Kelmis

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten ben ik – mede dankzij uw donaties – vorige week neergestreken in België. Meer precies woon ik nu in een huisje op de Vaalserberg, vanuit Nederland gezien net over de grens. Hierboven ziet u mijn tuin. Even verderop ligt Kelmis, de hoofdstad van (beter: de enige stad in) (nog beter: het enige dorp in) het gebied dat van 1816 tot 1919 bekendstond als Neutraal Moresnet. Hier lag een belangrijke zinkmijn, die Pruisen tijdens het Congres van Wenen niet gunde aan het nieuwe koninkrijk Nederland, terwijl Nederland de mijn niet gunde aan Pruisen. De tijdelijke oplossing was dat Kelmis een stukje niemandsland werd. Dat bleef de situatie na de Belgische onafhankelijkheid in 1830. Wat nu het Drielandenpunt heet, was voortaan een vierlandenpunt en de weg die daarvandaan naar Vaals loopt, heet nog altijd Viergrenzenweg.

Inmiddels zijn de grenzen verschoven en ligt Neutraal Moresnet geheel binnen België. De zinkmijn bestaat niet langer. De spoorlijn die Russische krijgsgevangenen tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwden om Aken via Kelmis met Luik te verbinden, ligt er nog wel en af en toe hoor ik in de verre verte een goederentrein voorbij rijden. Als u meer over Moresnet wil weten moet u het boek Zink van David Van Reybrouck lezen of het boek Moresnet van Philip Dröge. Herman Clerincx heeft weleens over deze “droomstaat voor smokkelaars en esperantisten” gepubliceerd in Geschiedenis Magazine. Ik denk niet dat er een plek op aarde is met een hoger aantal gepubliceerde pagina’s per hoofd van de bevolking, met de mogelijke uitzondering van het eiland van Robinson Crusoë.

Ik kwam maandag, op weg naar Aken, door Kelmis fietsen. Wat me opviel, was dat de opschriften waren in het Duits en Frans, wat in de Belgische Oostkantons normaal is, en ook in het Nederlands, wat je iets minder vaak ziet, en verder in het Italiaans, Spaans en iets wat wel Platdiets zal zijn, de lokale spreektaal. Op de façade van de kerk ontwaarde ik bovendien nog enkele woorden Latijn. Het enige wat aan de mengelmoes ontbrak, was het Esperanto, en dat is wel sneu want een eeuw geleden waren er plannen om Neutraal Moresnet te maken tot ’s werelds eerste echte Esperantoland. Het heeft niet zo mogen zijn, maar ooit is er dus een land geweest dat zich committeerde aan de hoop van een gedeelde wereldtaal en waar 4% van de bevolking die taal ook sprak.

Hetgeen me brengt bij een taalvraag. Toen ik vorige week een kopje koffie in Kelmis dronk, legde iemand me de opmerkelijke herkomst uit van de naam Kelmis. Het heette eigenlijk Kolenmijn, in het Limburgs koalemien, wat in het Frans verbasterde tot La Calamine, wat via het Platdiets Kelemis in het Duits dus Kelmis werd. In het Frans kon je het Luikse zink (dat dus niet uit Luik kwam maar daar wel werd bewerkt) aanduiden als calamine.

Dit alles wilde ik best geloven, al was het maar omdat dit gebied ooit meer Nederlandssprekenden heeft gehad, zodat het bestaan van een Nederlandse naam me niet verbaasde. Ook wilde ik best denken dat de Vaalserberg, niet zo ver van de mijnen rond Luik en die van Heerlen, verrijst boven een steenkoolbekken.

Terwijl ik verder fietste kreeg ik toch wat twijfels. Om te beginnen: komt zink wel voor in dezelfde aardlagen als steenkool? Ik heb geen idee. Iemand die ik de etymologie had toegetwitterd attendeerde me erop dat het Franse calamine is afgeleid van lapis calaminaris, een erts waarvan Plinius de Oudere vertelt dat het ook in Campanië en bij Bergamo wordt gewonnen en dat hij cadmea noemt. Dit laatste is de Latijnse vorm van het Griekse καδμία. “Ze zeggen dat het onlangs ook is aangetroffen in de provincie Germania,” voegt Plinius toe, in een passage die, om redenen die ik niet heb kunnen achterhalen, wordt betrokken op Kelmis.

