Vanaf de zijlijn is het makkelijk kritiek hebben; ik wil, na mijn vorige blogje, ook een manier noemen waarmee het museum én op de Odyssee-film kan inhaken én kan tonen waarom de Oudheid belangrijk is. We hoeven er zelfs niet voor weg van Penelopes Ithaka.
Opgehangen slavinnen
Kijk eens naar het einde van boek 22 van de Odyssee, waar Odysseus’ zoon Telemachos de slavinnen executeert die hebben geslapen met de mannen die dongen naar Penelopes hand (de “vrijers”). Hier is de (iets aangepaste) vertaling van M.A. Schwartz:
Schrijfplankje van Tolsum (Fries Museum, Leeuwarden)
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Tolsum
Dat had ik niet verwacht: dat ik nog nooit heb geblogd over het Schrijfplankje van Tolsum, hoewel dat toch een van de bekendste voorwerpen is uit de archeologie van de Romeinse Lage Landen. Simpel samengevat: het is zo’n wastafeltje, waarop de Romeinen met een stilus (zeg maar een satéstokje) dingen noteerden. Als iemand hard drukte, raakte hij het hout onder het laagje was en die krassen zijn nog leesbaar.
Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.
Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.nootLukas 7.2; NBV21.
Of het nu de Arabische profeet Mohammed was, of de profeet Jesaja, of de Ierse bard Caedmon: er zijn nogal wat verhalen over mensen die er eigenlijk niet geschikt voor waren maar die dankzij een goddelijke ingreep ineens virtuoos konden spreken of zingen. De anonieme auteur van het leven van Aisopos – of Aesopus, zoals vertaler Christian Laes de naam liever weergeeft – varieert op dit overbekende motief. De hoofdpersoon is niet zomaar een stomme slaaf die het vermogen tot spreken verwerft, maar gaat door datzelfde vermogen ten onder. Precies halverwege de tekst (nou ja, bijna dan) vinden we dan ook een lofrede én een smaadrede op tong & spraakvermogen.
Het leven van Aisopos
Opkomst en ondergang van een spreker: een mooi thema. Laes noemt in het commentaar bij zijn onlangs verschenen vertaling, Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid, echter ook andere mogelijkheden om de tekst te lezen. Daarmee noem ik meteen een van de kwaliteiten van dit boek: Laes toont dat er diverse interpretatiemogelijkheden zijn. Dat is een geluid dat we in de voorlichting over de Oudheid iets te weinig horen.
Hoe de Romeinen omgingen met de hoofden van verslagen vijanden (Detail van de Zuil van Trajanus; afgietsel in het Museo nazionale della civiltà romana, Rome)
Het was 22 maart in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En na die constatering weet de trouwe lezer van deze blog genoeg: het is weet tijd voor het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En u kunt ook wel vermoeden dat we verder gaan met de gebeurtenissen na de slag bij Munda.
Caesars mannen hadden met moeite gezegevierd en hadden de nacht doorgebracht op het slagveld, niet omringd door een muur van houten staken, zoals gewoonlijk, maar door een wal van buitgemaakte wapens en de lijken van de gesneuvelden. Uit de woorden van de auteur van De Spaanse Oorlog zouden we kunnen afleiden dat Munda als geheel werd omgeven door zo’n menselijke palissade.
Het is lang geleden dat ik Mérida bezocht, het antieke Augusta Emerita, in het westen van Spanje. En ik baalde ervan dat ik de afgelopen maanden niet naar Xanten kon, waar een expositie was over de Spaanse stad. Gelukkig was iemand zo vriendelijk me foto’s te sturen, zoals de bovenstaande. In de databank van Manfred Clauss en Wolfgang Slaby staat deze tweede-eeuwse inscriptie bekend als EDCS-42700176.
D(is) M(anibus) s(acrum)
Vicarius Iuv(entii) Vitalis
ser(vus) vixit an(nos) III m(enses) IX
d(ies) XVIIII. H(ic) s(itus) e(st). S(it) t(ibi) t(erra) l(evis)
Cornelia Corinthia
Anna f(aciendum) c(uravit)
Voor sommige negentiende-eeuwse reizigers was hun grote reis het begin van een wetenschappelijke loopbaan, zoals bij de Engelsman Charles Darwin, de Duitser Alexander von Humboldt of de Nederlander Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936). Hij was de grootste Nederlandse islamkenner van zijn generatie. Hij had die kennis onder andere verkregen door zijn veldwerk.Mekka in de tweede helft van de negentiende eeuw. Schetsen uit het dagelijks leven (Atlas 2007) luidt de Nederlandse titel van zijn grote studie. Het boek is goed leesbaar vanuit het Duits vertaald. De vertaling is voorzien van een uitgebreide inleiding en met een magnifieke collectie foto’s die Snouck Hurgronje zelf heeft verzameld.
