Het leven van Herodotos

Modern portret van Herodotos (Bodrum)

[Tweede van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Over het leven van Herodotos is weinig bekend. Onze belangrijkste bron is het boek dat hij schreef, de Historiën. Het woord zou pas later “geschiedenis” gaan betekenen; in de vijfde eeuw v.Chr. betekende het nog “onderzoeksverslag”. Deze opmerkelijke tekst bevat enkele aanwijzingen die ons helpen de contouren van het leven van de schrijver te schetsen.

Halikarnassos en Thourioi

Zoals uit de hierboven geciteerde proloog blijkt, kwam Herodotos uit Halikarnassos, het huidige Bodrum in het zuidwesten van Turkije. Niet ver van Herodotos’ geboortestad ligt het eiland Samos, dat in de Historiën zo’n prominente plaats inneemt, dat wel is aangenomen dat Herodotos er verscheidene jaren heeft doorgebracht. Dat geldt voor Athene: Herodotos kent de belangrijkste Griekse stad van zijn tijd goed en kan er enige tijd hebben doorgebracht.

Lees verder “Het leven van Herodotos”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Waarom klassieken? (4)

Het theater van Dionysos in Athene.

Geen van de auteurs uit het Alexandrijnse pantheon der Griekse letteren leefde na 300 v.Chr. Al in de derde eeuw was op deze wijze afgebakend wat klassiek zou worden: wat aan Alexander de Grote voorafging verdiende navolging, wat erop volgde was op z’n best van onduidelijke waarde.

Er zouden nog talloze belangrijke boeken worden geschreven, maar ze zouden nooit zo populair worden als de teksten van vóór Alexander. Nieuwe genres, zoals literaire brieven, liefdesgeschiedenissen, idyllen, biografieën en satiren, zouden nooit de status verwerven die het heldendicht, de lyriek en de tragedie bezaten. Dit gebrek aan populariteit heeft ervoor gezorgd dat deze teksten minder goed zijn overgeleverd dan het klassieke materiaal.

Lees verder “Waarom klassieken? (4)”

Waarom klassieken? (2)

 

Ik gaf in het vorige stukje aan dat de afstammelingen van de Griekse en Macedonische kolonisten die zich hadden gevestigd in het door Alexander de Grote veroverde Nabije Oosten zich graag presenteerden als Griek, omdat dit hun toegang verleende tot de hogere functies. De Griekse cultuur waarmee ze zich presenteerden, diende daardoor statisch te blijven, omdat ze anders niet herkenbaar was.

Er was nog een andere reden waardoor de Griekse cultuur van de vijfde en vierde eeuw dé standaard werd op literair en artistiek gebied. Even belangrijk was dat de bewonderde beschaving inderdaad op een bepaalde manier kon doorgaan voor superieur, en niet doordat ze militair nogal succesvol was geweest. Zo waren de Griekse beeldhouwers er als enigen in geslaagd de menselijke anatomie volmaakt weer te geven in brons of marmer. Hun oudste beelden waren even statisch geweest als de Egyptische en Fenicische sculptuur, en latere waren gekenmerkt door amandelogen, een onbeholpen glimlach en klutsknieën, maar uiteindelijk hadden kunstenaars de anatomische perfectie bereikt. Over de schilderkunst kon een vergelijkbaar verhaal van perfectionering worden verteld.

Lees verder “Waarom klassieken? (2)”

De platte aarde

De informatie in elke door ons gesproken of geschreven zin vormt – om er eens een cliché tegenaan te gooien – het topje van een ijsberg. Er is de eigenlijke mededeling, maar die is alleen begrijpelijk doordat de spreker/schrijver en de luisteraar/lezer allerlei ideeën delen. Anders geformuleerd, de overdracht van informatie veronderstelt gedeelde informatie. Ik heb er al wel vaker op gewezen dat elke antieke tekst een wereldbeeld veronderstelt waarin de grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk niet ligt waar wij die trekken. Een ander aspect is de tegenstelling tussen beschaving en barbarij. Ook veronderstelt menige antieke tekst een platte aarde.

Een oudheidkundige zal zich, voor hij zelfs maar aan het doorgronden van een tekst kan denken, dat antieke wereldbeeld eigen moeten maken, want anders kan hij de oude teksten, die zo vol onware beweringen zitten, niet serieus nemen. Dan negeer je de informatie en is er een serieuze kans dat je het kind met het badwater weggooit. Wonderlijk genoeg zijn er nauwelijks boeken of websites die het antieke wereldbeeld echt uitleggen en daarom ben ik des te blijer met De platte aarde. De rijke geschiedenis van een mythisch denkbeeld van de filosoof Hans Dijkhuis.

