bourgondiërs in Limburg

Karel de Stoute (Rogier van der Weyde)

Het is een slecht voorteken als in een museumgarderobe alle lockers vol zitten. Dan zijn er te veel bezoekers. Ook ziet het er slecht uit als je met je kaartje ongevraagd het apparaat voor de audiotour in handen gedrukt krijgt. Audiotours betekenen immers dat je eindeloos zult kijken naar dezelfde ruggen, die in hetzelfde tempo door de zaal bewegen. Je verwachtingen worden nog lager als je je herinnert dat eerdere museumbezoekers je voorhielden dat de audiotour te lange uitleg geeft.

Ik zag dus een beetje op tegen het bezoek aan de expositie over de “Bourgondiërs in Limburg” in het Limburgs Museum in Venlo. Dat kwam ook door het thema, dat me te veel geïnspireerd leek door het populaire boek van de Belgische auteur Bart Van Loo. Ik houd er niet van als musea hun oren laten hangen naar een door anderen bepaalde actualiteit. Het suggereert weinig vertrouwen in het eigen aanbod en de eigen missie.

Lees verder “De Bourgondiërs in Limburg”

Een vaas die fluit

Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.

In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.

Lees verder “Een vaas die fluit”

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (2)”

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Lees verder “De Almohaden”

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Lees verder “De Zeven Wonderen van België”

Turkse TV (7) Mehmet II de Veroveraar

Mehmet II de Veroveraar

Mehmed Fetihler Sultani, Mehmed: Sultan of the Conquests belicht, net als de in het vorige blogje behandelde tv-serie, het leven van sultan Mehmet II de Veroveraar, een van de beroemdste heersers van het Ottomaanse Rijk. Geschokt door het onverwachte overlijden van prins Alaaddin II, trekt sultan Murad II zich terug in de stad Bursa en wordt opgevolgd door zijn zoon, Mehmet.

Nadat Mehmet de troon heeft bestegen, voert hij zijn eerste grote strijd tegen troonpretendent Orhan, die zijn toevlucht heeft gezocht in Constantinopel. Mehmet heeft een droom: precies die stad wil hij als sultan veroveren. Om dit doel te bereiken, verzamelt hij getalenteerde mensen om hem heen. Een groep onder leiding van zijn grootvizier Çandarlı Halil Pasha vindt echter dat het goed ommuurde Constantinopel niet in te nemen is en werkt Mehmed tegen. Maar de sultan is vastberaden. Uiteindelijk heeft hij succes en neemt hij de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk in.

Lees verder “Turkse TV (7) Mehmet II de Veroveraar”

Turkse TV (6): Mehmet II de Veroveraar

Mehmet II de Veroveraar

Mehmed Bir Cihan Fatihi: deze tv-serie richt zich op Mehmet II de Veroveraar, die sultan was tussen 1451 en 1481, de zevende sultan van de Ottomaanse Dynastie. Mehmets naam werd onsterfelijk omdat hij een einde maakte aan het duizendjarige Romeinse Rijk, wat hij bereikte toen hij Constantinopel in 1453 innam.

De tv-serie vertelt het verhaal. Na de dood van zijn vader bestijgt de jonge Mehmet op negentienjarige leeftijd de troon en erft de titel van sultan. Zijn grootste wens is om Constantinopel, het huidige Istanbul, te veroveren. Dit zal echter niet eenvoudig zijn, aangezien de stad in het verleden al meerdere keren omsingeld is geweest, en eerdere pogingen om de stad in te nemen meestal waren mislukt. Het moeilijke aan zijn missie is dat hij niet alleen moet vechten tegen het hele Oost-Romeinse Rijk, maar ook interne vijanden te trotseren heeft, zoals zijn grootvizier Çandarlı Halil Pasha.

Lees verder “Turkse TV (6): Mehmet II de Veroveraar”

De mummie van Rascar Capac

De mummie van Rascar Capac

Ik heb al een paar keer verteld dat de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark te Brussel menig striptekenaar hebben geïnspireerd. Er is een boekje over dat helaas – en dit is écht jammer – niet langer via uw boekhandel leverbaar is, maar in het museum zelf nog te koop ligt: Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996). Alleen al dat boek is een reden om naar Brussel af te reizen, maar het museum zelf is ook heerlijk.

Hergé, de tekenaar van Kuifje, vond hier niet alleen inspiratie voor Het Gebroken Oor (ik schreef daar al eens over), maar ook voor de Inka-koning Rascar Capac uit De zeven kristallen bollen. Diens mummie is door een wetenschappelijke expeditie vanuit Peru naar Europa gebracht, verdwijnt na de inslag van een bolbliksem die u hierboven ziet afgebeeld, en komt dan ’s nachts tot leven – misschien echt, misschien als droom, misschien allebei. In elk geval griezelig.

Lees verder “De mummie van Rascar Capac”

Het gebroken oor

Het beeldje van het Gebroken Oor (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Wie tegenwoordig de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bezoekt in het Brusselse Jubelpark, kan er niet omheen: afbeeldingen van het bovenstaande precolumbiaanse beeldje duiken overal op, op de website, op affiches, op de voorgevel. Het is dan ook een van de beroemdste stukken uit de collectie.

Kuifje en het gebroken oor

Niet omdat het zo superbelangrijk is, want het is bepaald geen uniek object. Het speelt echter, met een in het echt niet beschadigd oor, een rol in Hergés Kuifje en het gebroken oor. In december 1935 konden de lezers van Le Petit Vingième lezen dat dit beeldje uit het museum was gestolen, maar gelukkig brengt Kuifje het uiteindelijk terug, na een reeks omzwervingen door de Latijns-Amerikaanse republiek San Theodoros en een bezoek aan de Arumbaya’s. Het is dus dankzij Hergé dar dit vermoedelijk het bekendste stuk is uit de Brusselse collectie.

Lees verder “Het gebroken oor”