In mijn huisje zocht ik het nog eens na in het fijne boek van Dröge, die erop wijst dat tussen lapis calaminaris en kelmis de Germaanse tussenstap galmei zit. Dit weten we dus: ooit was er de naam calaminaris en daaruit zijn calamine en (via galmei) kelmis ontstaan. Dat calamine zou zijn afgeleid van kolenmijn is dus onjuist, al wil ik geloven dat Nederlandstaligen het Franse woord van een verbeterde oervorm hebben voorzien, ongeveer zoals mijn grootvader punaises aanduidde als pinijzers.

Wat ik overigens niet begrijp is hoe de /dm/ van cadmia heeft kunnen veranderen in de  /l/ in calaminaris. Het klinkt, als je deze klanken in je mond vormt, niet als een logische verandering.

19 gedachtes over “Kelmis

  1. Willem Vermeer

    Twee vluchtige kleinigheden die niets oplossen. Ik zie dat internet bronnen die het punt noemen, geneigd zijn toevoegingen te hanteren als “unexplained alteration”. En ik zie ook dat men de verbinding wel eens omkeert: “calamine is derived from Le Calamine, the French name of the Belgian town of Kelmis.” (Wikipedia sub “List of chemical element name etymologies”.) More research is needed. 😉

  2. Marcel Meijer Hof

    Zonder zink geen viooltje !

    Het zinkviooltje (Viola lutea subsp. calaminaria, synoniem: Viola calaminaria) is een ondersoort uit de viooltjesfamilie (Violaceae). De plant komt van nature voor in Kelmis (La Calamine) in de Belgische provincie Luik. De plant heeft zich aangepast aan een overmaat aan zink, afkomstig van een oude storthoop (terril) van een vroeger mijnbouwbedrijf.

    Het opvallende gele viooltje komt ook voor langs de Geul, bij Epen, waar het net de Nederlandse grens bereikt. Het zink in het gebied langs de Geul is afkomstig van de zinkmijnen die tussen 1860 en het begin van de twintigste eeuw in België geëxploiteerd werden. Op het oude mijnterrein tussen Plombières (Blieberg) en Moresnet liggen nog steeds zinkhoudende slakken.
    (Bron: Wikipedia)

    Bonnes séjours de vacance.

    1. Beugwant

      De Duitstalige Wikipedia noemt een veel langere bloeitijd dan de Nederlandse. Het is best wel een ervaring op dat geelbebloemde weitje te staan, in de wetenschap dat dat plantje alleen daar zo bloeit. Zoek ze op, Jona, ik heb ze indertijd netjes laten staan.

  3. Ja zink mineralen kunnen in kolenmijnen voorkomen, samen met lood, cadmium en pyriet. Maar de lagen waar in Kelmis en verre omstreken zink werd gewonnen, zijn onder carbonische kalksteen. Dus ouder dan de kolen, die uit het boven carboon komen. Ertsgangen vormen zich gedurende lange tijd in spleten in een gesteente waar ruimte is. De mineralen zijn meestal opgelost in water, dat door de sleten stroomt. Het is een langzaam proces. En sommige mineralen zoals zink en lood komen vaker samen voor.

    1. Roger Van Bever

      Interessant, Antoinette. Voor mij weer eens de gelegenheid om er wat dieper in te duiken. In Leuven volgde ik het keuzevak Geologie en mineralogie. Dat was in het jaar 1963.

      Over Kelmis nog een interessante site: http://www.eifelnatur.de/Niederl%E4ndisch/Seiten/Zinkmijnen%20Kelmis.html
      Er zijn nog een paar zinkwitfabrieken in werking waar uit zinkerts zinkoxyde gewonnen wordt dat vele toepassingen kent o.a. in de verfindustrie: Eysden (zinkwit fabrieken), Budel (in Budel worden ook nog een aantal andere stoffen geproduceerd.)

