Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument”

Romeinse ogen

Keizer Lucius Verus met ingekraste pupillen en weelderig haar (Torloniacollectie, Rome)

Zomaar een vraag, waarvan ik niet weet waarom die afgelopen zomer bij me opkwam, en die vermoedelijk vooral veel zegt over mijn al bijna veertig jaar verouderde kennis. Aan het begin van mijn studie leerde ik bij de colleges archeologie (die overigens vooral leken op colleges kunstgeschiedenis) dat in gebeeldhouwde Romeinse portretten ongeveer vanaf de regering van keizer Hadrianus (r.117-138) de  pupillen werden uitgehouwen. Dit was een handig foefje om portretten te dateren. Misschien waren de vroegste exemplaren iets eerder, misschien werd de praktijk pas ten tijde van Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius standaard, maar ergens tussen 110 en 160 veranderde de sculptuur.

Althans, dat dacht ik te weten. Een snelle controle op de foto’s van Romeinse portretbustes die ik op een harde schijf heb staan, sprak dit niet tegen, wat natuurlijk niet wilde zeggen dat het werkelijk klopte. En de vraag die zomaar bij me opkwam: waarom gingen de toenmalige beeldhouwers dat doen?

Lees verder “Romeinse ogen”

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Lees verder “De beelden uit Ain Ghazal”

Een chalcolithische plaspop

Chalcolithische plaspop (Pierides-museum, Larnaka)

Ik ben momenteel in Larnaka, het antieke Kition, op Cyprus; ik schrijf dit op mijn hotelkamer. Vanmiddag was ik in het Pierides-museum, dat de oudheidkundige collectie toont van een rijke Cypriotische familie. Het is een fijne plek om een uurtje door te brengen. Werkelijke topstukken staan er niet, maar het museum hypet de vondsten tenminste niet en biedt een gewoon gedegen overzicht van wat er in de Oudheid zoal op Cyprus is vervaardigd.

Zoals het bovenstaande beeld. Zesendertig centimeter hoog. Het dateert uit het Chalcolithicum, dus zeg maar de aanlooptijd naar de Bronstijd, ofwel het vierde millennium v.Chr. Even oud als de Naqada-cultuur in Egypte, de Uruk-cultuur in Mesopotamië en de Yamnaya-cultuur op de Pontische vlakte. Dit beeld is uniek: een man op een krukje, de knieën opgetrokken, ellenbogen op de knieën ter ondersteuning van het hoofd. Wijdopen mond. En het is een vaas.

Lees verder “Een chalcolithische plaspop”

Een reliëf met de god Baäl

Baäl (Louvre, Parijs)

Een van de voordelen van een eigen blog is dat je je volgers nog eens om advies kunt vragen. Ik ben op zoek naar een woord.

Hierboven ziet u een van de beroemdste reliëfs uit de Bronstijd: het stelt de god Baäl voor, de regengod van Ugarit. Hij heeft een knots in de rechterhand en een bliksemschicht in de andere hand. Onder zijn voeten zijn golven, die de verslagen zeegod Yamm weergeven. Het kleine mannetje voor de godheid zal de koning van Ugarit wel zijn, die dit reliëf in de vijftiende eeuw v.Chr. heeft laten vervaardigen en oprichten bij de tempel van Baäl. Daar is dit voorwerp in 1932 opgegraven. Het is nu te zien in het Louvre in Parijs.

Lees verder “Een reliëf met de god Baäl”

Een Boiotisch reisaltaar

Reisaltaar (Altes Museum, Berlijn)

Boiotië, eerste helft van de vierde eeuw v.Chr. Een meisje wordt uitgehuwelijkt. Ze zal een jaar of vijftien zijn geweest, de gebruikelijke leeftijd om te trouwen. Het huwelijk betekent niet alleen dat ze een echtgenoot vindt, maar ook dat ze verhuist naar een ander huis. Ze moet op reis en wie is er geschikter om haar daarbij te beschermen dan Hermes, de reizigersgod? En wie zijn er beter om een bruid te begeleiden dan twee nimfen?

