Verkiezingsprogramma’s (slot)

spraakverwarring

Ik blogde een tijdje geleden over de verkiezingsprogamma’s van de diverse politieke partijen. Een samenvatting vindt u hier. Gaandeweg groeide de vraag wat ik zelf zou willen. Over cultuur, erfgoed en musea heb ik geen uitgesproken meningen, al maak ik me zorgen over het gemak waarmee de PvdD de overheid tot facilitator wilde maken. Dat betekent dat jaren erfgoedwerk (dat tegelijk jaren wetenschapsvoorlichting is) met één pennenstreek terzijde kunnen worden geschoven als een verkiezingsuitslag leidt tot nieuw beleid.

Grosso modo vind ik echter dat de culturele sector de burger alleszins redelijk dient en meen ik dat de verkiezingsprogramma’s op dit gebied zo slecht niet zijn. De wetenschapsparagrafen daarentegen vind ik verontrustend. Er is weinig geschreven over de wijze waarop de burger beter van de resultaten kan profiteren.

Hieronder is wat ik op dit moment denk dat er eigenlijk in de programma’s had moeten staan. Ik ben er nog niet helemaal uit en hoop op reacties.

Onderzoek voor de samenleving

De paragrafen in de verkiezingsprogramma’s beginnen altijd met wat algemene opmerkingen over het onderwerp. Welnu, ik zie wetenschappelijke informatie als een soort kruipolie. Wat we ook doen, onze activiteiten zijn succesvoller naarmate we beschikken over betrouwbaarder informatie.

Om die te leveren, financieren we wetenschappers en universiteiten. De wetgever draagt hun op dat zij onderzoek doen (opdat onze informatie betrouwbaar is) en onderwijs geven (opdat we ook in de toekomst beschikken over betrouwbare onderzoeksresultaten). Daarnaast definieert de wetgever universiteiten als instellingen die in elk geval informatie overdragen ten behoeve van de maatschappij. Hoewel er onderbelaste en overbezette afdelingen wetenschapsvoorlichting zijn, schiet die overdracht er vaak bij in.

Waar wel iets gebeurt, heeft ze een heel eigen dynamiek, die niet per se leidt tot betere overdracht. Niet zelden werpen wetenschappers de samengevatte resultaten de wereld in door middel van persberichten die zó opgeklopt zijn dat het affakkelen ervan bijna een nieuw genre is voor wetenschapsjournalisten. Helaas zijn dat niet de enige journalisten: het overdreven persbericht wordt ook gelezen door de redacties van TV-programma’s en de content-schrijvers van websites, die het nog verder vulgariseren. Wat niet méér is dan een vermoeden dat er in het graf van Toetanchamon een nog niet onderzochte kamer is, eindigt als een discussie over de Vloek van de Farao bij DWDD. Zo krijgen we meer desinformatie dan nodig.

Getuige de wetenschapsparagrafen in de verkiezingsprogramma’s heeft dit onderwerp de aandacht van de politieke partijen niet. De programma’s noemen wel andere dingen: de CU, CDA en VVD zijn het er bijvoorbeeld over eens dat de universiteiten minder bureaucratisch moeten zijn, opdat er meer tijd is voor onderzoek. Een aanzienlijk deel van de publicaties wordt echter nooit geciteerd. Is het dan wel zo verstandig in te zetten op nog meer onderzoek als tegelijk de overdracht er bekaaid vanaf komt? Ik had van de politieke partijen, die toch de belangen dienen van de gehele samenleving, een bredere visie verwacht op wetenschap.

Het publiek wil ook wat

Misschien kunnen de opstellers van de verkiezingsprogramma’s nog even nadenken over de vraag wat de samenleving nu echt nodig heeft. Ik zie liever een kabinet dat inzet op “minder bureaucratie, betere overdracht”.

Beperk hierbij de bureaucratie tot simpele charters waarin is vastgelegd wat je bij welke doelgroepen met welke middelen bekend wil maken. Zorg dat er goede websites komen met aanbod voor diverse opleidingsniveaus en met uitleg van de methoden. Breng de onderbemande afdelingen voorlichting op sterkte. Gebruik de vragen van de Wetenschapsagenda’s van 2011 en 2015 als inspiratie voor een voorlichtingsagenda (vergelijk). Ontleen inspiratie aan het scholierenlab van de Technische Universiteit Delft. Zorg dat journalisten specialisten snel kunnen bereiken en nodig ze uit voor symposia. Er zijn legio mogelijkheden om wetenschappelijke inzichten sneller en beter bij een groter publiek te krijgen.

