Op bezoek in Libanon (2): Achrafieh

Graffiti in Achrafieh

Ik zag, geloof ik, ontzettend vooruit naar een dag als deze: zonder afspraken of andere verplichtingen, zwervend door een deel van Beiroet dat ik niet goed ken. De oude stad bestaat, grosso modo, uit twee heuvels, waarvan de westelijke traditioneel soennitisch is en de oostelijke traditioneel christelijk. In het oosten is daar – om welbekende redenen – begin twintigste eeuw een Armeense voorstad bij gekomen en de afgelopen zestig, vijftig jaar groeiden in het zuiden Palestijnse vluchtelingenkampen – feitelijk stadswijken – en een sji’itische voorstad. Ik logeer doorgaans op de westelijke heuvel en wilde nu de oostelijke eens zien.

Niet dat ik hier nooit kom. Ik wist al dat ik bij café Mathaf kon ontbijten. De naam betekent zoiets als “museumcafé”, want het is recht tegenover het Nationaal Museum, dat ik dit jaar maar eens oversla. Ik was de eerste gast; men was de ramen nog aan het lappen terwijl ik mijn espressootje wegtikte, lekker lezend in de zon.

Zomaar een mooi gebouw

Wat ik zoal zag

Daarna ben ik wat door de stadswijk Achrafieh wezen zwerven, de oostelijke heuvel. Het was niet echt makkelijk lopen over oneffen trottoirs en de vrij steile hellingen. Ik zag dat naast het Hôtel-Dieu de France, zoals het ziekenhuis hier heet, een begrafenisonderneming was. Ik zag een schoonheidsspecialist met de voorspelbare naam Beyt Beauty. En ik zag een beveiligingsbedrijf met de optimistische naam Middle East Security. Daarmee had ik eindelijk een antwoord op de vraag hoe ze in het Midden-Oosten eigenlijk het Midden-Oosten noemen. Midden-Oosten dus.

Ik zag een fietsenverhuurbedrijf en ik zag een mooi hotelgebouw. Dat was niet meer als hotel in gebruik en ik vermoed dat er inmiddels vluchtelingen wonen, maar het trof me als mooie architectuur. Ik zag sowieso veel mooie oude huizen uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw. En ik zag allerlei wolkenkrabbers van na de Burgeroorlogen, zoals de Nederlandse ambassade. Bij het huis van Carlos Ghosn – die van die ontsnapping in die kist – vernam ik dat hij de villa moet verlaten. Wat mijn informant een tikje harteloos vond, want de familie komt uit deze stadswijk.

Hotel Aristo

Sursock

Op de noordelijke helling kocht ik een simkaart en nam ik een lokaal telefoonabonnement. Het duurde allemaal even, want ik moest me legitimeren en de registratie moest online gebeuren, terwijl het internet haperde. De vriendelijke winkelier hielp andere klanten, want hij had ook een geldwisselkantoor. Maar uiteindelijk had ik mijn lokale telefoon.

Daarmee bewapend ging ik naar het Sursock-paleis en het Sursock-museum. De familie Sursock bezat een mooie stadsvilla, waar ik al eens over blogde. Sinds 1961 is daar elk najaar een overzichtstentoonstelling van eigentijdse kunst. Drie jaar geleden had het zestigjarig jubileum gevierd zullen zijn, maar de enorme ontploffing die Beiroet trof, trof ook het museum. Inmiddels is het museum heropend. Het bleek een aardige tentoonstelling, waar ook een “coda” was met aandacht voor de geweigerden. Het schilderij hieronder behoort overigens tot de vaste collectie.

Nicolas Sursock (Kees van Dongen)

Aan de overkant van de straat was in het Sursock-paleis een expositie van Italiaans design. De gedachte was dat we duurzamer en inclusiever moeten zijn en dat bleek ook wel uit sommige ontwerpen.

Hieronder nog een filmpje uit het Sursock-museum. Dit kunstwerk van Charbel Samuel Aoun is geïnspireerd door de bron van Byblos. Jammer dat ik hier niet van wist toen ik werkte aan de expositie; ik had de kunstenaar toen weleens willen opzoeken.

Coda

Na nog een kop koffie en een bezoek aan de Librairie Antoine wandelde ik over de heuvel terug naar het hotel, waar ik me realiseerde dat ik mijn paspoort in de telefoonwinkel had laten liggen. Nog een wandeling over de heuvel dus, en nog een wandeling terug, dit keer via een andere route, zodat ik ook het plein zag waar in 1982 Bachir Gemayel is opgeblazen – de aanleiding voor het bloedbad in Sabra en Chatilla.

Achrafieh, monument voor Bachir Gemayel

En nu is het mooi geweest. Ik ben vandaag vier keer over die heuvel gewandeld, ik ga niet meer op pad. Met een goede fles limonade, een lekkere salade en het nieuwe boek van Rens Bod blijf ik op mijn hotelkamer. Morgen ga ik naar vrienden in Zahlé en andere leuke dingen doen.

Deel dit:

2 gedachtes over “Op bezoek in Libanon (2): Achrafieh

  1. Frans Buijs

    Ik ben nog nooit in Beiroet geweest, maar het voelt een beetje alsof ik met je mee loop. Ik heb het namelijk wel vaak genoeg meegemaakt dat je als je heen en weer reist in een land steeds weer terugkomt in de hoofdstad en dat je die dan een beetje leert kennen en denkt, volgende keer in een andere buurt.
    In Lima heb ik eerst in het centro historico gelogeerd en daarna in Miraflores, wat juist heel modern is. Daar kwam ik zelfs een Peruaan tegen die Nederlands sprak!
    En later in Barranca, wat aan de kust ligt en een soort relaxte 19e eeuwse charme heeft. En daar kwam ik dan weer een oude man tegen die in de Tweede Wereldoorlog naar Europa zou zijn gereisd, maar dat ging niet door vanwege de oorlog en die nog bij de ambassade in Spanje had gewerkt en met wie ik nog een zilvermuseum heb bezocht waar ik uit mezelf niet naartoe zou zijn gegaan.
    Dit soort onverwachte ontmoetingen maakt reizen echt de moeite waard!
    (Tja, ik heb zelf geen blog, dus ik verveel de lezers hier maar even met mijn reisverhalen.😉)

Reacties zijn gesloten.