Geliefd boek: The Voyage of the Beagle

Charles Darwin (Natural History Museum, Londen)

De belangrijkste wetenschappelijk reis van de negentiende eeuw was misschien wel de vijfjarige tocht die Charles Darwin maakte aan boord van het zeilschip de Beagle. Darwin was pas 22 jaar oud toen het schip eind 1831 uit Engeland vertrok. Hij was een enorme geluksvogel dat hij deze reis op dat tijdstip kon maken. Zo waren er net nieuwe geologische inzichten gepubliceerd die hem hielpen bij zijn eigen waarnemingen. Was hij tien jaar later geweest dan zou waarschijnlijk iemand anders zijn ontdekkingen hebben gedaan. Wetenschappelijk succes berust soms op geluk en toeval.

Tijdens de wereldreis van de Beagle bracht hij overigens de meeste tijd op het vasteland door, vooral in Zuid-Amerika. Hij werkte hard en was voortdurend op expeditie, altijd bezig planten en dieren te verzamelen. In 1839 publiceerde Darwin met groot succes zijn reisverslag The Voyage of the Beagle. Het is een innemend boek, geschreven door een intelligente, goed observerende jongeman maar nog zonder vastomlijnde toekomstplannen.

Lees verder “Geliefd boek: The Voyage of the Beagle”

Historische excuses

Monument voor de slavenopstand van Tula op Curaçao

Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor het slavernijverleden? Ik had de vragensteller graag een wijs en diepzinnig antwoord gegeven, maar ik heb geen uitgekristalliseerde mening. Dat wil niet zeggen dat ik niet een paar losse, half uitgewerkte gedachten zou hebben.

Kentheorie

Om te beginnen zit er aan zo’n historisch excuus een kentheoretisch aspect. Niemand zal ontkennen dat het geweldig goed was toen Willy Brand door de knieën ging voor het monument voor de Getto-opstand in Warschau, want zowel hijzelf als de andere aanwezigen hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Het maken van een excuus voor iets dat lang geleden is gebeurd veronderstelt dat er zoiets zou zijn als een overerfbaarheid in slachtofferschap en daderschap. Ik weet niet goed hoe ik zoiets zou kunnen onderbouwen.

Lees verder “Historische excuses”

Geliefd boek: De zwarte met het witte hart

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik dan eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.

Zo begint De zwarte met het witte hart, Arthur Japins prachtige vertelling van een wonderlijke geschiedenis. Twee Ashanti-prinsen, Kwasi en Kwame, werden in 1837 cadeau gedaan aan onze koning Willem I. De Trans-Atlantische Slavenhandel was afgeschaft, maar de Nederlanders misten de inkomsten. Generaal-majoor Verveer sloot namens onze regering een deal met de Ashanti: zij zouden jaarlijks duizenden soldaten leveren aan het Nederlands-Indisch leger. De Ashanti-koning leverde slaven en krijgsgevangenen uit de omliggende regio’s die van de Nederlanders een voorschot kregen waarmee ze zichzelf vrij konden kopen. Dit voorschot dienden ze uit hun soldij terug te betalen. Omdat hun soldij hiervoor niet toereikend was, bleven ze vaak tot hun al dan niet voortijdige dood in Nederlandse dienst. Als onderpand voor deze verkapte slavernij werden de beide prinsjes geschonken aan onze koning. In Nederland kregen zij een opleiding.

Lees verder “Geliefd boek: De zwarte met het witte hart”

Verkoopakte van een slaaf

Een van de Tablettes Albertini

Een van de aardigste archeologische vondsten uit Algerije is de collectie van vijfenveertig houten schrijfplankjes die bekendstaat als de Tablettes Albertini, vernoemd naar de man die ze in 1928 wist te verwerven, de Franse oudheidkundige Eugène Albertini (1880-1941). Het gaat om een laat-vijfde-eeuws archiefje dat is samengebracht toen de boedel van een verder onbekende Flavius Geminius Catullinus moest worden verkocht, die woonde in Djebel M’rata bij het huidige Tébessa.

Ik zag drie van die tabletjes in het Nationaal Oudheidkundig Museum in Algiers. In al zijn gewoonheid verraadt deze verkoopakte van een slaaf veel over de sociale verhoudingen in de toenmalige Maghreb, die destijds werd bestuurd door koningen van Vandaalse afkomst, maar waar het Romeins Recht nog altijd werd toegepast.

Lees verder “Verkoopakte van een slaaf”

Slavernij

Halsband van een slavin ((Musée national du Bardo, Tunis)

De slavernij uit de oude wereld lijdt als onderzoeksthema een beetje onder de slavernij uit het recentere verleden. Daarmee bedoel ik dat de plantage-slavernij uit de zuidelijke Verenigde Staten en het Caraïbische gebied helpen bepalen hoe wij kijken naar antieke onvrije arbeid. Zoiets is natuurlijk onvermijdelijk: onze belangstelling voor het verleden is nu eenmaal een afgeleide van wat we ervaren in het heden. Soms is dat verhelderend, soms is het juist misleidend.

