Wat heet mooi? Sculptuur

Cycladenidool (Museum für Kunst und Gerwerbe, Hamburg)

Een tijdje geleden nodigde ik u uit om te noemen wat u mooi vond. Dat had ik in 2015 al eens eerder gedaan, toen dit nog een kleiner blogje was, en ik was wel enigszins voorbereid op een respons die overeenkwam met de groei van de blog, maar de hoeveelheid schoonheid die u me toestuurde, was nogal overweldigend. Ik heb al geblogd over de mooie teksten waarmee u anderen bevoordeelde en over de mooie architectuur die we niet mogen vergeten. Vandaag een duik in de musea: welke sculptuur is een omweg waard?

Prehistorie

Die lijst kan alleen beginnen met een voorwerpje dat weliswaar veel te vroeg is maar ook behoort tot mijn favorieten: de Dame van Brassempouy in het museum in Saint-Germain-en-Laye (bij Parijs). Het is vijfentwintig millennia oud en gewoon prachtig. De volgende objecten uit de lijst zijn een stuk jonger: twee mensen noemden de beeldjes (“idolen”) die in het derde millennium v.Chr. zijn gemaakt op de Cycladen. Elk museum bezit wel een Cycladenidool, maar het grootste overzicht is het weinig bezochte Museum voor Cycladische Kunst in Athene.

Lees verder “Wat heet mooi? Sculptuur” →

De chimaira van Arezzo

De chimaira van Arezzo (Museo archeologico nazionale, Florence)

Ik heb het bovenstaande beeld maar één keer gezien, maar het maakte grote indruk. Ik vermoed dat het op iedereen indruk maakt, want werkelijk alles klopt aan dit beeld. Oké, niemand van ons heeft ooit een echte chimaira gezien, een monster uit de Griekse mythologie dat een vuurspuwende leeuw combineert met een geit en een slang, maar het leeuwendeel oogt levensecht. Volgens de bekendste mythe werd het ondier verslagen door Bellerofon.

Het beeld is in 1553 gevonden buiten de stadsmuren van Arrezo, de oude Etruskische stad Aretium, en lijkt kort na 400 v.Chr. te zijn vervaardigd. Dat was – als ik een wat subjectief oordeel mag geven – eigenlijk het moment van de grootste Etruskische culturele bloei. Vrijwel onmiddellijk daarna begonnen de Galliërs en Romeinen aan hun aanvallen op de Etruskische steden: laatstgenoemden annexeerden Veii in 396VC=392 v.Chr. en eerstgenoemden trokken zes jaar later plunderend zuidwaarts. In de vierde eeuw v.Chr. verloren de Etrusken hun politieke zelfstandigheid.

Lees verder “De chimaira van Arezzo” →

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus” →

Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument” →

Romeinse ogen

Keizer Lucius Verus met ingekraste pupillen en weelderig haar (Torloniacollectie, Rome)

Zomaar een vraag, waarvan ik niet weet waarom die afgelopen zomer bij me opkwam, en die vermoedelijk vooral veel zegt over mijn al bijna veertig jaar verouderde kennis. Aan het begin van mijn studie leerde ik bij de colleges archeologie (die overigens vooral leken op colleges kunstgeschiedenis) dat in gebeeldhouwde Romeinse portretten ongeveer vanaf de regering van keizer Hadrianus (r.117-138) de  pupillen werden uitgehouwen. Dit was een handig foefje om portretten te dateren. Misschien waren de vroegste exemplaren iets eerder, misschien werd de praktijk pas ten tijde van Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius standaard, maar ergens tussen 110 en 160 veranderde de sculptuur.

Althans, dat dacht ik te weten. Een snelle controle op de foto’s van Romeinse portretbustes die ik op een harde schijf heb staan, sprak dit niet tegen, wat natuurlijk niet wilde zeggen dat het werkelijk klopte. En de vraag die zomaar bij me opkwam: waarom gingen de toenmalige beeldhouwers dat doen?

