Hekataios van Milete

Wereldkaart van Hekataios

Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

Een nieuwe tijd

De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

Lees verder “Hekataios van Milete”

Interview met Jeroen Princen

Jeroen Princen (foto Eva Keeming)

Op 29 oktober, als er in Nederland verkiezingen zijn, ben ik op de dag af tweeënveertig jaar kiesgerechtigd, en hoewel ik in die tweeënveertig jaar lid ben geweest van verschillende politieke partijen, ben ik een zwevende kiezer. Mijn meest linkse stem was voor iemand van Groen Links en mijn meest rechtse voor iemand van de VVD. De cruciale woorden zijn hier “iemand van”, want ik streef ernaar een voorkeurstem uit te brengen op iemand die ik ken en vertrouw. Dit keer zal dat Jeroen Princen zijn. Ik ken hem persoonlijk en ook u kunt hem kennen, want hij was de curator van het Imtech-faillissement. Hij begrijpt dus hoe je een boekhouding moet lezen, wat me een aanbeveling lijkt voor een volksvertegenwoordiger.

Je hebt het grootste faillissement uit de Nederlandse geschiedenis afgewikkeld, je mag op je lauweren rusten. Wat beweegt een weldenkend mens om zich te storten in de Haagse slangenkuil?

Lees verder “Interview met Jeroen Princen”

De Gordiaanse knoop

De Azara-herme (Louvre, Parijs)

Het verhaal van de Gordiaans Knoop is wereldberoemd. Toen de Macedonische koning Alexander de Grote een knoop niet kon ontwarren, hakte hij die maar door. Maar ook al is de anekdote spreekwoordelijk geworden, we hebben geen idee wat er op het spel stond.

Situatie

De situatie kennen we. Alexander was met in het voorjaar van 334 v.Chr. een leger van ruim 40.000 man de Hellespont overgestoken en had daar een inderhaast samengesteld Perzisch leger verslagen. Hij had tijd verloren tijdens de belegering van Halikarnassos en was daarna het binnenland van het huidige Turkije binnengetrokken. In Gordion, ooit de hoofdstad van Frygië, bracht hij de winter door. Zolang hij niet wist hoe de Perzen zouden reageren op zijn inval, kon hij weinig anders doen wachten. Enerzijds was een Perzische vloot actief in de Egeïsche wateren, die de Macedonische aanvoerlijn kon afsnijden; anderzijds verzamelde de pas aangetreden Perzische koning Darius III een leger, ergens in het oosten. Alexander wist niet wat het voornaamste strijdtoneel zou zijn.

Lees verder “De Gordiaanse knoop”

Het Huis van de Europese Geschiedenis

Toen in de negentiende eeuw de nationale staten – ik kan het populaire anglicisme “natie-staten” niet uit mij pen krijgen – vorm kregen, moest nog aan de mensen worden uitgelegd dat ze voortaan één volk waren in één staat. Koningsdag, het volkslied, een vlag, een taal van vreemde smetten vrij, feestdagen, monumenten voor nationale helden, een gestandaardiseerde geschiedschrijving en natuurlijk ook nationale historische musea. Hoe succesvol dit programma was, blijkt wel uit het feit dat we nauwelijks meer herkennen hoe artificieel de nationale staten eigenlijk zijn.

Nieuwe perspectieven

De Dekolonisatie bracht verandering. Wilden de Europese economieën het wegvallen van de voormalige koloniën compenseren, dan moest men een grotere interne markt scheppen. Dat is dan ook gedaan. Generaties politici hebben het wegnemen van belemmeringen als prioriteit gehad. Er ontstonden supranationale instellingen, met als bekendste voorbeeld de reeks EGKS, EEG, EG en EU, die begon als orgaan voor permanent intergouvernementeel overleg en inmiddels is te beschouwen als een semidemocratische semistaat.

Lees verder “Het Huis van de Europese Geschiedenis”

Bruxelles, je t’aime

Mijn fiets in Brussel

Recht op de man kreeg ik onlangs de vraag voorgelegd: “Waarom houd je eigenlijk van Brussel?” De vraag kwam onverwacht en ik was op het verkeerde been gezet. “Omdat het een stad is”, was het eerste wat ik bromde. Dat klopt ook wel. Ik had ook kunnen antwoorden “Omdat er een Librairie Jona is”. Het stukje dat ik daarover ooit schreef, kwam uit mijn tenen. Al gaat het natuurlijk niet over Brussel.

Ik geloof dat het eigenlijke antwoord in het verlengde van de vorige alinea ligt. Brussel heeft – for better or worse – iets internationaals, meertaligs en multicultureels. Voor wie, zoals ik, woont in een stad waarin steeds meer Engels wordt gesproken door mensen die volstrekt niets interessants te melden hebben, is het een verademing te wandelen door een stad waar Frans nadrukkelijk aanwezig is. Ik weet niet of alles wat in die taal wordt gezegd interessant is, maar het is tenminste iets anders.

Lees verder “Bruxelles, je t’aime”

Geliefd boek: Die versprengten Deutschen

Karl-Markus Gauß (1954) is een Oostenrijkse schrijver die in Salzburg leeft. Hij is bekend als essayist en reiziger door Midden- en Oost-Europa, waarover hij lezenswaardige boeken heeft gepubliceerd. Het werk van Gauß is in verscheidene talen vertaald, maar bij mijn weten nooit in het Nederlands. De schrijver bedient zich van een helder, modern Duits zonder ingewikkelde constructies of al te lange zinnen, observerend zonder meanderende reflecties en met af een toe een laconiek terzijde.

