Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Lees verder “Paus Leo I en Attila de Hun (3)”

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Lees verder “Jakobus de Rechtvaardige”

De sleutels van de hemel

Bij de bron van de Jordaan

Er was bizar veel aandacht voor het overlijden van paus Franciscus. Acht pagina’s in de Volkskrant. En alles wat werd geschreven, was voorspelbaar. Gespeculeer over nieuwe kandidaten. Een necrologie. Uitleg, veel uitleg, van Vaticaanse gebruiken en tradities. Het is immers makkelijke kopij: mannen in jurken met rare gewoontes, die de komende weken beleid gaan maken, vol goede bedoelingen en vol politieke manoeuvres. Het zijn net mensen, zelfs al bestaat het decor uit de grootste verzameling kunst ter wereld.

“Jij bent Petrus”

Aan al die bladvulling voeg ik in mijn reeks over het Nieuwe Testament nog eens een stukje toe over de scène waarin Jezus in Caesarea Filippi, bij de bronnen van de rivier de Jordaan, zijn leerlingen vraagt of ze weten wie hij is.

Lees verder “De sleutels van de hemel”

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Lees verder “Gamaliël I, de jood die het christendom redde”

De Noachitische Geboden

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Ik heb de laatste weken op zondag geblogd over nieuwtestamentische visies op de wereldondergang. Nu eens was er een Laatste Oordeel voorzien met een Mensenzoon; dan weer was het einde totaal; dan weer verdween een oude aarde om een nieuwe mogelijk te maken. Dat laatste doet wat denken aan de wereldondergang die de we – althans volgens de toenmalige mensen – al eens hebben meegemaakt: de Zondvloed. Het verhaal is bekend uit Mesopotamië, Griekenland en Rome en ook de Bijbel.

Cultureel ijkpunt

De Zondvloed was voor Joden een enorm belangrijk ijkpunt. Degenen die in de derde, tweede eeuw v.Chr. hun bestaan en opvattingen ondermijnd zagen worden door de opkomst van de Griekse cultuur, vertelden het verhaal van Noach opnieuw. Zo ontstond de Henochitische literatuur. In de Q-Bron benut Jezus het motief om te vertellen hoe onverwacht het einde der tijden zal zijn:

Lees verder “De Noachitische Geboden”

Hoe Matteüs Marcus bewerkt

Het Meer van Galilea

Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament is dat over Jezus die over het water wandelt. Zulke natuurwonderen behoren tot het standaardrepertoire van antieke charismatische wijsheidsleraren. De pointe is dat zulke lieden meer inzicht hadden in de aard van de werkelijkheid dan anderen, en daardoor wonderlijke dingen konden doen. Wie met gezag sprak, bewees het door met een scheermes een aambeeld doormidden te snijden, vuur te spugen, boeien van zich af te schudden of over water te lopen.

De anekdote over de over het water wandelende messias is overgeleverd door zowel Marcus als Johannes, wat betekent dat ze twee keer is geattesteerd en vermoedelijk een redelijke ouderdom heeft. Ook omdat de twee evangelisten het verschillend vertellen. Hier is Johannes’ versie.

Lees verder “Hoe Matteüs Marcus bewerkt”

Barnabas, de leviet van Cyprus

Recent mozaïek van Barnabas (Kykkosklooster)

De vier cirkels rond Jezus waren – zoals ik al eens heb uitgelegd – zijn algemene publiek, de leerlingen, de Twaalf en de groep die bekendstaat als de Apostelen. Die laatsten, een stuk of zeventig in getal, zond hij twee aan twee uit. De groep bleef na Jezus’ dood bestaan en belichaamt zo de continuïteit van een plattelandsmessias naar de jonge kerk. Er waren vermoedelijk echtparen bij; we kennen althans een apostel die Junia heette.

Barnabas de Leviet

Toen Paulus zich, na een wonderlijke gebeurtenis op de weg naar Damascus, had bekeerd, ging hij zichzelf apostel noemen (althans in zijn brieven; de Handelingen zijn op dit punt terughoudender). Zijn reisgenoot zou Barnabas zijn, een volgeling van het eerste uur, toen de christenen (net zoals de sekte van de Dode-Zee-rollen) nog alles gemeenschappelijk hadden bezeten.

Lees verder “Barnabas, de leviet van Cyprus”

Paulus op Cyprus

Apsis in de troonzaal van het gouverneurspaleis in Pafos, waar Paulus zich moest verantwoorden

De vijfde tekst in het Nieuwe Testament, de Handelingen van de Apostelen, lijkt wat op de antieke prozateksten die classici aanduiden als antieke roman. De eerste hoofdstukken gaan vooral over Petrus, de latere gaan over Paulus. Net als in het Lukasevangelie strijkt de auteur, die we gemakshalve Lukas zullen noemen, vaak plooien glad. Hij heeft weinig belangstelling voor de meningsverschillen die Petrus en Paulus ook hebben gehad en presenteert vooral succesvolle prediking.

Salamis

We lezen dat Paulus, die van huis uit Saul ofwel Saulus heette, met zijn Cypriotische reisgenoot Barnabas, een bezoek bracht aan

Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen.noot Handelingen 13.5; NBV21.

Lees verder “Paulus op Cyprus”

De voetwassing

Romeins waterbekken, zoals gebruikt bij een voetwassing (Saalburg)

Het is zondag, de dag waarop ik meestal blog over het Nieuwe Testament, en het is Pasen, dus het ligt voor de hand dat ik een passage behandel die daarbij aansluit. Het gaat om een scène uit het Johannesevangelie die, als ik helemaal correct bij de kalender had willen zijn, eigenlijk zou moeten zijn geplaatst op Witte Donderdag, als christenen het Laatste Avondmaal herdenken.

Het evangelie van Johannes bevat een scène die in de andere evangeliën ontbreekt: de voetwassing. Zoiets was destijds geen ongebruikelijke handeling. Wie gasten ontving, vroeg een slaaf om het stof van de reiziger af te kloppen en diens voeten te wassen.noot Bijv. Genesis 18.4.

Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.noot Johannes 13.4-5; NBV21.

Lees verder “De voetwassing”

Simon de Magiër

Simon de Magiër en Petrus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel). Ik illustreer de Oudheid liever niet met niet-antieke plaatjes, maar deze vind ik te mooi om niet te gebruiken.

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. We gaan het hebben over een zekere Simon, van wie de auteur van de Handelingen 8.9-25 van de Apostelen weet dat hij bedreven was in magie en grote populariteit had verworven in de stad Samaria (het huidige Nablus).

Hoezo magie?

Wat daarmee is bedoeld, is minder duidelijk dan het lijkt. De tekst bevat eenmaal het werkwoord μαγεύω, dat zoiets betekent als “geschoold zijn in de magische vaardigheden” en eenmaal het zelfstandig naamwoord μαγεία, “de kunst van de magiërs”.

Er liggen hier twee probleem. Het eerste is dat magiërs oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten waren. In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.noot Matteüs 2.1. Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.

Lees verder “Simon de Magiër”