Lees verder “Romeinse ogen” →

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Lees verder “De beelden uit Ain Ghazal” →

Een chalcolithische plaspop

Chalcolithische plaspop (Pierides-museum, Larnaka)

Ik ben momenteel in Larnaka, het antieke Kition, op Cyprus; ik schrijf dit op mijn hotelkamer. Vanmiddag was ik in het Pierides-museum, dat de oudheidkundige collectie toont van een rijke Cypriotische familie. Het is een fijne plek om een uurtje door te brengen. Werkelijke topstukken staan er niet, maar het museum hypet de vondsten tenminste niet en biedt een gewoon gedegen overzicht van wat er in de Oudheid zoal op Cyprus is vervaardigd.

Zoals het bovenstaande beeld. Zesendertig centimeter hoog. Het dateert uit het Chalcolithicum, dus zeg maar de aanlooptijd naar de Bronstijd, ofwel het vierde millennium v.Chr. Even oud als de Naqada-cultuur in Egypte, de Uruk-cultuur in Mesopotamië en de Yamnaya-cultuur op de Pontische vlakte. Dit beeld is uniek: een man op een krukje, de knieën opgetrokken, ellenbogen op de knieën ter ondersteuning van het hoofd. Wijdopen mond. En het is een vaas.

Lees verder “Een chalcolithische plaspop” →

Een reliëf met de god Baäl

Baäl (Louvre, Parijs)

Een van de voordelen van een eigen blog is dat je je volgers nog eens om advies kunt vragen. Ik ben op zoek naar een woord.

Hierboven ziet u een van de beroemdste reliëfs uit de Bronstijd: het stelt de god Baäl voor, de regengod van Ugarit. Hij heeft een knots in de rechterhand en een bliksemschicht in de andere hand. Onder zijn voeten zijn golven, die de verslagen zeegod Yamm weergeven. Het kleine mannetje voor de godheid zal de koning van Ugarit wel zijn, die dit reliëf in de vijftiende eeuw v.Chr. heeft laten vervaardigen en oprichten bij de tempel van Baäl. Daar is dit voorwerp in 1932 opgegraven. Het is nu te zien in het Louvre in Parijs.

Lees verder “Een reliëf met de god Baäl” →

Een Boiotisch reisaltaar

Reisaltaar (Altes Museum, Berlijn)

Boiotië, eerste helft van de vierde eeuw v.Chr. Een meisje wordt uitgehuwelijkt. Ze zal een jaar of vijftien zijn geweest, de gebruikelijke leeftijd om te trouwen. Het huwelijk betekent niet alleen dat ze een echtgenoot vindt, maar ook dat ze verhuist naar een ander huis. Ze moet op reis en wie is er geschikter om haar daarbij te beschermen dan Hermes, de reizigersgod? En wie zijn er beter om een bruid te begeleiden dan twee nimfen?

En zo kwam het dat een meisje op reis ging met een piepklein tempeltje: een god en twee halfgodinnen op een sokkeltje. Toen het voorwerpje werd gevonden, ontbrak het dak al, maar u kunt het er zelf wel bij bedenken. U herkent de sporen van verf.

Lees verder “Een Boiotisch reisaltaar” →

De Tyche van Antiochië

Kopie van de Tyche van Antiochië (Vaticaanse Musea, Rome)

In het Griekse wereldbeeld was Tyche de personificatie van het geluk van een stad, een volk of een persoon. Volgens de dichter Hesiodos was het een godin en een dochter van Okeanos en Thetys. Twee eeuwen later beweerde Pindaros dat Zeus de vader was van Tyche. De Romeinen zouden de godin Fortuna noemen.

In de hellenistische tijd werd Tyche een steeds belangrijkere – of in elk geval: veel vereerde – godheid. De uitkomst van veel oorlogen leek van niets anders af te hangen dan het grillig toeval. Dichters en verhalenvertellers stelden haar inmiddels voor als de dochter van Hermes en Afrodite, terwijl andere auteurs haar verbonden met de cultus van Nemesis of de Agathos Daimon (“goede geest”). Soms werd ze vergeleken met de Anatolische godin Kybele of de Egyptische Isis.

Lees verder “De Tyche van Antiochië” →