Iedere moderne antropoloog zal Snouck Hurgronje’s veldwerk in dat voor Moslims zo heilige bedevaartsoort herkennen als een gewaagde − bij ontdekking zou hij zonder pardon zijn geëxecuteerd − en misschien controversiële vorm van participerende observatie. Hij had zich goed voorbereid door zich tot de islam te bekeren en hij vermomde zich als pelgrim. Nadat Snouck Hurgronje in Mekka aankwam, kocht hij via een tussenhandelaar een slavin, een jonge, Ethiopische vrouw, van wie de naam onbekend is gebleven, net als de rest van haar leven. De Ethiopische vrouw werd zijn belangrijkste informante over het leven van vrouwen in Saoedi-Arabië. Ook tegenwoordig nog een gesloten wereld voor mannelijke onderzoekers.
Een Aztekisch beeldje van een dame (Humboldtforum, Berlijn)
Vele jaren geleden las ik Ochtend van Amerika, geschreven door Robert Lemm. Het ging over precolumbiaans Amerika, over het wereldbeeld van de daar destijds wonende volken, en over de komst van de Europeanen. De expeditie van Hernán Cortés, de ondergang van de Inka’s. Eén detail uit dat boek is me altijd bij gebleven: dat Cortés een vrouwelijke tolk had, Doña Marina.
Doña Marina, wier eigenlijke naam we niet kennen, was niet alleen Cortés’ vertaler, maar ook zijn minnares. Lemm wees erop dat deze vrouw niet alleen de talige problemen hielp oplossen die Cortés moet hebben ervaren, maar dat ze ook de Spanjaarden cultureel wegwijs maakte in een wereld die hun wezensvreemd was. Die opmerking is bij me blijven hangen. Toen ik me twintig jaar geleden bezighield met Alexander de Grote, viel me op dat ook hij een meertalige vriendin had, Barsine, die hem moet hebben uitgelegd hoe hij moest omgaan met de Perzische gewoonten. De Australische oudhistoricus Brian Bosworth is deze parallel trouwens ook opgevallen.
[Laatste van drie blogjes over Cilicië, het zuiden van het huidige Turkije; het eerste blogje las u hier.]
De Hellenistische periode
Na de dood van Alexander de Grote in Babylon op 11 juni 323 v.Chr., was Cilicië inzet van allerlei conflicten. Die slaan we allemaal over tot we aankomen in het jaar 301 v.Chr., toen een einde kwam aan de diverse oorlogen tussen Alexanders opvolgers. Cilicië werd verdeeld: de kuststeden kwamen in handen van Ptolemaios I Soter, terwijl Seleukos I Nikator heerste over het binnenland. Er is nog enkele keren om gevochten maar vanaf de Vijfde Syrische Oorlog (202-195 v.Chr.) behoorde heel Cilicië tot het Seleukidische Rijk.
Dat zou nog een eeuw zou blijven. Er kwamen nieuwe steden, die vrijwel allemaal Seleukeia heetten. De opkomst van het Grieks als bestuurlijke taal verliep parallel met de vervanging van het laatste Luwisch door het populaire Aramees, dat nog later, in de Romeinse tijd, eveneens plaats zou maken voor het Grieks.
Een belangrijk project heeft zijn afronding gevonden in de publicatie van een nieuw Grieks-Nederlands woordenboek, samengesteld door Ineke Sluiter, Lucien van Beek, Ton Kessels en Albert Rijksbaron. Daan Stoffelsen interviewde de samenstellers over deze monsterklus. Van het boek is een paperback en een hardback beschikbaar, en ook is de paperback als set verkrijgbaar met het boekje Vormleer van het Klassiek Grieks.
Patrick Lateur waagde zich ook weer aan een nieuwe vertaling, en dit keer waren de tragedies van Aischylos aan de beurt. Op de zijn kenmerkende wijze zet Lateur de toneelstukken van de grote Griekse schrijver in een nieuw jasje.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.