En zo kwam het dat een meisje op reis ging met een piepklein tempeltje: een god en twee halfgodinnen op een sokkeltje. Toen het voorwerpje werd gevonden, ontbrak het dak al, maar u kunt het er zelf wel bij bedenken. U herkent de sporen van verf.

Lees verder “Een Boiotisch reisaltaar”

De Tyche van Antiochië

Kopie van de Tyche van Antiochië (Vaticaanse Musea, Rome)

In het Griekse wereldbeeld was Tyche de personificatie van het geluk van een stad, een volk of een persoon. Volgens de dichter Hesiodos was het een godin en een dochter van Okeanos en Thetys. Twee eeuwen later beweerde Pindaros dat Zeus de vader was van Tyche. De Romeinen zouden de godin Fortuna noemen.

In de hellenistische tijd werd Tyche een steeds belangrijkere – of in elk geval: veel vereerde – godheid. De uitkomst van veel oorlogen leek van niets anders af te hangen dan het grillig toeval. Dichters en verhalenvertellers stelden haar inmiddels voor als de dochter van Hermes en Afrodite, terwijl andere auteurs haar verbonden met de cultus van Nemesis of de Agathos Daimon (“goede geest”). Soms werd ze vergeleken met de Anatolische godin Kybele of de Egyptische Isis.

Lees verder “De Tyche van Antiochië”

Een gerestaureerde Horus

Beeld van Horus (Musée Royal de Mariemont, Morlanwelz)

Een valk, gemaakt van kalksteen. Sporen van verf. Op zijn kop de dubbele pschent-kroon die het Egyptische koningschap symboliseert. Net als de valk zelf, die Horus voorstelt, de beschermgod van de koning.

Amenhotep II

En er zijn inscripties. Helemaal links, voor de tenen van de vogel en op de foto wat moeilijk te lezen, staat

De goede god, de heer van beide landen, Aakheperura, geliefd door Horus.

Aakheperura kennen we ook onder de naam Amenhotep II. Hij regeerde van 1427 tot 1401 v.Chr. en misschien las u ooit De boog van de farao van  Cornelis Wilkeshuis, een kinderboek over Amenhoteps jonge jaren dat in elk geval op mij grote indruk maakte.

Lees verder “Een gerestaureerde Horus”

Driemaal de dronken vrouw van Myron

Terracotta fles in de vorm van de dronken vrouw van Myron (Archeologisch museum van Sousse)

Ik was vandaag in het museum van Sousse, wat de moderne naam is van de antieke stad Hadrumetum. Als u voorwerpen wil zien uit opgemeld museum: hiero.

Ik toon u nu even bovenstaand beeldje: een zeventien centimeter hoog terracotta flesje in de vorm van een dronken vrouw. Het is in 2007 gevonden in een stratum dat wordt geassocieerd met de Severische tijd, dus zeg maar in de kleine halve eeuw voor 235 na Chr.

Lees verder “Driemaal de dronken vrouw van Myron”

Het portret van Vergilius

Vergilius (Vaticaanse Musea, Rome)

Het is vandaag 2040 jaar geleden dat in Brindisi, bij de haven aan het einde van de Via Appia, de Romeinse dichter Vergilius zijn laatste adem uitblies. Een Brindisijnse wees me ooit het huis aan waar het zou zijn gebeurd en het leek me niet tactvol mijn twijfel uit te spreken. Een gedicht van Gabriele d’Annunzio ontsiert de gevel.

Leven

Publius Vergilius Maro, zelf, u ziet hem hierboven. Hij is in 70 v.Chr. geboren in Mantua, kwam uit een goede familie die een goede opleiding kon betalen, en verloor zijn Mantuese bezittingen toen Octavianus die confisqueerde. Na de slag bij Filippoi (42 v.Chr.) was het namelijk zijn taak om alle veteranen uit de Derde Burgeroorlog een boerderij te geven in Italië. Hij wees simpelweg enkele steden aan waarvan de bewoners maar moesten vertrekken. Vergilius schreef in deze jaren de Eclogae en daarna de Georgica, raakte zo bekend bij de hovelingen rond Octavianus en kreeg uiteindelijk compensatie voor de inbeslaggenomen landerijen. Evengoed bezat hij een huis in de omgeving van Napels.

Lees verder “Het portret van Vergilius”