Dageraad van Holland

Ik weet niet meer hoe ik Henk ’t Jong heb leren kennen – online, ongetwijfeld – maar ik weet wel dat we elkaar voor het eerst hebben ontmoet in een restaurant op een bovenverdieping van het Groot Handelsgebouw in Rotterdam, genietend van het uitzicht op het station en de prachtige wolkenkrabbers. We ontdekten dat we het redelijk eens waren maar toch niet dezelfde visie hebben op geschiedenis. Dat doet er ook niet zoveel toe. Ik mag die ouwe brompot wel.

Hij weet namelijk waar hij het over heeft en is niet bang een impopulair standpunt in te nemen. Een historicus moet immers onbevangen, integer en onafhankelijk zijn en een trog een trog en een vijg een vijg noemen. Zoals op zijn blog Apud Thuredrech, waarin ’t Jong hier het standpunt weerlegt dat geschiedenis vooral een verhaal zou zijn. Wat het wel is:

Geschiedschrijving is het beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden, hun oorzaken en gevolgen, gebaseerd op bronnen- en literatuuronderzoek, zonder de lege plekken op te vullen met fantasie of romantische verklaringen.

Ik licht deze zin eruit omdat dit precies is hoe ’t Jong te werk gaat in het eerste boek dat ik van hem lees, zijn pas verschenen De dageraad van Holland.

De dageraad van Holland is, na Luit van der Tuuks boek over De Friezen en Strijd om West-Frisia van Kees Nieuwenhuijsen, in feite het derde deel in een reeks over het westelijk kustgebied van Nederland. ’t Jong behandelt daarin de twee eeuwen tussen 1100 tot 1300, ofwel de periode van Floris de Vette tot even na de moord op Floris V. En zoals gezegd: ’t Jong beschrijft wat er is gebeurd, weigert lege plekken op te vullen en presenteert bronnen- en literatuuronderzoek.

Negen graven passeren zo de revue en je merkt aan alles dat ’t Jong steeds opnieuw heeft geverifieerd wat er feitelijk in de bronnen staat. Geen oorkonde lijkt hij ongelezen te hebben gelaten, geen stadskeur lijkt onvermeld. Hoe groot zijn focus op de bronnen is, blijkt wel uit het feit dat de lezers precies verneemt tot waar de Annalen van Egmond verslag doen en welke auteur aan het woord is. Soms bevestigt ’t Jong zo een traditioneel verhaal, soms spreekt hij het tegen, soms laat hij merken dat hij domweg niet genoeg informatie heeft om vast te stellen wat hij zou willen weten. Dan laat hij de lege plek maar onopgevuld:

Er zijn in de Nederlandse bronnen geen andere meldingen over Schotse connecties bewaard gebleven, behalve dan dat Willem naar zijn oom, Ada’s broer koning William, is vernoemd.

Ik bleef achter met de indruk dat het boek in elk geval buitengewoon compleet is. Daarnaast is het fijn geschreven. Het hoofdstuk over de Loonse Oorlog vond ik heel boeiend en de beschrijving van de moord op Floris V was de prachtige ontknoping. Enkele personages, zoals Willem II, Floris de Voogd, Floris V en vooral Willem I, komen mooi uit de verf. Ook heeft ’t Jong soms fijne zinnen in de pen, zoals wanneer hij ingaat op de discussie, gevoerd door enkele lokaalpatriotten, of Dordrecht of Geertruidenberg de oudste stad van Holland is:

Dat steden niet ontstonden omdat ze een stadskeur kregen, maar dat ze keuren kregen omdat ze stedelijke trekken begonnen te vertonen, is soms nog steeds niet doorgedrongen tot de nogal fanatieke ruziemakers.

Ik had wat moeite met het derde kwart van het boek. De dageraad van Holland kent nogal wat tekstkaders en in het hoofdstuk over Floris IV werden dat er wel heel veel. In feite gaat de lezer van kader naar kader, slechts onderbroken door af en toe een brokje van de eigenlijke tekst. Ik denk – en dit is een constatering, geen kritiek – dat het samenhangt met ’t Jongs visie op geschiedenis. Wat hij niet noemt in zijn definitie van het vak, zijn de grote maatschappelijke processen, die je niet bestudeert via bronnen maar via de sociale wetenschappen. In dit geval: urbanisatie. Eén hoofdstuk over de voortgaande verstedelijking van Holland, met een paragraaf over verstedelijking als sociologisch verschijnsel en aparte paragrafen over de diverse steden, zou de helft van de tekstkaders hebben kunnen verwijderen uit de hoofdtekst.