Lees verder “De platte aarde”

Byzantijnse krabbel (4): Zwaartekracht

Aristoteles (Louvre, Parijs)

Ik ontdekte Aristoteles van Stageira pas nadat ik was afgestudeerd. Het Organon, de verzameling teksten waarin de filosoof de grondslagen legde voor de logica, was een van de lacunes in het academisch onderricht. Ik heb ingeschreven gestaan aan twee universiteiten, heb colleges gelopen aan nog twee andere, maar nergens deed men er iets aan, terwijl het Organon een van de belangrijkste en invloedrijkste teksten is uit de oude wereld. Je mag overigens de vraag stellen of Aristoteles’ logica niet eigenlijk een retorische truc was: hij deed alsof hij een waterdicht systeem had om waarheden af te leiden, maar in de praktijk sloeg hij er weleens een slag naar. Je kunt hem makkelijk vergeven, want hij heeft als eerste een ideaal geformuleerd en heeft de methode van begin af aan ontwikkeld.

Maar de methode is niet waterdicht en ook Aristoteles slaat de plank weleens mis, zoals wanneer hij beweert dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte.

Als een bepaald gewicht een bepaalde afstand aflegt in een bepaalde tijd, zal een zwaarder gewicht dezelfde afstand in minder tijd afleggen. De tijd is omgekeerd evenredig met het gewicht. Zo zal een gewicht dat dubbel zo zwaar is als een ander, dezelfde afstand in de halve tijd afleggen. (Over de hemel 1.6).

Lees verder “Byzantijnse krabbel (4): Zwaartekracht”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus als deze. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

aristotle_carpet
Aristoteles op een Perzisch tapijt

Alles is water. De Babyloniërs wisten het al. En ook de wijsheid kwam vanuit de zee. Ooit waren de Zeven Wijzen, de apkallu, uit de oerwateren opgeklommen om de mensheid van alles te leren. De Grieken namen deze ideeën over. Alles is water, zei dus ook Thales van Milete, en hij begon te speculeren over de aard van de werkelijkheid. Het maakte indruk. Toen de Grieken eveneens het concept van “zeven wijzen” overnamen, pasten ze het niet toe op aquatische schepselen maar op echte mensen. Daar rekenden ze ook Thales toe.

Wat ik maar zeggen wil: de Griekse filosofie bouwt voort op de Mesopotamische cultuur, die ze creatief ombouwde. Dat geldt ook voor de wetenschap: Thales kon aangeven wanneer een zonsverduistering mogelijk was en moet zijn kennis van de saros hebben gehaald uit het oosten. De Griekse filosofie ging daarna al snel wegen die niet zijn gedocumenteerd in de spijkerschriftcultuur. Het kan zijn dat de Mesopotamiërs gesprekken voerden over dezelfde vragen als de Grieken, de teksten zijn niet bewaard gebleven.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (3)”

Bangmakerij

Aristoteles (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Ik zal de allerlaatste zijn om te zeggen dat kennis van de Oudheid noodzakelijk is, maar soms zit er in de bonte grabbelton van antieke ideeën iets bruikbaars. Zoals Aristoteles’ opvattingen over de wijze waarop mensen in een discussie anderen overtuigen, een onderwerp waar hij opvallend veel en heel origineel over heeft geschreven. De Griekse filosoof meende dat drie factoren een rol speelden:

  1. logos: de logische opbouw van de argumentatie;
  2. ethos: of de spreker persoonlijk overtuigend is;
  3. pathos: of de spreker aan de gevoelens van het publiek weet te appelleren.

Klinkt simpel, is simpel. Er zijn eenvoudig te benoemen fouten die je kunt vermijden.

Lees verder “Bangmakerij”

Geen tijd (1)

Stoep in Tabriz
Stoep in Tabriz (Iran)

Het is een bekende observatie over de grote steden in het Midden-Oosten: het trottoir – als het er al is – dient niet om over te wandelen. Het is er om stalletjes te zetten voor de verkoop van allerlei dingen. Voetgangers kunnen immers ook over de straat gaan, langs de geparkeerde auto’s. In Nederland zou zoiets natuurlijk ondenkbaar zijn: hier is het trottoir er voor wandelaars.

De verklaring voor dit verschil is, volgens een egyptologe met wie ik het er eens over had, dat in het Midden-Oosten ruimte schaars is, zodat de openbare ruimte wordt ingericht om er zoveel mogelijk activiteiten per vierkante meter te kunnen laten plaatsvinden. In West-Europa is daarentegen tijd hét schaarse goed, en dus wordt de openbare ruimte zó ingericht dat mensen zich snel kunnen verplaatsen. Het klinkt mij overtuigend in de oren. In elk geval: ons besef van ruimte en tijd is betrekkelijk. Je kunt anders denken over tijd en ruimte, je kunt er anders naar handelen.

Lees verder “Geen tijd (1)”