Twee soorten mensen

Imam Ali

Het kan geen westerling, reizend door een land met een overwegend islamitische bevolking, ontgaan dat daar allerlei Engelstalige slagzinnen zijn: soms staan ze op de muren geschilderd, soms zijn het spandoeken, soms is het een bord langs de weg. En het zijn altijd spreuken die je wil horen. “Als een reiziger in een islamitisch land schade lijdt, moeten de islamitische autoriteiten deze volledig vergoeden,” was lange tijd te lezen op een schilderijtje dat hing in vrijwel alle hotels in de Islamitische Republiek Iran. De uitspraak werd toegeschreven aan een van de heilige imams.

In Pakistan zag ik op een militair gebouw een citaat van Aristoteles: “We zijn vrienden van Plato maar nog meer zijn we vrienden van de waarheid.” Klinkt nobel, tot je je realiseert dat “waarheid” hier wordt opgevat als al-haqq, een van de negenennegentig namen van God. Je wordt daarna wat sceptisch over zulke mooie spreuken, vooral als je ze natrekt en ontdekt dat de context weleens een andere uitleg biedt. Zonder onaardig te willen zijn of te twijfelen aan de oprechtheid van de Iraanse hotelier die een medereiziger daadwerkelijk compenseerde voor verloren geld: veel van die spreuken lijken gericht op westerse bezoekers en tonen wat sociaal wenselijk is.

Momenteel volg ik het pausbezoek op de voet. Mijn eigen bezoek aan Irak is door de corona-crisis namelijk niet doorgegaan en zo zie ik tenminste iets. (Het is overigens onbegrijpelijk dat Zijne Heiligheid geen Nederlander meenam als embedded historian.) Omdat ik wat sceptisch ben over die slagzinnen, was ik dat ook over de leuze die te lezen valt op borden die in Najaf langs de weg staan:

People are of two kinds. They are either your brothers in faith or your equals in humanity.

Was getekend: Imam Ali (r.656-661), de centrale figuur in de ontstaansgeschiedenis van de Sji’a, begraven in het heiligdom in Najaf. Goed citaat, maar ik had zo mijn bedenkingen, temeer daar ik niet zo snel de herkomst kon vinden.

In dit soort situaties raadpleeg ik een bevriende hojatoleslam die me al snel verwees naar de Nahjul Balagha, een verzameling teksten van Imam Ali: 241 preken, 79 brieven en 480 uitspraken. Het citaat is te vinden in Brief 53, die Ali richtte aan Malik al-Ashtar, de gouverneur van het pas veroverde Egypte. Het is een lange brief maar u vindt de passage in de paragraaf over “The qualifications of a governor and his responsibilities”.

Ik laat in het midden of de brief in kwestie een aan Ali toegeschreven vorstenspiegel is of een werkelijk door de imam geschreven tekst is. Gegeven het feit dat het Kalifaat in deze tijd vorm kreeg, neem ik overigens aan dat een brief als deze zeker kan hebben bestaan. In ieder geval past het sentiment in de ontstaansfase van de islam, toen de doctrine nog niet was uitgekristalliseerd en de moslims de Arabische monotheïsten waren, die de wereld deelden met de andere monotheïsten.