Sprekend over steden: een van de leuke trekken van De dageraad van Holland is dat alle steden een keurig plattegrondje krijgen. Er staat niets te veel op, niets te weinig, en ze zijn ook nog allemaal getekend in dezelfde stijl. Ik kan moeiteloos boeken noemen waar de samenstellers maar even wat rechtenvrije kaartjes uit andere boek hebben overgenomen, kaartjes waarop andere dingen staan dan de gebruiker van het boek nodig heeft, zodat deze moeilijker tot begrip van het gebodene. ’t Jong houdt wél rekening met de informatiebehoefte van de lezer.

Dat brengt me op de rest van de illustraties. Niets is ranziger dan het gebruik van die flauwe rechtenvrije negentiende-eeuwse plaatjes of die belachelijke gravures uit de zeventiende of achttiende eeuw. Ze voegen niets toe en zijn zelfs schadelijk omdat ze een verouderd beeld geven van het verleden. Als ik slechts één aspect van De dageraad van Holland mocht prijzen, dan was het dat het beeldmateriaal gewoon stamt uit de beschreven periode en dat het de tekst verheldert. Gelukkig hoef ik me bij mijn lof niet tot één aspect te beperken: dit is over de gehele linie gewoon een goed vormgegeven, didactisch goed opgebouwd en vooral boeiend boek dat ik u van harte kan aanbevelen.

38 gedachtes over “Dageraad van Holland

    1. Henk 't Jong

      Omdat het vorige boek in de serie, Strijd om West-Frisia door Kees Nieuwenhuijsen (2016) de periode 900-1100 bestreek. Wie weet komt er nog eens een boek over de volgende periode…

          1. Roger van Bever

            Dat klopt! Ik heb vier prachtige werken van hem gelezen.
            Het woord van eer. Literatuur aan het Hollandse hof omstreeks 1400, 1987
            Maerlants wereld. Amsterdam: Prometheus, 1996
            Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam: Bert Bakker, 2006
            Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400.
            Buitengewoon erudiet geschreven en mooi uitgegeven, maar hij is toch meer een literatuurdeskundige dan een historicus. Dus, ik vind JL’s idee niet goed.
            Wat Jona wel gedaan heeft, heeft mijn appettijt aangescherpt om het boek te kopen!

  1. Frans

    Lijkt me zeer de moeite waard. Over twee jaar vieren we het 750-jarig bestaan van Gouda en ik zou best willen weten hoe het stadje er toen bij lag. En met die opmerking over illustraties ben ik het helemaal eens. 17e eeuwse gravures in een boek over de 13e eeuw zijn alleen maar verwarrend. Alleen als je op die Wikipedia-links klikt, zie je dat ze dat daar nog niet helemaal door hebben.

    1. henktjong

      Gouda ontving in 1272 stadsrechten, dus het duurt nog 4 jaar voor u dat kunt vieren. U gaat dan niet het 750-jarig bestaan vieren, want de nederzetting bestond al zo’n 150 jaar eerder en misschien nog wel langer. Leest u het nog maar eens na in het mooie boek Duizend jaar Gouda (2002) onder redactie van Abels, Goudriaan, Habermehl en Kompagnie.

  2. FrankB

    “zonder de lege plekken op te vullen met fantasie of romantische verklaringen.”
    Waaraan ik graag toevoeg: “met verbeeldingskracht mag wel, zolang men maar openlijk toegeeft dat het opvulsel niet meer is dan dat.”
    In aanvulling daarop vind ik het dus jammer dat hij pas in 1100 CE begint.

    1. FrankB

      Oeps, voorbarig. Je linkt naar Kees Nieuwenhuijsen, die precies in 1100 CE eindigt. Heb ik een vraag. Sluiten de twee boeken een beetje op elkaar aan?

  3. Jan Mathijs Dirikx

    Ik moet altijd lachen met hoe eenzijdig Nederlanders met geschiedenis omgaan. De dageraad van Holland is ook zo’n boek uit een lange reeks waaruit moet verklaard worden dat Holland de navel van de wereld zou worden. In die vroege middeleeuwen, betekende het graafschap Holland niet veel, gelegen aan de periferie van het Brabantse gebied, dat de kern van de toenmalige Nederlanden vormde. Je moet het ze nageven , dat die “slikvissers” ,het ver geschopt hebben. Maar niet zonder het kapitaal en de kunde van veel handelaars en industriëlen , gevlucht na 1565 , uit de Zuidelijke Nederlanden.

      1. Roger van Bever

        Sorry, Henk, de emigratie naar het Noorden vanuit de Zuidelijke Nederlanden kwam al vóór de afsluiting van de Schelde in 1585 op gang. Wat Matthijs Jan Mathijs Dirix zegt klopt.

