De werken van Herakles (2)

Herakles (Musée du Bardo, Tunis)

[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]

Archaïsche poëzie

Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Ilias noch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.

In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”noot Ilias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst noot Ilias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:

Lees verder “De werken van Herakles (2)”

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”

Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

Romeins Andalusië

Een Iberisch-Romeinse dame (Archeologisch Museum, Córdoba)

Toen de Romeinse troepen rond 208 v.Chr. aankwamen in het huidige Andalusië, betraden ze een wereld waarop niets hun had voorbereid. Er waren steden en heuvelforten, er waren metaalmijnen, er waren uitgestrekte akkers en boomgaarden, en langs de kust lagen havensteden, waar kooplieden aankwamen en vertrokken naar alle plaatsen langs de Middellandse Zee. Ergens achteraan, niet ver van de monding van de Guadalquivir, lag Cádiz, waar schepen aanlegden met goud uit de Bambouk en tin uit Armorica. De Romeinen zouden dit gebied, dat ze eerst Hispania Ulterior (“het verre Spanje”) en later Baetica noemden, nooit meer opgeven.

Baetica is vernoemd naar de rivier de Baetis, die wij Guadalquivir noemen. Dat is een arabisme: het betekent Grote Rivier. Maar ook Baetis was al een semitische naam. Net als Guad is Baetis afgeleid van een woord dat rivier betekent, denk maar aan wadi. Het eerdere semitisme illustreert de vroege aanwezigheid van Fenicische kolonisten en Karthaagse heersers. Ook een naam als Málaga, “zoutstad”, is Fenicisch, terwijl het eerste element in Córdoba het Fenicische woord qrt weergeeft, “stad”. De Feniciërs dreven al sinds de negende eeuw v.Chr. handel met een lokaal IJzertijd-koninkrijk, dat we gewoonlijk Tartessos noemen. Deze naam leeft voort in die van het volk dat woonde op de vruchtbare vlakte bezuiden de Guadalquivir, de Turdetaniërs.

Lees verder “Romeins Andalusië”

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

De Griekse stad Thebe

Boiotisch beeldje van Europa op de stier (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Zeg Griekenland en mensen denken aan Athene en Sparta. De eerste associatie zal zelden Korinthe, Milete of Argos zijn, of Syracuse of Kyrene. Of Thebe. Terwijl die laatste stad heel belangrijk is geweest. Het misschien wel beste bewijs is dat de eigen sagen van Thebe niet alleen bewaard zijn, maar algemeen Grieks erfgoed zijn geworden. We kennen de verhalen over Dionysos, Oidipous, Antigone en de Zeven tegen Thebe bijvoorbeeld uit Atheense toneelstukken en afbeeldingen uit de hele Griekse wereld.

In de archaïsche tijd was Thebe dus een culturele trendsetter. De dichter Pindaros was een Thebaan en er waren filosofen. En Thebe was een machtige stad, die deelnam aan de kolonisatie en de omliggende steden organiseerde in de zogeheten Boiotische Bond.

Lees verder “De Griekse stad Thebe”

De voetwassing

Romeins waterbekken, zoals gebruikt bij een voetwassing (Saalburg)

Het is zondag, de dag waarop ik meestal blog over het Nieuwe Testament, en het is Pasen, dus het ligt voor de hand dat ik een passage behandel die daarbij aansluit. Het gaat om een scène uit het Johannesevangelie die, als ik helemaal correct bij de kalender had willen zijn, eigenlijk zou moeten zijn geplaatst op Witte Donderdag, als christenen het Laatste Avondmaal herdenken.

Het evangelie van Johannes bevat een scène die in de andere evangeliën ontbreekt: de voetwassing. Zoiets was destijds geen ongebruikelijke handeling. Wie gasten ontving, vroeg een slaaf om het stof van de reiziger af te kloppen en diens voeten te wassen.noot Bijv. Genesis 18.4.

Jezus stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.noot Johannes 13.4-5; NBV21.

Lees verder “De voetwassing”

Kimbren en Teutonen

Helmen uit de Deens Bronstijd (dus te oud om Kimbrisch te zijn) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Aan het einde van de tweede eeuw trokken de Kimbren en Teutonen dwars door Europa. Ik noemde ze vorige week, toen ik vertelde dat Marius ze uiteindelijk had verslagen. Maar waar kwamen ze vandaan? Die vraag is verwant met de vraag wie ze waren. De naam Teutonen is Germaans en betekent zoiets als “het volk”. Dat past goed bij het beeld dat we hebben van een grote groep mensen die op drift zijn geraakt: een samenraapsel van ontheemden. De naam Kimbren is wel in verband gebracht met een Germaans woord *himbra-, dat “bewoners” betekent, wat best waar kan zijn. In elk geval vertrokken ze van Jutland, waar een eeuw later nog Kimbren woonden. Kortom, we lijken te maken te hebben met grote groepen noordelingen die, op zoek naar een beter leven, naar het zuiden trokken.

Lees verder “Kimbren en Teutonen”

Kidinnu

Kidinnu leefde vermoedelijk in de tijd van Alexander de Grote en het is niet uit te sluiten dat hij het Astronomische Dagboek heeft geschreven dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen).

De Babylonische astronomie, waarover ik gisteren blogde, is anoniem. We kennen de namen van enkele sterrenkundigen, maar we kunnen die niet koppelen aan deze of gene ontdekking. Er is één uitzondering: Kidinnu.

Misschien kunnen we de invoering van de zesenzeventigjarige kalendercyclus, waarover ik het gisteren had, aan hem toeschrijven. We hebben al gezien dat de Babylonische wetenschappers in de vierde eeuw v.Chr. nauwkeurige schattingen maakten van de lengte van het zonnejaar en de synodische maand. Kidinnu beschikte zeker over voldoende data om de zesenzeventigjarige cyclus uit af te kunnen leiden. Dat Kidinnu dit mogelijk kon doen, wil echter niet zeggen dat hij het feitelijk deed.

Lees verder “Kidinnu”

Babylonische astronomie

Zo begon de Babylonische astronomie: de maan boven een ziggurat

Ik had bij de vragen rond de jaarwisseling een stuk beloofd over de Babylonische sterrenkunde. Dat moest er toch eens van komen. Dus waarom niet vandaag? Ik denk dat we moeten beginnen met een citaat uit de Geografie van de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Strabon, die een beschrijving geeft van de astronomen van Babylonië. Hij noemt hen Chaldeeën, wat eigenlijk, zoals Strabon ook aangeeft, de naam is van een bevolkingsgroep.

In Babylon is de verblijfplaats van de lokale filosofen. De Chaldeeën, zoals ze worden genoemd, houden zich voornamelijk bezig met astronomie, maar sommigen van hen, die door de anderen niet helemaal serieus worden genomen, beweren horoscopen te kunnen opstellen. (Er is ook een stam van de Chaldeeën, en een gebied dat door hen wordt bewoond, in de buurt van de Arabieren en van de zogeheten Perzische Golf.) Er zijn ook verschillende groepen Chaldese astronomen. Zo worden sommigen de Orcheni genoemd [die van Uruk], anderen de Borsippeni [die van Borsippa], en zo zijn er nog verschillende groepen met verschillende namen, alsof ze zijn verdeeld in verschillende sekten met verschillende dogma’s over dezelfde onderwerpen. De wiskundigen vermelden enkele namen van deze mannen, zoals Kidenas, Naburianus en Sudines.

Lees verder “Babylonische astronomie”