Nog één keer: de Nationale Wetenschapsagenda

De Nationale Wetenschapsagenda (NWA), waarover ik eind 2016 wat vragen beantwoordde, is in het nieuws. Het geld is nu verdeeld en Bart Braun van het Leidse universiteitsblad Mare legt uit waarom dat betekent dat de Wetenschapsagenda is mislukt.

En passant wijst hij erop dat duizenden vragen onbeantwoord zijn gebleven, een punt dat Marc van Oostendorp en K.P. Hart (die tientallen vragen over neerlandistiek en wiskunde beantwoordden) ook al maakten. En ze hebben gelijk. De wetenschap heeft de burger uitgenodigd vragen te stellen, het waren doorgaans redelijke vragen, en die verdienden een antwoord. De organisatie kan zeggen dat nooit beloofd is dat die vragen zouden worden beantwoord en dat het altijd de opzet was dat er clusters van zouden worden gemaakt en nog zo wat dingen, maar dan verschuilt de organisatie zich achter bureaucratische formuleringen en doet ze net alsof kennisverspreiding niet de bestaansreden is van de wetenschap. Nu ze verzuimd heeft te antwoorden, lijkt de wetenschap op iemand die tegen betaling een lezing komt verzorgen, afrondt met “wie stelt de eerste vraag?” en wegloopt als mensen interesse tonen.

Dat is even ongemanierd als dom. De Nederlandse wetenschap heeft mensen die genoeg belangstelling hadden om een vraag in te dienen van zich afgestoten en heeft zo draagvlak vernietigd. De NWA was daarmee contraproductief. En dat is niet alles.

Lees verder “Nog één keer: de Nationale Wetenschapsagenda”

Meer NWA: tunnels bij de piramiden

De piramide van Cheops
De piramide van Cheops

Ik vertelde gisteren dat de oudheidkundige disciplines te maken hebben met een gierend gebrek aan data en dat er door de empirische zwakte nogal wat subjectiviteit is geslopen in de verbanden tussen die data. Die verbanden laten zich, door datzelfde datagebrek, moeilijk weerleggen en zo zitten we opgezadeld met enkele achterhaalde negentiende-eeuwse sjablonen (superieur Europa versus inferieur Azië, humanisme versus religie, imperium versus barbaren) en met enkele begrippen die ook al niet passen bij de antieke verhoudingen. Ik noemde het koningschap, steden en de staat.

Het dringt niet echt door dat die sjabloons achterhaald en die begrippen geproblematiseerd zijn, zodat de oudheidkunde blijft worstelen met de negentiende eeuw. Dat geldt voor de wetenschappers zélf, die al een halve eeuw streven naar interdisciplinariteit maar er almaar niet in slagen de historisch gegroeide grenzen van hun vakgebieden te slechten, en dat geldt voor het grote publiek. Dat merken we bij deze nagekomen vraag uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA):

Ligt er een tunnelsysteem onder de piramiden van Gizeh?

Antwoord: nee.

Lees verder “Meer NWA: tunnels bij de piramiden”

Meer NWA: Oude talen

Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161
Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161

[Het leuke van de Nationale Wetenschapsagenda is dat het een soort zwaan-kleef-aan kan zijn: de een schrijft over iets, de ander werkt het verder uit. Mijn goede vriend Richard Kroes schrijft over antieke grammatica, waarover Suzanne Adema al eerder op deze blog een stukje schreef en waarover Marc van Oostendorp zijn mening al gaf op de Neerlandistiek-blog.]

Den koe slachtte de slager.

Mijn vader (hij was van 1926) vertelde me ooit dat op zijn lagere school (dat moet dus tussen 1932 en 1938 zijn geweest) door de leerlingen al hard gelachen kon worden om bovenstaande zin. Destijds had het Nederlands nog naamvallen en dankzij dat ‘den koe’ was volkomen duidelijk en ondubbelzinnig dat hier niet de slager het slachtoffer was, maar den koe.

Toch had het taalgevoel van de leerlingen inmiddels de overhand gekregen en dat was niet meer gebaseerd op gevoel voor naamvallen, maar voor de woordvolgorde. Als de koe de slager slacht, is er wat geks aan de hand en als de slager de koe slacht, gebeurt er iets wat een koe nu eenmaal kan overkomen.