        Degene die er het meeste onderzoek naar verricht heeft is J. Briels.
        J. Briels, De Zuidnederlandse immigratie 1572-1630. Fibula-Van Dishoeck, 1978, Haarlem, 110 blz., ill.
        Er zijn een drietal golven geweest van immigratie al vanaf 1572, er is waarschijnlijk al enkele jaren eerder migratie Noordwaarts geweest.
        https://www.dbnl.org/tekst/_ons003197901_01/_ons003197901_01_0159.php

        Een citaat uit de bespreking van Briel’s werk door Prof. Dr. A. Verhulst:

        “Het is verheugend dat een Noordnederlandse historikus, zonder vooringenomenheid, en met grote objektiviteit, de fundamentele inbreng van de Zuidnederlanders heeft belicht in de opbouw van de Republiek der Verenigde Provinciën, die zonder deze kwantitatief belangrijke en kwalitatief bijzonder hoogstaande immigratie wellicht nooit de omschakeling van een relatief achterlijk agrarisch land naar een vooruitstrevende kommerciële natie van internationale betekenis zo snel zou hebben doorgemaakt.”

        Briels heeft ook onderzoek gedaan naar de invloed en vooral de culturele inbreng van de Zuid-Nederlandse immigranten in de aanloop naar de Gouden Eeuw van de Republiek in een heel uitgebreid werk:
        J. Briels, Vlaamse schilders in de Noordelijke Nederlanden in het begin van de Gouden Eeuw 1585-1630, Mercatorfonds, Antwerpen, 1987, 454 p. (niet meer verkrijgbaar in de handel)
        Dit werk wordt besproken door Walter Prevenier: https://www.dbnl.org/tekst/_ons003198801_01/_ons003198801_01_0239.php
        Er is ook wel kritiek op Briels te leveren: de feiten zijn juist, maar we weten natuurlijk niet of de Gouden Eeuw mogelijk geweest zou zijn als de input van de Zuidelijke Nederlanden er niet geweest zou zijn. Wel vind ik het ergerlijk te moeten constateren dat bij een behoorlijk aantal Nederlanders die gestudeerd hebben deze feiten onbekend zijn. Ze verkiezen zich neerbuigend over de inwoners van wat nu Vlaanderen heet te gedragen i,p.v. zich te verdiepen in de geschiedenis.

        1. Henk Smout

          Migratie vanaf 1572 en “waarschijnlijk al enkele jaren eerder”, vlucht 1585, dan kun je volhouden dat dan “na 1565” klopt, al heeft Jan Mathijs het over “gevlucht”.
          Ik hoop eraan toe te komen de zaak nader te bestuderen.

          1. Roger van Bever

            Zeker, Henk, tussen emigratie en vluchten is een verschil, zij het dat in dit geval de vervolging of het zich vervolgd voelen door de Spanjaarden dat verschil kleiner maakte. Het was toevallig vooral de elite die zich tot het protestantisme ‘bekeerde’ en zich daardoor aan vervolging blootstelde. 🙂

    1. henktjong

      Ik kan u, als u mij boek niet hebt gelezen, deze reactie niet kwalijk nemen. Maar hij is wel verouderd, hoor. De basis voor de macht en rijkdom van het graafschap (dus niet de 17 of 7 verenigde Nederlanden, die zijn van veel later datum) zijn rond 1200 ontstaan door de gunstige ligging aan de mondingen van grote rivieren die diverse handelsgebieden met elkaar verbonden. De graven hebben een flinke vinger in de pap gehad door deze ontwikkeling politiek en economisch te steunen, waarbij ze er zelf ook niet armer van werden en als vorsten een fikse reputatie in het buitenland opbouwden. Afijn: lees De dageraad van Holland en u wordt een stuk wijzer.

    2. Roger van Bever

      Zie mijn antwoord aan Henk Smout. Je hebt gelijk dat het centrum van de Zuid-Nederlandse macht in de 16e eeuw zich van Vlaanderen naar Brabant heeft verplaatst. In een cursus die ik gevolgd heb bij de OU werd de 16e eeuw ‘de eeuw van Antwerpen’ genoemd. Maar wat de emigratie naar het Noorden betreft zijn er ook veel Vlamingen (protestanten) naar het Noorden gevlucht! 🙂

    3. FrankB

      Wat ik dan weer merkwaardig vindt: omdat Holland gelegen lag aan de periferie, niet alleen van Brabant, maar ook van de rest van de wereld, zou het geen interessant onderwerp voor een geschiedkundige studie zijn?! Een reactie als van u zouden we ook kunnen schrijven over christenen, Judea/Palestina en de latere grootste godsdienst ter wereld. Moet u daar ook om lachen? Nee? Dan zegt uw reactie meer over uzelf dan over de schrijvers.
      Het zou heel aardig zijn als vergelijkbare werken zouden verschijnen over Brabant, Vlaanderen, Gelre, Friesland en nog zo’n paar gebieden, vindt u niet?

