
Wie begint op de Hongaarse poesta en de Donau volgt, komt bij de Zwarte Zee. Daar begint de Pontische vlakte. Die strekt zich uit naar het oosten, tot voorbij de Kaspische Zee, tot aan het Altaigebergte. Even verderop begint de Siberische steppe, die zich uitstrekt tot in Manchurije. Anders geformuleerd: er is een vrijwel onafgebroken, eindeloos lange zone van grasland dwars door Azië en oostelijk Europa.
Steppenomaden
In de Oudheid was dit het gebied van de steppenomaden. Als we het hebben over Centraal-Eurazië, heet dat “centraal” omdat de nomaden het centrum vormden van een wereld waarin de schrijvende volken de periferie vormen: China, Tibet, India, Perzië, Anatolië, Griekenland, het Romeinse Rijk. Steeds opnieuw ontstonden in dit centrum nieuwe groepen, die doorgaans van oost naar west trokken. De verklaring daarvoor is dat de regio van Manchurije en Mongolië erg droog is, en dat de weiden naar het westen toe steeds groener werden. De Altaj is de enige hindernis, en ik heb me laten vertellen dat de valleien groen en vruchtbaar zijn en makkelijk te passeren.
U zou verwachten dat in deze uitgestrekte zone, waar de mensen eindeloos heen en weer trokken en contact onderhielden over grote afstanden, ook culturele beïnvloeding mogelijk was. En in die verwachting wordt u niet teleurgesteld. Die volken hadden allerlei overeenkomsten en dat zie je ook in de zogeheten “Animal Style”: steeds zien we dezelfde dierenmotieven terug in bijvoorbeeld het edelsmeedwerk.
Animal Style
Zoiets weet je theoretisch, maar het muntje viel bij mij vandaag pas echt toen ik in Parijs in het Musée Guimet bovenstaand voorwerpje zag. Het was vastgemaakt aan de leidsels van een paard, dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en is gevonden in Minoussinsk, even ten noorden van de Altai. Het komt vermoedelijk uit oostelijk Siberië.
En het lijkt als twee druppels water op onderstaand voorwerpje, eveneens afkomstig van de leidsels van een paard, eveneens uit de zesde eeuw v.Chr., maar gevonden in Tápiószentmárton, vlakbij Boedapest. Dit noemen we Skythisch.

Het is denkbaar dat het tweede voorwerpje is meegenomen toen iemand van oost naar west reed; nomaden waren mobiel. Maar een reis van 5600 kilometer is misschien wel heel mobiel. Wellicht is het verhandeld. Of, nog waarschijnlijker, twee edelsmeden gebruikten hetzelfde motief. Hoe dat ook zij: ik begreep vandaag ineens iets van de Animal Style dat ik weliswaar wist uit boeken, maar dat je pas echt begrijpt als je het zelf hebt herkend in een museum.
[Dit was het 470e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

De slag bij Issos (6)
Herodotos de moralist
Pamfylië
Heel opvallend: elke plaats van enige omvang in Polen heeft een archeologisch museum, het een nog mooier dan het ander, allemaal met prachtige exposities: Wroclaw, Nisa, Krakau, Elblag. Warschau houd ik nog te goed voor de volgende keer. En de dierenstijl lijkt inderdaad bij de Neisse/Oder op te houden.
Herten in brons komen ook bij de Hettieten voor, min of meer in die stijl maar eerder. Zou daar verband zijn met de steppevolken in hun kunst, zoals ook met de taal?