Lees verder “Meer NWA: Oude talen”

Nationale Wetenschapsagenda (slot)

Alle samenwerkende wetenschappen (Universiteitsmuseum, Groningen)

Omdat ik naar het ziekenhuis moest, heb ik de laatste weken enkele eerder voorbereide stukjes over de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) online geplaatst. In totaal zijn op deze kleine blog twintig vragen behandeld. Eén vraag heb ik onhandeld gelaten omdat die al op een andere manier was gesteld en voor een andere vraag moet ik nog iets verifiëren. Ik kom in het nieuwe jaar dus nog op de NWA terug. Voor het moment wil ik Suzanne Adema bedanken, die een taalvraag voor haar rekening nam, en uiteraard ben ik ook blij met de commentaren die de lezers hebben gegeven. Dit is een leuke manier om, zolang mijn actieradius wat beperkt is, contact te houden met de buitenwereld.

Het laatste stukje eindigde met de constatering dat de historisch gegroeide geschiedbeelden er nog steeds zijn, samen met de al even historisch gegroeide grenzen tussen de oudheidkundige subdisciplines. Dat beschouw ik als een ernstig probleem, dat we in 2016 vaker zijn tegengekomen. In de discussies over de vraag of Julius Caesar in Kessel heeft gevochten viel bijvoorbeeld op dat, terwijl classici en historici zich afvroegen hoe letterlijk we Caesar (die met droge ogen schrijft dat er benoorden de Alpen eenhoorns leven) mochten nemen, archeologen diens beschrijvingen zonder nadere argumentatie opvatten als letterlijk bedoeld. Met deze twee problemen – enerzijds de scheiding tussen Oost en West en anderzijds het onderscheid tussen materiële en tekstuele informatie over dezelfde samenleving – zitten we al sinds de negentiende eeuw opgezadeld. Is daar iets aan te doen?

Lees verder “Nationale Wetenschapsagenda (slot)”

NWA: Oost en West

Een Romeinse kopie van een hellenistisch beeld van Kybele uit Nikaia, nu in het Archeologisch Museum van Istanbul.
Een Romeinse kopie van een hellenistisch beeld van Kybele uit Nikaia, nu in het Archeologisch Museum van Istanbul.

Vandaag behandel ik in mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) de laatst overgebleven vragen. Ik heb ze samengenomen omdat ze alle drie niet gaan over de Oudheid zelf, maar over de wijze waarop we daarmee omgaan. Ze liggen bovendien in elkaars verlengde: in feite gaan ze over de erfenis van de negentiende eeuw.

Waarom besteden oudheidkundige musea geen aandacht aan Kybele of Cybele?

De vragensteller geeft als voorbeeld van het negeren van de belangrijke oosterse godin de Karthago-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Hoewel ik eerlijk gezegd niet weet of Kybele in de antieke havenstad werd vereerd en, zo ja, of die cultus voor Karthago belangrijk was, is de observatie van de vragensteller niet onjuist. Handboeken en musea behandelen de invloed van oosterse culten doorgaans pas als ze zijn aangekomen bij de Late Oudheid, alsof het een late ontwikkeling was dat de goden van Anatolië, Syrië, Egypte en Judea zich naar het westen verspreidden. Dat wekt de indruk dat de opkomst van het christendom deel uitmaakte van een betrekkelijk laat proces van oriëntalisering van de Romeinse culten, en dat klopt niet. Kybele werd in Rome vereerd sinds de late derde eeuw v.Chr.

Lees verder “NWA: Oost en West”

NWA: Receptiegeschiedenis

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.
Keizer Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1468, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

In mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) behandel ik vandaag twee vragen tegelijk. De tweede is namelijk een deel van het antwoord op de eerste. De eerste vraag is deze:

Waarom is middeleeuws Europa cultureel zo homogeen?

Ik vind dit een ontzettend leuke vraag omdat, zoals de vragensteller ook aangeeft, de Middeleeuwen op het eerste gezicht helemaal zo homogeen niet zijn. Er is nogal wat verschil tussen Castilië en Brandenburg, tussen Schotland en Beieren, tussen Sicilië en de Lage Landen. Desondanks was er – althans dat denk ik – tegelijk wél een culturele eenheid: in een abdij, aan een universiteit of aan het hof van een koning konden mensen uit Engeland, Zweden, Aragon en Italië met elkaar converseren.

Hoe kwam dat? Is dat de erfenis van de Romeinen, is dat de rol van de Kerk, komt dat door handelscontacten, of door migratie? In hoeverre werkten dat soort zaken samen en welke dynamiek stond hieraan ten grondslag?

Lees verder “NWA: Receptiegeschiedenis”

NWA: Vroegchristelijke vrouwen

Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.
Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.

Ik blogde gisteren over een vraag uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) die ik toen maar half heb kunnen bespreken:

Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus?

