NWA: Germanen of Kelten?

Nehalennia
Nehalennia: een zuiver Keltische naam

Ik blog deze dagen over de vragen uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) die betrekking hebben op de Oudheid. Antwoorden heb ik niet – het zijn immers vragen aan de wetenschap – maar ik kan wel iets toelichten. Vandaag:

In hoeverre is het juist dat de Germanen in de strijd tegen de Romeinen in onze vaderlandse geschiedenis een hoofdrol spelen?

In zijn toelichting wijst de vragensteller erop dat de autochtone bevolking die tegen de Romeinen streed, in feite “een mengbevolking” is geweest van “voor-Keltische landbouwbevolking, Kelten en Germanen”. Kortom, geen Germanen maar iets complexers dan dat.

Ik denk dat het antwoord niet zo 1-2-3 te vinden zal zijn (en dat maakt het tot een goede vraag). De etiketten zeggen vooral veel over ons. Ze zeggen ook veel over ons Grieks-Romeinse erfgoed, want de tegenstelling tussen Germaans en Keltisch/Gallisch gaat terug op de klassieke letteren. De stammen hier ten lande hebben zich nooit bekreund om deze etiketten.

Eerst iets over de Kelten. Een tijdje geleden blogde ik toevallig al over de betekenis van het woord “Kelt” en toen wees ik erop dat het in de Oudheid betrekking kon hebben op de bewoners van het land benoorden Marseille, op alle West-Europeanen, op barbaren buiten het Romeinse Rijk en op de Ierse christenen, terwijl er later nog een taalfamilie en de archeologische La Tène-cultuur aan toe zijn gevoegd. Terminologische vaagheid troef dus.

Over de Germanen valt iets soortgelijks te vertellen. Bij Julius Caesar zijn het bijvoorbeeld alle bewoners van het Overrijnse, maar hij moet hebben geweten dat die definitie onjuist was. Zo behoorden Baden-Württemberg en Beieren tot het La Tène-gebied en werd er in die streken ook Keltisch gesproken. Omgekeerd woonden er op de linkeroever van de Rijn stammen die door Caesar worden aangeduid als Germaans (wat vermoedelijk alleen maar wil zeggen dat zijn Keltische tolken deze mensen niet verstonden). Archeologen reserveren de naam “Germaans” wel voor de Jastorfcultuur. Opnieuw: terminologische vaagheid.

Kortom, de vraag of in de vaderlandse geschiedenis de Kelten ondergesneeuwd zijn geraakt en of de betekenis van de Germanen niet wordt overschat, veronderstelt dat we eerst een definitie vinden van wat eigenlijk met die namen wordt bedoeld. Als we het negentiende-eeuwse nationaliteitsbegrip, dat je taal bepaalt bij welk volk je hoort, zouden hanteren, kunnen we kijken naar de weinig woorden die bekend zijn uit de Lage Landen om zo te zien of hier Kelten of Germanen woonden. Voor zover mij bekend is het beeld niet eenduidig.

  • “Betuwe”, waarin de Bataven woonden, is afgeleid van *bat-agwiō, “goed waterland”. Dat is goed Germaans.
  • De godin Nehalennia heeft dan weer een goed-Keltische naam, *ne-halen-ja, “zij die bij de zee is”.
  • Van “Cananefaten” is geopperd dat het een Keltisch en een Germaans element combineert en “lookmeesters” betekent.

Wellicht weten taalkundigen meer en ik nodig ze uit hieronder te reageren. Maar voor mij is het beeld vooral verwarrend en ik zou u voorlopig niet kunnen zeggen of de bewoners van de Lage Landen beter tot de Germanen of tot de Kelten gerekend kunnen worden. Misschien was het wel een overgangszone. Archeologisch is het dat zeker: de vroegste bewoners van Nederland kunnen noch tot de La Tène-cultuur noch tot de Jastorf-cultuur worden gerekend.

Ik laat verder nog maar buiten beschouwing dat er een theorie is dat er nog een derde grote bevolkingsgroep is geweest, het Noordwestblok. Die was ouder dan het Keltisch en het Germaans – wellicht doelt de vragensteller erop als hij het heeft over een “voor-Keltische landbouwbevolking” – maar ik ben niet in de positie deze theorie op haar merites te beoordelen. De vriendelijke taalkundige die ooit de moeite nam me erover te schrijven, meende dat het idee achterhaald was.

Tot slot: één ding is zeker, namelijk dat het gebied dat later Nederland zou heten, in de loop van de Oudheid germaniseerde. In de vijfde eeuw spraken de mensen Germaanse talen: Saksisch, Frankisch. Als er een Keltisch element is geweest, is dat dus verdwenen door romanisering en germanisering.

9 gedachtes over “NWA: Germanen of Kelten?

