NWA: Afgebroken neuzen

Romeins mannenportet, laatste kwart eerste eeuw n.Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Romeins mannenportet, laatste kwart eerste eeuw n.Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Ik vervolg mijn onregelmatig verschijnende reeks stukjes n.a.v. de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda met een wel heel erg leuke vraag:

Waarom hebben vrijwel alle Romeinse beelden afgebroken neuzen?

De vragensteller vertelt dat hij de vraag in verschillende musea heeft gesteld en dat hij als antwoord kreeg dat de neus het kwetsbaarste deel is van een beeld. Dat overtuigt de vragensteller niet:

Mijns inziens zijn er kwetsbaardere delen, zoals vingers, oren etc en die zijn niet beschadigd. Soms zie je sporen in het gelaat die kunnen wijzen op beitelsporen.

Ik heb ter voorbereiding van dit stukje een uur foto’s zitten kijken en ik ben bang dat ik de observatie dat de vingers minder vaak beschadigd zijn niet kan bevestigen. Ze gaan er even vaak vanaf, net als de penissen van naakte standbeelden. De kin is ook vaak beschadigd (zie de foto hierboven, waar een reparatie zichtbaar is). Oren lijken wat grotere overlevingskansen te hebben. Het antwoord dat de musea gaven, is vermoedelijk correct.

Vandalisme kwam echter wel degelijk voor – ik blogde er al eens over – en portretten waren een aantrekkelijk doelwit. De Romeinse senator Plinius de Jongere schrijft over de bijltjesdag na de val van keizer Domitianus:

Wat was het heerlijk om die arrogante gezichten in stukken te slaan, om het zwaard naar ze te trekken of ze met bijlen compleet kapot te meppen, alsof onze klappen bloed en pijn zouden veroorzaken!

Kortom, een gemengd antwoord: neuzen waren net zo kwetsbaar als andere uitstekende lichaamsdelen, maar vandalen sloegen wel met enige voorkeur op de gezichten.

8 gedachtes over “NWA: Afgebroken neuzen

  1. Marcel Meijer Hof

    Leuke vraag. Professor Peters zaliger (Klassieke Archeologie – KUN) die lagere tijd in Italië verbleef, gaf de volgende – aanvullende – verklaring: Beelden vallen nog wel eens om, waarbij de neus het meeste risico liep. De beschadigingen aan het achterhoofd vallen minder op.

  2. Emgert

    Bovendien is de zinsnede ,,hebben afgebroken neuzen” taalkundig interessant: hier is afgebroken attributief geplaatst, maar predicatief bedoeld. Of zoiets. Ik fiets met losse handen of ik fiets met mijn handen los van het stuur. Hmmm, smullen maar. Maar dan wel voor een andere Beobachter …

  3. Toen de theorieën van Freud nog als dominant verklaringsmodel heersten, circuleerde de verklaring van de afgebroken neuzen dat zij in de plaats kwamen van de penissen, die vaak minder prominent te zien zijn. “An der Nase eines Mannes, kennt man sein Johannes”. Reeds Rudi Carell, zestiger jaren komiek, trok volle zalen met de vermelding van deze oeroude uitspraak.

  4. Dieter Verhofstadt

    Jona’s wedervraag leidt tot de hypothese dat neuzen er niet vaker af gaan dan vingers, maar dat ons dat gewoon meer opvalt. Een mooi thesisonderwerp voor een oudheidkundige tezamen met een psycholoog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s