Het doorgeven van de Wet

Sarcofaag uit het mausoleum van de Anicii (Louvre, Parijs)

De bovenstaande sarcofaag is te zien in het Louvre in Parijs maar is gevonden in Rome. Meer precies: ze is gevonden in het zogeheten Mausoleum van de Anicii, een beroemde Romeinse familie uit de Late Oudheid. Ze waren zó vooraanstaand dat ze hun grafmonument konden bouwen vlakbij het graf dat in de vierde eeuw werd aangewezen als dat van Petrus. Of dat graf werkelijk van Petrus is, is nu niet de vraag. Het gaat me erom dat het mausoleum onder de apsis is van de in 326 door Constantijn gebouwde basiliek. Deze sarcofaag is dus óf ouder dan 326 óf daar neergezet toen dat nog mogelijk was. We hebben te maken met een heel oud christelijk graf.

Aan de zijkanten staat aan de ene kant de tenhemelopneming van Elia. Een vrij normaal type afbeelding voor een graf. Er is echter meer aan de hand. Links van Elia staat Elisa, die de mantel van zijn voorganger overneemt; aan de rechterzijde staat naast Elia Mozes, die de Wet aanneemt uit Gods helemaal rechts afgebeelde hand. We hebben hier een afbeelding van het “doorgeven” van de (uitleg van de) Wet: van rechts naar links van God aan Mozes aan de profeten aan hun leerlingen.

Lees verder “Het doorgeven van de Wet”

Pollice verso

Pollice verso, Jean-Léon Gérôme (1872)

Iedereen die een beetje bekend is met de Oudheid, kent het schilderij Pollice Verso van Jean-Léon Gérôme. Het was de inspiratie van regisseur Ridley Scott voor de film Gladiator en vormt, naar alle waarschijnlijkheid, de oorsprong van het via Hollywood wijd verspreide misverstand dat “duim omhoog” genade betekent en “neergedraaide duim”, pollice verso, de dood.

Dat dit een misverstand is, is inmiddels algemeen bekend. Gérôme stond echter bekend om het feit dat hij de nodige research deed voor hij met schilderen begon. Voor dit schilderij heeft hij uitvoerig de helmen en pantsers bestudeerd die in Pompeii waren gevonden. Ondanks zijn aandacht voor detail, weten we echter ook een heleboel niet. Wat bedoelde hij met de naar neergedraaide duimen van de, naar het zich laat aanzien, rechtsboven zittende Vestaalse Maagden? Willen ze de man dood hebben of roepen ze juist fanatiek dat hij moet blijven leven? Het laatste zou de maagden sieren maar de indruk die ze wekken is bepaald agressief. Duidelijk is het niet.

Lees verder “Pollice verso”

Academische miscommunicatie

(Ik zoek eigenlijk een origineler plaatje voor academische spraakverwarring.)

Als de tempelautoriteiten van Jeruzalem iemand executeerden, gebeurde dat door middel van steniging. Als de Romeinen iemand ter dood brachten, hadden ze een heel scala aan executiemethoden. Bij perduellio, hoogverrraad, was dat kruisiging. Toen de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus de zelfbenoemde koning der Joden Jezus van Nazaret liet doden, werd deze dus genageld aan het kruis, waar hem een urenlange marteldood wachtte.

Er valt een hoop over het lijdensverhaal te vertellen dat in detail niet juist is maar dat de executie door middel van kruisiging werd voltrokken, zal geen weldenkend mens ontkennen. Jezus is gedood door de Romeinen en niemand beweert iets anders. Als er al een wetenschapper is geweest die de afgelopen anderhalve eeuw heeft beweerd dat Jezus door de Joden is terechtgesteld (een middeleeuwse misvatting) dan is diens naam in elk geval mij onbekend. Het weerhoudt de Israëlische oudheidkundige Israel Knohl er niet van om te beweren dat “the Jews aren’t to blame for Jesus’ death”.