      1. Frans

        Omdat Holland sinds pak ‘m beet 1500/1600 het belangrijkste gewest van de Nederlanden is geworden, bestaat er een neiging om de geschiedschrijving van de Nederlanden te concentreren op Holland. Er zijn nu dus boeken over West Frisia, Dorestad en het boek dat we op dit draadje bespreken (en ik waarschijnlijk morgen in huis heb), maar hoeveel van dergelijke boeken zijn er over de oostelijke gewesten? Over Brabant en Limburg valt ook genoeg te schrijven. Het verhaal van de opkomst van Brabant, hertog Jan en de slag bij Woeringen is net zo goed de moeite van het vertellen waard.

        1. henktjong

          Er zijn diverse boeken, waaronder populaire, over de andere gewesten van Nederland en Vlaanderen. Helaas zijn die niet te vergelijken met mijn boek. Ze zijn aan de ene kant te dik en te geleerd en aan de andere kant te dun en popie. Ik vraag me dikwijls af wanneer historici zich eens serieus gaan richten op mensen die echt belangstelling voor hun gewest hebben. Het blijkt dus te doen te zijn en mensen lijken het leuk te vinden. Dus….

    4. Dat verwijt van hollandocentrisme begint een beetje door te slaan. Mind you: ik heb het al gehoord bij de limes, die een correctie zou zijn op een verondersteld “hollands” geschiedbeeld, waarin de Germanen de “wij” en de Romeinen de “zij” zouden zijn. (Dat idee is dus Gelders.) Het boek van ’t Jong is gewoon een boek over de opkomst van Holland, niets meer, niets minder. Gelre, Luik, Brabant, Vlaanderen: ze zitten er allemaal gewoon in.

      1. Roger van Bever

        Volledig mee eens. Alle gewesten zijn interessant en we mogen blij zijn dat dergelijke boeken geschreven worden door mensen die hun kennis en belangstelling aan andere geïnteresseerden kunnen overdragen. Ik vraag me alleen af of het geschiedenisonderwijs in Nederland en Vlaanderen niet al jaren aan het achteruitkachelen is. Maar dat is een ontwikkeling die ook in een land als Frankrijk, waar geschiedenis traditioneel in de scholen hoog in het vaandel staat, aan de gang is. Zo nu en dan koop ik een boek waarin de leerlingen die zich voorbereiden op het baccalauréat hun kennis op peil kunnen brengen. Wat ik constateer is dat de stof te gefragmenteerd is en te weinig ingebed in de geschiedenis van ons continent en de rest van de wereld.

      2. Jeroen

        Broccoli!

        Dat mag je roepen in geval van een zogenaamd “broccoli-argument”. Dat is de verzamelnaam voor een type foutief argument dat helaas veelvuldig voorkomt.
        Het broccoli-argument is gebaseerd op de volgende fictieve conversatie;

        “Welke groente vind je lekker..?”
        “Ehm….spruitjes.”
        “Oh! Dus je HAAT broccoli?!”

        Oftewel; met het beweren van het ene wordt niet automatisch het andere ontkent. Vooral online kom je dit type redenering massaal tegen.
        “Stalin was een monster..”
        “Alsof Hitler zo geweldig was!”
        Enz., enz…

        Er is door Henk gewoon gekozen om een boek over Holland 1100-1300 te schrijven; daarmee zegt hij niet dat hij Limburg minacht of Utrecht niet de moeite waard vindt..of Vlaanderen…

        Driewerf Broccoli!

        …. en zo’n ” lange reeks” is het wat betreft het hier gekozen tijdvak nu ook weer niet!

  4. Er is nog één aanwijzing voor de Schotse relatie: het zegel van de graven van Holland vertoont een springende ruiter. Vanaf de Schotse relatie is dat de Schotse, klimmende leeuw. Maar misschien behandelt ‘T Jong dat wel en dan doet hij dat vast beter dan ik.

    1. henktjong

      Nee hoor. Zegels van graven, ridders en andere edelen tonen zodra ze tot ridder zijn geslagen allemaal een ruiter. De eerste keer dat er een leeuw zichtbaar is op het schild van één van de Hollandse graven, Dirk VII, is bewaard gebleven uit 1198, 36 jaar na het huwelijk. Het kan al veel ouder zijn en het kan zelfs zijn dat Dirks vader, Floris III (de man van Ada van Schotland) al een leeuw voerde, maar een afbeelding ervan op een zegel is niet bewaard gebleven. Zijn ruiterzegels tonen alleen afgesleten schilden. Miniaturen of andere afbeeldingen van deze graven zijn er niet. Er is dus geen sigillografisch bewijs voor een Schotse relatie. Maar lees pp. 104-106.

    1. henktjong

      Dat bedoel ik dus met die dikke, dure geleerde boeken. En als je er nou veel uit kon halen… Voor mijn periode viel dat nogal tegen.

Reacties zijn gesloten.