Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)

De heuvel met het Karthaagse paleis in Cartagena

[Derde deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Doelgroepen

Sta me wat oververeenvoudiging toe en laat me het publiek verdelen in mensen met hoge en lage informatiebehoefte.

Hoge informatiebehoefte Tweede lijn: verdiepende informatie & rechtvaardiging van de informatie Know how?
Know why?
Lage informatiebehoefte Eerste lijn: algemene informatie Know what?

Op het eerste niveau constateren we bijvoorbeeld dat de Romeinen in pakweg Utrecht hun olijfolie importeerden uit Andalusië; op het tweede leggen we vervolgens uit wat Dressel-20-amforen ons vertellen. Waar de behoefte aan verdiepende informatie precies ligt, valt af te leiden uit de vragen die mensen stellen. Musea hebben daar zicht op, en u begrijpt dat ik daarmee eigenlijk zeg dat een museumdirecteur als Robert Nouwen begrijpt wat op het spel staat.

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Wetenschapscommunicatie

Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.

In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Lees verder “De strijdbare Herman Schaepman”

De Europese canon (31-35)

Twee toepassingen van het SI-stelsel (Broodhuis, Brussel)

Het alweer achtste blogje in de reeks over de Europese canon is gewijd aan de eerste helft van de negentiende eeuw: de contouren van onze eigen cultuur en eigen tijd worden zichtbaar.

De meter

Periode: 1795

Alternatieven: Allgemeines Landrecht, Meridiaan van Parijs

Ik eindigde mijn voorvorige blogje met de Verlichting en mijn vorige blogje met de revoluties die Frankrijk en de rest van Europa ondersteboven kantelden. In de decennia rond 1800 werden allerlei verlichte denkbeelden geïntroduceerd. In Pruisen werd bijvoorbeeld het recht gesystematiseerd – het Allgemeines Landrecht, later gevolgd door soortgelijke codificaties elders in Europa.

Lees verder “De Europese canon (31-35)”

De staalwoestijn (2)

[Tweede deel van een stuk dat Saskia Sluiter schreef over haar boek De Staalwoestijn.]

Vervuiling

De werkgelegenheid uit het vorige blogje vormt is één kant van het verhaal. Een andere kant is de CO2-uitstoot van het bedrijf. Die is gigantisch: vorig jaar nog tussen de 11,4 miljoen ton (Tata Steel duurzaamheidsverslag 2021-2022) en 15 miljoen ton (Milieudefensie). Dat is ruim zeven procent van alle stikstofuitstoot in Nederland. Plus fijnstof, roet, looduitstoot, PAKS, zware metalen en ‘zeer zorgwekkende stoffen’ als vanadium en beryllium. Die zeer zorgwekkende stoffen zijn al in een minieme dosis supergiftig. In de rapporten staan ze vermeld als ZZS, want het ambtenarenjargon kronkelt zich in vele bochten om de werkelijke aard van dit soort gifstoffen niet expliciet te benoemen – de kool en de geit worden zorgvuldig gespaard.

Staal maken is een uiterst vervuilend proces en Tata is een supervervuiler. Het aantal kankergevallen in de IJmond ligt zo’n 25%, op sommige plekken zelfs 50% hoger dan gemiddeld, en dat is al vele jaren zo. Geen wonder dat er fel tegen het bedrijf wordt geprotesteerd. De kranten staan er bol van. Er staat een rechtszaak tegen Tata op de rol en het bedrijf heeft ook een schadeclaim van 1500 inwoners van Wijk aan Zee aan de broek hangen. De juridische messen worden zorgvuldig geslepen.

Lees verder “De staalwoestijn (2)”

De staalwoestijn (1)

“Wat een gaaf thema, dat van die Staalwoestijn. Voel je vrij eens een blogje te schrijven om er reclame voor te maken.” Dat mailde Jona me. Zoiets laat je je geen twee keer zeggen natuurlijk. Deze blog gaat dus over mijn nieuwe boek: De Staalwoestijn. Verandering van een landschap, van Hoogovens tot Tata: een geschiedenis. In die geschiedenis is de Oudheid ver weg: 1815-2023 is moderne tijd en, naarmate het verhaal vordert, recent en hedendaags.

Ik woon in Velsen-Noord, waar vervuiling, rook en stoom van diverse pluimage je dagelijks de neus in waait. Tata, Vattenfall, papierfabriek Van Gelder, intensief wegverkeer, scheep- en luchtvaart: ze dragen er allemaal een flinke steen aan bij. De grootste boosdoener is echter het fabrieksconglomeraat van Tata Steel. Tegelijkertijd is Tata ook de grootste werkgever in het gebied en dat maakt dit een lastig probleem.

Lees verder “De staalwoestijn (1)”

De Rijn

De Rijn bij Koblenz

Er is wat te doen geweest om de lengte van de Rijn, de antieke Rhenus. Iedereen schreef van elkaar over dat de stroom ruim 1330 kilometer lang was. Feitelijk meet de rivier 1233 kilometer. Althans tegenwoordig. Vroeger was de rivier iets langer, want door kanalen zijn er bekortingen geweest. Maar geen 100 kilometer.

De twee bronnen liggen in de Zwitserse Alpen. De daar ontspringende riviertjes komen samen in de omgeving van Chur, het oude Curia. Vanaf hier stroomt de rivier naar het Bodenmeer: 150 kilometer noordelijker en twee kilometer lager. Bij dit meer, ooit bekend als Lacus Brigantinus, buigt de rivier westwaarts en dondert vervolgens naar beneden over de enorme waterval bij Schaffhausen. Nog even verderop, bij Windisch (Vindonissa), mondt de Aare uit in de Rijn en vanaf daar is de stroom voor schepen bevaarbaar.

Lees verder “De Rijn”

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus, naar wie de Drususgracht is vernoemd (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?”