De voetwassing

Romeins waterbekken, zoals gebruikt bij een voetwassing (Saalburg)

Het is zondag, de dag waarop ik meestal blog over het Nieuwe Testament, en het is Pasen, dus het ligt voor de hand dat ik een passage behandel die daarbij aansluit. Het gaat om een scène uit het Johannesevangelie die, als ik helemaal correct bij de kalender had willen zijn, eigenlijk zou moeten zijn geplaatst op Witte Donderdag, als christenen het Laatste Avondmaal herdenken.

Het evangelie van Johannes bevat een scène die in de andere evangeliën ontbreekt: de voetwassing. Zoiets was destijds geen ongebruikelijke handeling. Wie gasten ontving, vroeg een slaaf om het stof van de reiziger af te kloppen en diens voeten te wassen.noot Bijv. Genesis 18.4.

Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.noot Johannes 13.4-5; NBV21.

Er volgt nu een passage waaruit blijkt dat Petrus de slavenarbeid van zijn meester niet acceptabel vindt, te horen krijgt dat hij dan niet bij Jezus kan horen en daarop/daarom vraagt om niet alleen de voeten, maar ook handen en hoofd gewassen te krijgen. Ik herken er een grap in tussen twee mannen die vertrouwd zijn met elkaar, en ik herken er ook polemiek in van de zijde van de evangelist, die even later zal melden dat Petrus nog diezelfde nacht Jezus verloochende.noot Johannes 18.15-27.

Een eerste aspect van deze tekst is dat Jezus zijn gasten ontvangt zoals het hoort, door ze te helpen zich op te knappen, maar er is meer aan de hand. Jezus en zijn volgelingen meenden te leven in de Eindtijd en een rituele reiniging was zinvol vóór het Koninkrijk van God zou aanbreken.noot  Exodus 30.19-20. De Talmoed stelt expliciet dat een priester, voor welke heilige handeling dan ook, de voeten gewassen moest hebben.noot Babylonische Talmoed, Zebahim 17b. Denk ook aan Jezus’ voorganger Johannes de Doper, die eveneens inzette op het herstel van rituele reinheid.

Tegelijk is er nog een dimensie: Jezus geeft als voorbeeld dat zijn volgelingen dienstbaar aan elkaar moesten zijn. De eersten moesten het werk van de laatsten doen. Ik ontdekte een paar weken geleden een parallel in het aardrijkskundeboek van Strabon van Amaseia:

Omdat de Nabateeërs weinig slaven hebben, worden ze meestal bediend door hun verwanten, of door elkaar, of door henzelf. Die gewoonte strekt zich uit tot hun koningen. Die houden maaltijden in groepen van dertien personen met twee zangeressen. … De koning is zo democratisch dat hij niet alleen zichzelf bedient, maar soms ook de rest.noot Strabon, Geografie 16.4.26.

De parallel zit niet in het dertiental. Anders dan op de vele afbeeldingen van het Laatste Avondmaal, waarbij Jezus steeds te midden van de Twaalf is, bestaat het gezelschap in het Evangelie van Johannes uit de veel grotere kring van leerlingen. Maar de parallel toont wel dat ook een koning dienstbaar moest zijn, althans bij de Nabateeërs, de buren van de Joden. Wat ik maar zeggen wil: degenen die aanlagen aan het Laatste Avondmaal, moeten de symbolische handeling hebben begrepen.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

2 gedachtes over “De voetwassing

  1. Harry ten Brink

    wat laat als reactie maar in kader van eerder blogje over antisemitisme
    er is natuurlijk ook de -erkende- feestdag “besnijdenis des Heeren”

Reacties zijn gesloten.