  1. eduard

    Is tweetaligheid ook nog een mogelijkheid? Bijvoorbeeld een Germaanse elite die heerst over een Keltische bevolking, of omgekeerd, zodat die elite door het inpikken van de vrouwen van de ondergeschikte groep een moedertaal en een vadertaal meekreeg, terwijl sociale stijgers uit de onderworpen groep zich de taal van de elite eigen maakten? Zoiets vereist wel een zekere stratificering van de bevolking, maar ik heb van Marcus Junkelmann begrepen dat zowel de Keltische als de Germaanse ruiterij in Romeinse dienst een aristocratisch karakter had.

  2. habus

    Als je het verspreidingsgebied van Keltische cultuuruitingen in acht neemt, zou het ‘Keltisch volk’ heel Europa hebben bewoond. Volgens mij is dat niet mogelijk. Zelfs als ze volgtijdelijk diverse gebieden hebben bezet en ‘gekeltificeerd’ (volgens welke route?) is het niet waarschijnlijk dat zij als een soort domino-effect heel Europa hebben doorgetrokken. Er moet dus iets anders aan de hand zijn.

    1. De definitie van ‘Keltische cultuuruitingen’ is al niet te handhaven. Zoals als ‘dé Westerse cultuur’ – in Afrika zien ze dat heel anders dan de inwoners van Spanje, Noorwegen of Rusland, die grote verschillen onderling zien. Kortom, een kwestie van interpretatie, en daarmee is het slecht discussiëren over harde definities.

  3. Nicoline van der Sijs

    Vanuit taalkundig oogpunt is er wel van alles over geschreven, zie bv. Lauran Toorians: https://www.nrc.nl/nieuws/2001/07/28/kelten-enof-germanen-7551331-a1307716, en verder publicaties van Peter Schrijver. Een eenduidig antwoord is er niet, het ging wrs om kleine groepjes die vaak meertalig waren (sprekers van verschillende Germaanse dialecten en ook Keltischsprekenden), en waarvan de leden ook wisselden. Heel interessante periode!

  4. Wim van Broekhoven

    Klinkt misschien gek maar ik had altijd het gevoel dat Cananefaten iets te maken had met het feit dat hier riet gebruikt werd voor daken en de Romeinen pannendaken hadden.
    Canna Latijn voor riet en Cannetum voor rietveld.Fastigium Latijn voor gevelspits of dak.
    Verbasterd Latijn dus voor mensen met rieten daken.

  5. Rudmer Koopal

    Misschien moeten we het hele onderscheid Keltisch/ Germaans wel loslaten. Dit zijn ideaaltypes. Caesar en andere schrijvers uit de Oudheid hebben ons opgezadeld met een soort van stricte scheiding in de Nederlanden. Het Keltisch wat de Belgae spraken leek niet op de Galliërs spraken. De taal van de Frisii zal misschien wel heel anders hebben geklonken dan de taal van de andere Germanen in het oosten en noorden van Europa. Toch zal niemand de Frisii als Keltisch typeren, ook al hadden twee hoofdmannen, Verritus en Malorix, Keltische namen. De Bataven en Cananefaten, laatkomers in Nederland, kennen een aantal Keltisch invloeden/ kenmerken die ze hadden gekregen van de Chatten en Menapiërs.
    Het idee van een aantal overgangsculturen lijkt eerder voor de hand te liggen. Wellicht kan taalonderzoek dit juist verduidelijken. En daarnaast kan DNA onderzoek naar diverse sub-haplogroepen in Europa, waar het Max Planck instituut in Leipzig mee bezig is, ook meer duidelijkheid verschaffen.

      1. Rudmer Koopal

        Dat vind ik iets te kort door de bocht. Het in kaart brengen van haplogroepen en alle subgroepen geeft inzicht wie, waar en op welk moment was/ waren. Er zijn door Wolfgang Haak
        en anderen al diverse onderzoeken gepubliceerd waardoor de geschiedenis van diverse culturen, Unetice, Touwbekercultuur, Noordse bronstijd bijvb. toch iets anders zijn verlopen dan men ahv. archeologisch artefacten veronderstelde. Met name mbt de tijdspanne (tijdvak) en welke haplogroepen niet of weinig terug te vinden zijn in het genetisch materiaal wat men heeft aangetroffen. Natuurlijk is een cultuur niet voor 100% te vereenzelvigen met een bepaalde haplogroep. Wel is het zo dat Keltische mannen, beetje afhankelijk van land en regio, voor 70%-90% R1b zijn. Bij de Germanen komt R1b ook voor ( van 30%-70%, afhankelijk van land en regio). Subgroep U-106 lijkt daarentegen bij de Germanen voor te komen en niet bij de Kelten. het in kaart brengen van zo veel mogelijk subgroepen en sub-subgroepen etc geeft ons meer inzicht wie wel dan veel meer tot de Keltische cultuur behoren dan de Germaanse.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s