Ik gaf gisteren aan dat ik de vragensteller geen gelijk kan geven in zijn aanname dat Jezus vrouwen even hoog achtte als mannen. Er zijn opvallende passages waaruit blijkt dat hij vrouwen respecteerde, mogelijk zelfs meer dan zijn tijdgenoten, maar als het erop aankwam, zoals bij het samenstellen van de Twaalf, verkoos hij mannen.

Een andere kwestie is de positie van de vrouwen in de vroege kerk. Ik begin met een beroemd citaat van Paulus.

Christus is het hoofd van iedere man, de man is het hoofd van de vrouw, en God is weer het hoofd van Christus. (1 Korintiërs 11.3)

Lees verder “NWA: Vroegchristelijke vrouwen”

NWA: Jezus’ vrouwen

Jezus en de samaritaanse vrouw. Fresco uit de Catacomben van Praetextatus. Het kapsel van de vrouw suggereert een datering in de Severische tijd, dus rond 200 n.Chr.
Jezus en de samaritaanse vrouw. Fresco uit de Catacomben van Praetextatus. Het kapsel van de vrouw suggereert een datering rond 200 n.Chr.

In onze reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vandaag een vraag in het verlengde van de vraag van afgelopen zaterdag:

Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus?

De vragensteller wijst erop dat Jezus vrouwen even hoog achtte als mannen en dat het daarom vanzelf sprak dat vrouwen ook in het christendom in hoog aanzien zouden staan. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik de eerste bewering voor mijn rekening zou nemen en Jezus is daarom het onderwerp van dit stukje. (Morgen behandel ik het vroege christendom.) Laten we eens kijken naar het bewijsmateriaal, want het Nieuwe Testament noemt opvallend veel vrouwen.

Lees verder “NWA: Jezus’ vrouwen”

NWA: Jezus

Reconstructie van een antieke synagoge (Museumpark Orientalis, bij Nijmegen)

Omdat dit jaar chanoeka en kerstmis samenvallen, een stukje over de beroemdste jood aller tijden, en wel n.a.v. één van de vragen die aan de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is voorgelegd:

Heeft Jezus Christus bestaan?

Het antwoord is simpel: volgens de huidige wetenschappelijke methode wel. Er zijn critici die daar anders over denken en daarvoor dwingende en minder dwingende argumenten hebben. Grosso modo komen die erop neer dat er méér bewijs nodig is dan de evangeliën van Marcus en Johannes, de alleen uit reconstructie bekende bron Q, de brieven van Paulus, twee vermeldingen bij Flavius Josephus (waarvan er één dient te worden gereconstrueerd) alsmede de nauwelijks informatieve Openbaring van Johannes en nog wat andere brieven. Vooruit, laten we de Didache er ook nog bij doen. Je zou wensen dat er méér was dan vier à vijf echte bronnen en wat strooigoed.

Lees verder “NWA: Jezus”

NWA | Westerse cultuur

Sommige open deuren moet je gewoon intrappen. Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.
Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.

In mijn reeks rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vandaag een kwestie die mij zelf buitengewoon boeit:

Wat is de oorsprong van de Westerse cultuur?

Antwoorden zijn er momenteel niet. Een van de deelvragen stond al op de vorige Wetenschapsagenda, die van 2011, en dat wil zeggen dat dit een erkend wetenschappelijk vraagstuk is. Onoplosbaar als de kwestie is, kan ik wel de contouren schetsen van het probleem. In de eerste plaats is er de vraag wat een cultuur is. De beroemde definitie van E.B. Taylor, de vader van de culturele antropologie, luidt als volgt:

Culture, taken in its wide ethnographic sense, is that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom, and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society.

Deze mooie definitie, waarvan ik me nog herinner dat die indruk op me maakte tijdens mijn antropologiecolleges, brengt het probleem met zich mee dat je een cultuur beschrijft als een kolossale verzameling elementen – laten we zeggen 100.000 – terwijl die voortdurend veranderen. Hoe lang kun je dan nog spreken van dezelfde cultuur? Niemand zal zeggen “bij 99.999”, maar wat denk je van “bij 98.000”? (Een Vlaming, die nauwelijks verschilt van een Nederlander, zal zich niet snel rekenen tot de Nederlandse cultuur.) Het zou helpen als we onderscheid konden maken tussen cultuurelementen die zó belangrijk zijn dat we ze absoluut niet kunnen missen en cultuurelementen die wat minder cruciaal zijn.

Lees verder “NWA | Westerse cultuur”