Eén belangrijk verschil is dat het product dat de negentiende-eeuwse (en hedendaagse) slaven produceerden, was bedoeld voor een kapitalistische, door innovatie gedreven wereldmarkt. Ze was er zelfs een gevolg van. De spinmachine viel aan te drijven met een stoommachine – anders gezegd: het spinnen werd gemechaniseerd – maar dat ging beter met katoen dan met wol, zodat de vraag naar het eerste product steeg. Aangezien katoen niet mechanisch viel te oogsten maar van de bomen moest worden gehaald door mensenhanden, bloeide de plantageslavernij op. Zo’n integratie van de diverse wereldmarkten bestond in de Oudheid niet. De voortgaande innovatie van de negentiende eeuw, die slavernij uiteindelijk inefficiënt maakte, was er in de oude wereld evenmin.

Lees verder “Slavernij”

MoM | Slavernijverleden

Het is weekend. Je zit rustig in je stamcafé te lunchen. Dromerige muziek die je nog niet kende. Kopje koffie. Uitsmijter. Krantje. Je bent helemaal op je gemak. En dan lees je een interview met Piet Emmer over slavernijgeschiedenis en is het ineens gedaan met je sereniteit.

Vraag: Vindt u niet dat de geschiedenis van slavernij zou moeten worden beschreven door zwarte historici en niet door blanke mannen van een zekere leeftijd?

Emmer: Dat lijkt me een misvatting. Of denkt u ook dat de geschiedenis van de oude Romeinen beter kan worden geschreven door een Italiaan? Of dat alleen een Afrikaanse arts een tropenziekte mag behandelen? Wanneer historici bronnen raadplegen, behoren zij volgens bepaalde wetenschappelijke standaarden tot dezelfde conclusies te komen, ongeacht hun huidskleur. Het lijkt me uiterst problematisch als we inzichten gaan verwerpen op grond van huidskleur.

Lees verder “MoM | Slavernijverleden”

Michiel de Rover

Michiel de Ruyter (Zeeuws Museum, Middelburg)

En hup, daar draait de historische mallemolen weer: dit keer dankzij de actiegroep “Michiel de Rover”, die protesteert tegen de speelfilm over Michiel de Ruyter, waarin een “koloniale zeeschurk” zou worden verheerlijkt. Het probleem is natuurlijk dat de admiraal bij vriend én vijand – voor één keer is het cliché terecht – bekendstond als een nette kerel. “The good enemy”, zoals de Engelsen hem noemden. En zij konden het weten. Een zeeschurk was hij niet.

Koloniaal dan? De Ruyter heeft niet uitzonderlijk veel met slavenhandel van doen gehad. Eigenlijk vooral indirect, zoals iedereen in het zeventiende-eeuwse Holland. De actiegroep vindt echter dat daaraan aandacht had moeten worden besteed. “Onze geschiedenis wordt daar niet in verteld, over slavernij wordt niet gepraat,” zo klaagt een van de actievoerders.

Lees verder “Michiel de Rover”

Kurá Hulanda (2)

De oorspronkelijke bewoners van het Caraïbische gebied golden als kannibalen. Dat rechtvaardigde bikkelhard, onmenselijk optreden en schiep een klimaat waarin slavernij kon bloeien.
De oorspronkelijke bewoners van het Caraïbische gebied golden als kannibalen. Dat rechtvaardigde bikkelhard, onmenselijk optreden en schiep een klimaat waarin slavernij kon bloeien. (Kurá Hulanda Museum)

Een paar stukjes geleden vertelde ik dat het Curaçaose museum Kurá Hulanda, waar ik heen was gegaan om wat te leren over het slavernijverleden van dit eiland, me in de eerste zaal op scherp zette met een voorwerp dat te mooi was om authentiek te zijn, met onjuiste uitleg van Romeinse godenbeeldjes en met een tendentieuze presentatie van het belang van Afrika’s zwarte verleden.

Natuurlijk mag een museum best een ongebruikelijke hypothese presenteren of de controverse zoeken. Graag zelfs: het is alleen maar goed als een museum mensen aanzet tot denken. Ik denk echter ook dat je als bezoeker mag verwachten dat een uitdagende theorie voldoet aan zekere kwaliteitsvoorwaarden, zoals dat ze is gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. Dat zijn de door Kurá Hulanda kritiekloos overgenomen speculaties van Cheikh Anta Diop niet en de door het museum geboden uitleg maakt het er niet beter op.

Lees verder “Kurá Hulanda (2)”

Ongelukkige prostituees

amsterdam_wallen

Ik kan me niet voorstellen dat een jonge vrouw uit pakweg de Filippijnen op een ochtend opstaat met het idee “Weet je wat? Ik verhuis naar Amsterdam, ik ga daar werken op De Wallen! Seks met dronken toeristen, dat is zeg maar echt mijn ding!” Doordat ik me dit zo slecht kan voorstellen, ben ik er vrij zeker van dat menige vrouw niet voor haar plezier achter de ramen staat. Ik ben er nog zekerder van dat er vrouwenhandel bestaat, want ik heb ooit een Aziatische vrouw gekend die door een bende aan het werk was gezet. Ik ken meer voorbeelden.

Ik ben er echter óók zeker van dat er vrouwen zijn die bewust voor prostitutie kiezen. In een Duitse hotellobby heb ik wel eens gesproken met zo iemand, tot ze het gesprek afbrak omdat een bloedmooie man binnen kwam lopen in wie ze een potentiële klant zag. Ze had me niet veel verteld, maar het was me voldoende duidelijk dat ze haar werk bepaald niet met tegenzin deed. Ook hiervan ken ik meer voorbeelden.

Lees verder “Ongelukkige prostituees”