      Toen ik aan de Universiteit in Maastricht werkte kregen ik en een aantal andere collega’s een rondleiding op ons verzoek in ‘de Zinkwit’. Wij hadden tamelijk veel patiënten die daar werkten longklachten hadden en zo konden we onszelf vergewissen dat dit inderdaad zwaar en niet zo’n gezond werk was. Het Limburgs steenkoolgebied is gelegen aan beide kanten van de Belgisch-Nederlandse grens.

      Over het Carboon en Nederland voor de niet-geologen onder ons:

      http://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/carboon#head6

      Over de geschiedenis van de Nederlandse mijnen in Limburg:
      https://www.demijnen.nl/van-groen-naar-zwart-en-weer-terug

      Met vriendelijke groet!

      1. Dank je wel, ik ken het gebied heel goed, heb er veel wandelingen gemaakt en dan wordt je nieuwsgierig. dus dat wordt informatie inwinnen en zo ben ik met de geologie in aanraking gekomen. want zonder een ondergrond begrijp je veel niet.

    2. Saillant detail: gedurende dit jaar is er een bedrijf dat in overleg met provinciale overheden proefboringen wil doen om te zien of de zinkmijnen niet opnieuw operabel gemaakt kunnen worden. Uiteraard zijn er tegenstanders waaronder niet alleen burgers in de buurt, maar ook toeristische organisaties in het Nederlandse heuvelland en het instituut dat overweegt om de Einstein telescoop in Vaals te plaatsen.

  4. Jeff

    Twee verhalen rondom Neutraal Moresnet.
    Waarschijnlijk klopt er niet veel van deze vertellingen op de grens van waarheid en fictie met een hoog samenzweringsgehalte.
    Maar dat vind ik niet zo boeiend, ik vind de verhalen gewoon leuk 😉

    Geschreven door Moritz Kuszczynka:

    Het uranium van Moresnet. Een samenzwering om het uranium van Moresnet te krijgen.
    https://philipvanegmond.nl/moresnet/moresnet01.htm

    Een tsaar verdwijnt. Hoe ontsnapte tsaar Alexander I naar Moresnet?
    https://philipvanegmond.nl/moresnet/moresnet02.htm

  5. Cornelius Mirande

    TUINTIP: Je hebt in ieder geval een (onverzorgde) rozenstruik in je tuin. Ik stel je voor alle stelen waar verlepte rozen rozen aan zitten op het derde oog weg te knippen. Dan bloeit ie over 4 weken weer opnieuw.

  6. Roger Van Bever

    …Wat ik overigens niet begrijp is hoe de /dm/ van cadmia heeft kunnen veranderen in de /l/ in calaminaris. Het klinkt, als je deze klanken in je mond vormt, niet als een logische verandering…

    Eerstens, wat een leuke tuin heb jij daar in mijn vaderland. En de fiets, Reve zou geschreven hebben de ‘phiets’, prijkt ook op de foto. Ik hoop dat het daar een beetje rustig is.
    Dit is weer een leerzaam stukje voor mij, want tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik nog nooit in dit gebied geweest ben.

    Maar nu, serieus:

    Zou het niet zo kunnen zijn dat de merkwaardige medeklinkerverandering komt, doordat het niet afgeleid is van het Griekse καδμος of καδμεια? Dan wordt het minder merkwaardig. Het element Cadmium is De naam cadmium is afkomstig van het Latijnse cadmia (Grieks: kadmeia, καδμεία), een oude benaming voor zinkcarbonaat. Cadmium werd in 1817 ontdekt en kreeg zijn naam, toen de Duitse chemicus Friedrich Strohmeyer het als een onzuiverheid in het mineraal calamiet (zinkcarbonaat) ontdekte.Dus de naam calamiet (verbinding) was er vóór de naam van het element cadmium.
    Nu heb ik een keur aan historische Franse woordenboeken uitgepluisd om te zien of het misschien uit een Romaanse taal afkomstig zou kunnen zijn.
    Het zou van Normandisch-picardische oorsprong kunnen zijn :
    https://www.persee.fr/doc/roma_0035-8029_1904_num_33_132_5373
    en dan later uit het Frans in het Italiaans zijn overgenomen. Dan zou het Grieks of het Latijn er niets mee te maken hebben. Cave: dit is natuurlijk ook maar een hypothese. Het zou wel je vraag van die rare medeklinkerverschuiving oplossen.
    Eerlijk gezegd ben ik het met Herman Clerinx eens dat we die volksetymologie kunnen vergeten.

    1. Marien

      Ik heb mijn oude leerboekje Nederlandse spraakkunst er eens bij gehaald. Een klankverandering van /d/ naar /l/ is wellicht minder raar dan we kennelijk denken. Beide zijn het stemhebbende dentalen (dus gevormd door de tongpunt en de tanden, plus daarbij gebruik van de stembanden). Ze staan pal naast elkaar in mijn klankenoverzicht.

      Maar in Nederland hebben we de neiging de /d/ aan het eind van een lettergreep scherper uit te spreken, dus richting /t/. Dan gaat het stemhebbende eraf en wordt het verschil met de /l/ groter. Maar bv. Engelssprekenden doen dat niet: ‘god’ is Engels, ‘gott’ is Duits.

      Van een mooie ronde /d/ naar een /l/ lijkt me dus niet zo erg raar. En dan schuift er achter die /l/ ook makkelijk een klinker tussen als overgang naar de erop volgende /m/. Probeer maar: /dm/ komt er naadloos uit, maar bij /lm/ wordt dat lastiger. Dus wellicht is het zo gegaan met ‘kadmia’ naar ‘calami-‘?

      Wat ik niet kan begrijpen is hoe men in sommige delen van Engeland ‘bread’ uitspreekt als ‘bwead’. Van een palatale klank naar een bilabiale…? Rare jongens, die Britten.

  7. Theo Joppe

    Calamine = kelmis. Zoveel is duidelijk. Maar dit heeft volgens mij niets te maken met het Griekse ‘cadmia’ en inderdaad, zo’n etymologie is wel heel vergezocht. Dit is een heel diffuus taalgebied, dus er valt weinig over te zeggen. Anders dan dat, misschien, er ooit een boerderij zal zijn geweest die ‘La Calamine’ werd genoemd. Maar misschien was dat wel een scheldwoord van de buren voor de lokale boerendochter :-).

    Breek je hoofd er niet over Jona, veel plezier en rust in het Belgische!

  8. Manfred

    De calamieten waren de planten en bomen tussen het Carboon en het Perm waar de steenkoollagen uit schijnen te zijn ontstaan.

    Dan: calamiet = steenkool-iets en cadmium = zink-iets.

    1. Manfred

      Vergeet ik helemaal de clou er bij te vermelden.

      Er was dus geen sprake van een klankverandering van een /dm/ in een /l/; de naam veranderde niet van uitspraak. Er waren twee namen met – hoewel gerelateerd – twee verschillenden betekenissen die elkaar afwisselden.

  9. Erik Bouwknegt

    “Ik denk niet dat er een plek op aarde is met een hoger aantal gepubliceerde pagina’s per hoofd van de bevolking, met de mogelijke uitzondering van het eiland van Robinson Crusoë.”

    Ik zou gokken op een ander eiland, namelijk Pitcairn. De ongeveer 50 bewoners stammen af van de muiters van de Bounty, waar toch ook aardig wat over geschreven is. Voor extra leesvoer zorgt een kindermisbruikschandaal dat al jaren voortsleept.

  10. Tonni de Boer

    Wordt het onderhand niet eens tijd ons te teasen met een tipje sluier wat je daar aan het schrijven bent?

Reacties zijn gesloten.