Open access

De verkiezingsprogramma’s bieden een belangrijk aanknopingspunt. De PvdD, Groen Links, de Piratenpartij en de PvdA agenderen open access. Terecht, want het akkoord dat de VSNU heeft gesloten met de grote uitgeverijen, is een farce: het komt erop neer dat de burger nog drie jaar moet betalen voor informatie waarvoor hij al heeft betaald. Als de VSNU duidelijk had willen maken dat wetenschappelijke inzichten er niet zijn voor de burger, zoals Rosanne Hertzberger het onlangs samenvatte, had ze dat niet duidelijker kunnen doen.

Er wordt gelukkig al gewerkt aan een oplossing van dit probleem. Zo richtte de redactie van het betaalmuur-tijdschrift Lingua het nieuwe, wél toegankelijke tijdschrift Glossa op. In betrekkelijk korte tijd werd dit een succes. Waarom agenderen de politieke partijen niet dat de universiteiten in even korte tijd nieuwe open access-tijdschriften dienen op te zetten?

Herstel de humaniora

Eén van de problemen waarover momenteel veel is te doen, is wetenschapsscepsis. Het antwoord is bekend: leg het wetenschappelijk proces uit. (Dit is bijvoorbeeld in 2012 verwoord in het KNAW/DJA-advies Tussen onderzoek en samenleving.) Toon de methoden, de wijze waarop die worden toegepast, het tastend zoeken. Dit is overigens niet voldoende. In feite dient scepsis proactief te worden bestreden. Is ze eenmaal uit de fles, dan is bestrijding buitengewoon moeilijk geworden.

Zeker in de geesteswetenschappen valt bij het uitleggen van het wetenschappelijk proces nog veel te doen. De politieke partijen die vriendelijke woorden wijden aan de geesteswetenschappen en kleine studierichtingen (Groen Links, CU, PvdA, CDA en SGP) zouden hun steun best mogen clausuleren: zulke studies worden dan en slechts dan gesteund als ze zich professioneel uitleggen. Een concreet doel is dat ze desinformatie actief bestrijden tot ze het punt bereiken dat geldt voor elke gezonde wetenschap: wie voor het eerst kennis maakt met een veld, dient betrouwbare informatie aan te treffen en geen kwakwetenschap.

Een tweede vaak benoemd probleem is de politisering van de wetenschap. Het was schokkend hoe vanzelfsprekend de Nederlandse historici steun verleenden aan een Nationaal Historisch Museum dat de nationale identiteit moest versterken, hoewel wetenschap – dus ook de geschiedwetenschap – er niet is om politieke idealen te propageren. Andersom mag uiteraard wel: het is wenselijk als politieke partijen wetenschappelijke inzichten nemen als basis voor beleid.

Omdat de bureaucratische druk relatief zwaar op kleine studierichtingen ligt, verwacht ik dat als ze vermindert, vooral de geesteswetenschappen de gelegenheid krijgen én aangrijpen zich professioneler te presenteren. In feite komt dat neer op het uitvoeren van hun primaire taak: de humaniora vormen immers in de eerste plaats een pedagogisch programma, met het doel dat mensen rijker worden door ze van vooroordelen te beroven. Daar hebben we de afgelopen dertig jaar echter weinig van gemerkt en dat mag wel eens veranderen.

Envoi

Ik wil geen excellente universiteiten maar universiteiten die hun informatie overdragen ten behoeve van de maatschappij. Ik wil het woord “valorisatie” niet langer horen: al vóór Halbe Zijlstra daarover begon, was de wetgever duidelijk genoeg over de overdracht. De komende verkiezingen zijn een aanleiding voor de universiteiten om er weer werk van te maken. Afgaande op de verkiezingsprogramma’s groeit er consensus dat de wetenschap minder bureaucratisch moet zijn – dus investeer de vrijkomende tijd in betere wetenschapsvoorlichting en verrijk de maatschappij. Daar zijn universiteiten voor.

De politieke partijen die straks in de regering vertegenwoordigd zullen zijn, dragen een verantwoordelijkheid voor de gehele samenleving. Een samenleving die in toenemende mate feitenvrij lijkt te zijn. Vanzelfsprekend is de wetenschap daarvoor niet verantwoordelijk maar haar afzijdigheid heeft ook weinig gedaan om deze degeneratie te verhinderen. Ik hoop dat de politiek bij de komende formatie zal kiezen voor een samenleving waarin wetenschappelijke inzichten wél beschikbaar zijn en als vanzelfsprekend kunnen worden toegepast.

2 gedachtes over “Verkiezingsprogramma’s (slot)

  1. Vrije toegankelijkheid van wetenschap vind ik ook zinvol.

    Maar zoals het onderwijs vooral wordt gebruikt om politieke idealen te verwezenlijken en/of maatschappelijke problemen op te lossen zie ik graag een gepaste afstand tussen de politiek en de wetenschap.

    Eenzelfde gepaste afstand tussen het bedrijfsleven en de wetenschap vind ik ook zinvol.

    Vriendelijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s