Lees verder “Academische miscommunicatie”

Fik Meijers Petrus (3)

Byzantijns mozaïek met Petrus (Chora-kerk, Istanbul)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Einfühlen en de sociale wetenschappen

Ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat Petrus en Paulus elkaar niet lagen. Meijer noemt het slot van Paulus’ Brief aan de Romeinen, waarin de auteur iedereen de groeten doet maar niet Petrus, van wie de katholieke kerk aanneemt dat hij in Rome is geweest. Meijer:

De mogelijkheid dat [Petrus] zich wel in Rome bevond, maar actief was onder gelovigen die zich … hadden verenigd in een soort Petrus-partij, die op een andere golflengte zat dan de Paulus-groep, is nagenoeg uit te sluiten. Paulus zou zich wel erg hebben laten kennen als hij om die reden Petrus niet had genoemd. Meer voor de hand ligt dat Petrus op dat moment, in 56-57, niet in Rome was. (blz.107-108)

Dit is een schoolvoorbeeld van de stap in de hermeneutische cyclus die bekendstaat als einfühlen: de historicus wil iets verklaren, onderzoekt de situatie, leeft zich in de actoren in en beredeneert waarom een persoon als deze onder omstandigheden als deze zal handelen op deze manier. Een man als Paulus zou, zelfs als hij meningsverschillen had met Petrus, hem de groeten hebben gedaan. Het subjectieve karakter moge duidelijk zijn: een onderzoeker die houdt van harmonie, zal een ander type actor reconstrueren dan een onderzoeker die bereid is de hakken in het zand te zetten. Zeker als het gaat om de oude wereld, waarover we weinig informatie hebben, is einfühlen geen heel betrouwbare methode.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (3)”

Fik Meijers Petrus (2)

amsterdam_gevelsteen_prinsengracht_001
Petrus (gevelsteen Prinsengracht 1, Amsterdam)

[Ik wijd vandaag een stuk aan het boek Petrus. Leerling, leraar, mythe van Fik Meijer. Ik wil tonen dat er voor geschiedschrijving en wetenschapscommunicatie kwaliteitsnormen zijn. Meijer haalt die niet, zal bij menig lezer scepsis oproepen en draagt zo bij aan het afkalvende draagvlak voor de oudheidkundige wetenschappen. Het eerste deel is hier.]

Verouderde interpretaties

Zie ik het goed, dan citeert Meijer niet-Griekstalige joodse teksten (apocriefen, Dode Zee-rollen en rabbijnse literatuur) allemaal uit de secundaire literatuur. Net als in Jezus en de vijfde evangelist is Petrus dus een boek over een jood, geschreven zonder te kijken naar de joodse bronnen. De uitzondering die deze regel bevestigt is de Grieks-schrijvende joodse historicus Flavius Josephus, die Meijer vrijwel letterlijk volgt.

Josephus was een aristocraat die zich aan zijn privileges verplicht voelde op te komen voor de Joden én hun leiders. (Daarin was hij overigens niet anders dan zijn tijdgenoten Tacitus en Ploutarchos.) In Josephus’ visie waren niet alle Joden anti-Romeins, maar was het verzet beperkt tot een kleine groep, die niet luisterde naar het goedbedoelde leiderschap van de joodse elite. Die kleine groep zou sinds de Romeinse annexatie voortdurend de orde hebben verstoord: in de jaren tussen 6 n.Chr. en 66 zou het van kwaad tot erger zijn gegaan tot de Joodse Oorlog was uitgebroken en in 70 Jeruzalem was verwoest. Althans volgens Josephus.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (2)”

Fik Meijers Petrus (1)

Wie via een boek van Fik Meijer kennismaakt met de Oudheid, herkent misschien dat de auteur een karikatuur biedt van wat wetenschap is. Dat is een probleem. Hij kan zich namelijk ook presenteren als lid van de academische gemeenschap, waardoor (ten onrechte) de indruk ontstaat dat oudhistorici wetenschappelijk niet meekomen, wat er op zijn beurt toe leidt dat bona fide oudheidkundigen niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Meijers vorige boek, Jezus en de vijfde evangelist, illustreerde het mechanisme. Het bood Jezusmythicisten op een presenteerblaadje de argumenten om te concluderen dat de emeritus-hoogleraar, en dus de wetenschap waarin hij een leerstoel bekleedde, het spoor volkomen bijster is. Helemaal onterecht is die conclusie niet: vijfendertig jaar academisch wanbeleid trekken hun sporen. Desondanks is oude geschiedenis nog altijd een serieuze activiteit. Dat wil ik tonen aan de hand van Meijers Petrus. Leerling, leraar, mythe.

Het gaat me daarbij niet om Meijers o zo zichtbare slordigheden. Ook gaat het niet om het feit dat hij (zoals wel meer oudhistorici) het grote publiek denkt te kunnen informeren op een wijze die al een kwart eeuw verouderd is. Ik wil me in plaats daarvan concentreren op fouten die voortkomen uit het onvoldoende toepassen van de historische methoden. Daardoor is Petrus, net als Jezus en de vijfde evangelist, geen geschiedenisboek zoals je van een historicus verwacht maar in feite een boek met een christelijke agenda.

Lees verder “Fik Meijers Petrus (1)”