Hij schreef onder andere Die sterbenden Europäer (2001) over kleine Europese volkeren die verdwijnen en Die Hundeesser von Svinia (2004) over Romas in een klein dorpje in het oosten van Slowakije. Ook anderszins heeft hij zich voor de Romas ingezet. Steeds is de schrijver op zoek naar de randen van het officiële Europa en de marginale groepen die er leven.

Lees verder “Geliefd boek: Die versprengten Deutschen”

Er is er een jarig

Een euro in Frankfurt

Het eerste stukje van het nieuwe jaar: ik wens u het allerbeste.

En ik begin het nieuwe jaar met een stukje over een zegening die ik vandaag tel: de Europese samenwerking. Die is geen panacee voor alle kwalen, maar wel degelijk nuttig, en dan denk ik vandaag vooral aan de invoering van de gemeenschappelijke munt. Dat die fantasieloos euro moet heten is omdat politici écu te Frans vonden klinken, wat alweer aangeeft hoezeer het een gedrocht is, beklonken in de politiek. En zoals we de afgelopen jaren hebben gezien was het monetair beleid niet zelden eveneens een gedrocht. Ik denk bijvoorbeeld dat Griekenland dwaas is geweest maar dat de bestraffing excessief was. Dat alles wil niet zeggen dat ook het bestaan van de euro een gedrocht is.

Waarom kregen we de euro ook alweer? Niemand zat er werkelijk op te wachten – zeker de bankiers niet. Het besluit over te schakelen op één munt was zuiver politiek: de twee Duitslanden wilden zich na 1989 verenigen, en Frankrijk, dat begreep politiek en economisch overvleugeld te zullen worden, eiste controle over de Duitse mark. De euro was een dappere uitruil en alleen al hierom verdienen Kohl en Mitterand een standbeeld. Wie er meer over wil weten, moet The Road to European Monetary Union van André Szász maar lezen.

Lees verder “Er is er een jarig”

Thierry Baudet

Giotto, De woede (Srovegni-kapel, Padua)
Giotto, De woede (Scrovegni-kapel, Padua)

In mijn filterbubbel was gisteren nogal veel te doen over een politicus wiens naam al te vaak wordt genoemd en die nu dan, zo las ik overal, het masker écht had laten vallen en zijn ware gezicht had laten zien. Niemand, zo werd me toegeschreeuwd, kon nu nog ontkennen dat het lavendelmonster een fascist was. In een artikel over de Franse schrijver Houellebecq in American Affairs zou Thierry Baudet – want ook ik ontkom er niet aan zijn naam te vermelden – zich duidelijk hebben gekeerd tegen euthanasie, abortus, euthanasie en werkende vrouwen. Onze volksvertegenwoordigers vinden dat dus maar niks.

Daarin hebben ze natuurlijk volkomen gelijk.

Het is ook volkomen niet ter zake.

Ik ken voldoende mensen die sympathiseren met Thierry Baudet. Het zou vreemd zijn als ik die niet kende, want er zijn nogal wat FvD-stemmers. Als ik vraag waarom ze stemmen op iemand die heeft geschreven dat vrouwen overweldigd willen worden, als ik ze erop attendeer dat iemand die een privétaal spreekt het volk per definitie niet vertegenwoordigt of als ik hun voorleg dat een Nexit echt geen goed idee is, dan geven die sympathisanten meteen toe dat Baudets ideeën weerzinwekkend zijn. Maar, zo zeggen ze, hij schudt de politiek tenminste op. Zijn geluid is weliswaar niet nieuw of fris, erkennen ze, maar het is tenminste anders.

Lees verder “Thierry Baudet”

De platte aarde

De informatie in elke door ons gesproken of geschreven zin vormt – om er eens een cliché tegenaan te gooien – het topje van een ijsberg. Er is de eigenlijke mededeling, maar die is alleen begrijpelijk doordat de spreker/schrijver en de luisteraar/lezer allerlei ideeën delen. Anders geformuleerd, de overdracht van informatie veronderstelt gedeelde informatie. Ik heb er al wel vaker op gewezen dat elke antieke tekst een wereldbeeld veronderstelt waarin de grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk niet ligt waar wij die trekken. Een ander aspect is de tegenstelling tussen beschaving en barbarij. Ook veronderstelt menige antieke tekst een platte aarde.

Een oudheidkundige zal zich, voor hij zelfs maar aan het doorgronden van een tekst kan denken, dat antieke wereldbeeld eigen moeten maken, want anders kan hij de oude teksten, die zo vol onware beweringen zitten, niet serieus nemen. Dan negeer je de informatie en is er een serieuze kans dat je het kind met het badwater weggooit. Wonderlijk genoeg zijn er nauwelijks boeken of websites die het antieke wereldbeeld echt uitleggen en daarom ben ik des te blijer met De platte aarde. De rijke geschiedenis van een mythisch denkbeeld van de filosoof Hans Dijkhuis.

Lees verder “De platte aarde”

Bangmakerij

Aristoteles (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Ik zal de allerlaatste zijn om te zeggen dat kennis van de Oudheid noodzakelijk is, maar soms zit er in de bonte grabbelton van antieke ideeën iets bruikbaars. Zoals Aristoteles’ opvattingen over de wijze waarop mensen in een discussie anderen overtuigen, een onderwerp waar hij opvallend veel en heel origineel over heeft geschreven. De Griekse filosoof meende dat drie factoren een rol speelden:

  1. logos: de logische opbouw van de argumentatie;
  2. ethos: of de spreker persoonlijk overtuigend is;
  3. pathos: of de spreker aan de gevoelens van het publiek weet te appelleren.

Klinkt simpel, is simpel. Er zijn eenvoudig te benoemen fouten die je kunt vermijden.

Lees verder “Bangmakerij”