De gesel Gods (1)

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Omstreeks 500 zag de politieke landkaart van Europa er totaal, maar dan ook totaal anders uit dan een eeuw daarvoor. Het Griekssprekende deel van het Romeinse Rijk was intact gebleven, maar in het Latijnsprekende westen bestond het imperium niet langer. Rome was nog altijd een aanzienlijke stad, maar geen schaduw van de metropool die het ooit was geweest. Elders was het niet anders: de steden waren kleiner geworden. Italië werd bestuurd door de Ostrogoten; de Visigoten hadden zich gevestigd in Aquitanië en Spanje; in Gallië hadden de Franken hun macht vanaf de Rijn uitgebreid tot aan de Loire.

Over de oorzaak van het verdwijnen van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa wordt al sinds de Oudheid gediscussieerd, maar één ding is zeker: heersers van Germaanse afkomst namen de macht over. De eigenlijke vraag is wat er was veranderd waardoor het mogelijk werd dat kleine groepen krijgers en vluchtelingen een einde konden maken aan de machtigste staat die de wereld ooit had aanschouwd.

Lees verder “De gesel Gods (1)”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

De vijfde eeuw (3)

De vallei van de Frigidus
De vallei van de Frigidus

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Keizer Gratianus werd in 359 geboren en wed acht jaar later door zijn vader, keizer Valentinianus I, gekroond tot medekeizer. De belangrijkste reden dat de negentienjarige Gratianus in 378 niet met zijn leger aanwezig was bij de Slag van Hadrianopolis, waardoor een ramp wellicht te voorkomen was geweest, is dat hij opgehouden was door schermutselingen met onder andere Alanen. Na de slag ging hij ertoe over diverse plunderaars te rekruteren voor zijn leger en daarbij ging hij niet alleen zo ver dat hij een groep Alanen tot lijfwacht maakte, nee, de keizer ging zelfs publiekelijk gekleed in “Skythische” outfit. Net als zijn lijfwacht ging hij dus gekleed zoals de overwinnaars van Hadrianopolis.

Omdat Gratianus nogal wat weerstand opriep, voerde Magnus Maximus in 383 een putsch uit. De legitieme keizer werd op de vlucht gearresteerd door zijn generaal Merobaudes en aan  Maximus overgedragen, die zijn rivaal terstond doodde. Ondanks de mislukking van Gratianus’ regering vertelt de Romeinse militaire auteur Vegetius nog iets positiefs over hem, namelijk dat hij de laatste keizer was die zijn infanterie nog borstplaten en helmen liet dragen.

Lees verder “De vijfde eeuw (3)”

De vijfde eeuw (1)

Het slagveld van Hadrianopel
Het slagveld van Hadrianopel

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Dat leidde tot leuke reacties en een van de “reaguurders”, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp eens op een rijtje te zetten. Zijn enthousiaste stuk van ruim zesduizend woorden zal hier de komende tijd verschijnen. Ik heb het wat aangepast aan de conventies die ik op deze blog hanteer en laat hem verder met plezier aan het woord.]

De vijfde eeuw begint voor mij op 9 augustus 378 met de Slag bij Hadrianopolis, waar “barbaarse” groepen onder leiding van Alatheus, Fritigern en Saphrax de Oost-Romeinse keizer Valens doden, zijn legers vernietigend verslaan en het Oost-Romeinse Rijk in chaos storten. De vijfde eeuw eindigt op 4 september 476, de dag dat de “barbaar” Odoaker de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk, Romulus Augustulus, een kind nog, afzet en Italië als koning (rex) onder zijn eigen gezag verder leidt.

Lees verder “De vijfde eeuw (1)”

Jan van Aken, De afvallige

Full disclosure: de Nederlandse schrijver Jan van Aken woonde tot voor kort bij me om de hoek, in een mooie woonboot. We delen een belangstelling voor het verleden en onze boeken worden uitgegeven door dezelfde uitgeverij. Toen Van Aken schreef aan De afvallige, hebben we de tekst verschillende keren besproken, en toen de tekst af was, heb ik hem in zijn geheel gelezen en becommentarieerd. U weet nu dus wat u hebt aan mijn oordeel als ik u zeg dat De afvallige een heerlijk boek is.

Wie de eerdere boeken van Van Aken las, weet welke personages hij mag verwachten: verslaafden, zwervers, soldaten, vorsten en geletterden met ongebruikelijke opinies. De verslaafde doet zich dit keer niet, zoals in Het fluwelen labyrint, tegoed aan harddrugs, maar kan niet zonder wijn. De zwerftochten gaan dit keer niet, zoals in Koning voor een dag, naar Egypte, maar door het hele Romeinse Rijk, van Trier via Constantinopel en Antiochië tot Damascus. De geletterde is dit keer geen pythagorese filosoof, zoals in De dwaas van Palmyra, maar een bisschop-intrigant. Stuk voor stuk interessante karakters, met wie je ook in het echt wel eens een glas teveel wil drinken, een reis wil maken en een goed gesprek wil voeren.

Lees verder “Jan van Aken, De afvallige”