Plato (10): De ideale psyche

Plato’s ziel op een olielamp (Andreasstift, Worms): twee paarden, ratio en emotie, gemend door de wil

[Dit is de tiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Met het stichten van zijn eigen filosofische school, de Academie, had Plato meer succes dan als staatsman. Deze Academie werd een kleine 300 jaar na de oprichting in oorlogsgeweld verwoest, maar er bleven filosofen die zich Platonisten noemden. (Een latere versie van de Academie werd in Athene gesticht in 410 van onze jaartelling, en bleef nog een ruime honderd jaar bestaan.) In zijn Academie onderwezen Plato en zijn opvolgers zijn filosofie en ethiek. Die  laatste hangt samen met de visie van Plato op de menselijke geest.

We zagen het al: zoals de staat in elkaar zit, zo zit volgens Plato ook de geest in elkaar. De samenstellende delen van de staat zijn de bestuurlijke klasse, de klasse die de orde handhaaft, en de werkende klasse. De psyche is op een vergelijkbare wijze op te delen in de ratio, de wil en de emoties.


Het ordenen van de psyche moet volgens Plato net zoals het inrichten van de staat gebeuren. Het rationele element, het bewustzijnsorgaan, is de heerser. Dit bewustzijn moet gedurende het hele leven worden getraind. De wilskracht wordt ondertussen getraind om deze heerser te gehoorzamen en de orde te bewaken. De driften moeten in dit geheel hun plaats kennen en onderling de vrede bewaren. Zij mogen vooral niet de overhand krijgen ten opzichte van de wil en de ratio, en ook mag het niet gebeuren dat sommige emoties andere compleet domineren. Ieder kent zijn plaats.

Plato beschrijft drie basale ‘deugden’ die zowel in de filosofie van de Oudheid als in die van de Middeleeuwen een grote rol zouden spelen. De deugd van het rationele element is wijsheid. De deugd van de wil is moed. De deugd van het driftleven is matigheid. Als deze deugden niet allemaal in een persoon aanwezig zijn, dan is hij uit evenwicht, en daarmee ongelukkig. Maar wie deze drie deugden kan combineren met de vierde deugd die voor alle elementen geldt – de deugd van rechtvaardigheid, die zich uit in evenwichtigheid en zelfbeheersing – die leidt een gelukkig leven.

Alleen iemand die zijn temperament en zijn driften onder controle heeft, kan volgens Plato een evenwichtig en daarmee gelukkig leven leiden. Anderen blijven altijd behoeftig, omdat het lichaam nou eenmaal geen verzadiging kent. Zulke mensen zijn continu het slachtoffer van innerlijke strijd.

[Vanmiddag het vervolg. Deze reeks, oorspronkelijk gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net, is gebaseerd op het boek De wereld vóór God van Kees Alders. Het boek biedt een introductie tot de filosofische stromingen van de oude wereld en is hier te bestellen.]

4 gedachtes over “Plato (10): De ideale psyche

  1. FrankB

    “totdat de christelijke Romeinse keizer Theodosius haar sloot omdat het een heidens instituut zou zijn. ”
    Dit klopt niet voor zover ik heb kunnen nagaan (niet heel ver).
    Plato’s Akademie werd verwoest door Sulla.
    De Akademie van de late Oudheid was opgericht door neo-platonisten.
    Het was niet keizer Theodosius maar keizer Justinianus I die hem sloot.
    En die sloot hem niet, maar stopte slechts de staatssubsidie.

    1. Huibert Schijf

      Een kleine aanvulling. In zijn Rome Resurgent. War and Empire in the Age of Justinian (2018) schrijft Peter Heather op bladzijde 201: “Famously, Justinian closed down the philosophical school of Athens, but their counterparts in Alexandria continued to operate throughout the sixth century, and in terms of texts produced, traditional Greek philosophy actually flourished (…).”

      1. Bedankt beiden voor deze correcties en aanvullingen! Ik heb de tekst nu wat veranderd: ik heb de verwoesting nu genoemd als einddatum. De naam Sulla noem ik nu niet, omdat die voor het verhaal niet zo relevant is.

        De Neoplatoonse Academie heb ik tussen haakjes genoemd: ik noem hem zelf hier niet Neoplatonistisch, enerzijds omdat deze term in deze tekst nog niet eerder genoemd was en dan uitgelegd zou moeten worden, anderzijds omdat de Neoplatonisten zichzelf wel gewoon ‘Platonisten’ noemden (Neoplatonisme is een moderne term voor die latere interpretatie van en aanvullingen op Plato).

        De sluiting door Justinianus heb ik na wat overwegingen buiten beschouwing gelaten, omdat hier nogal wat materiaal en discussie over is. De ene bron legt de nadruk op de financiering, de andere benadrukt de anti-heidense wetten die toen wel aangenomen zouden worden, en een volgende bron suggereert weer dat de Neoplatonisten als school in het Midden Oosten gewoon door zou zijn gegaan (in zekere zin klopt dat in ieder geval: latere Islamitische denkers refereren nog vaak aan Plato en Plotinus).

        Mochten jullie nog suggesties hebben voor een nog correctere samenvatting en duiding dan houd ik me graag aanbevolen!

        1. Huibert Schijf

          “beide” schrijf je in dit geval als “beiden” omdat het over personen gaat heb ik op de lagere school geleerd. Mijn punt was dat het niet Theodiius was zoals u schrijft maar Justianus. Waarom die dat deed weet ik niet en is ook voor mij niet belangrijk. U vergist, en vergissen is menselijk. Dat is het springende Punkt.

Reacties zijn gesloten.