De verzamelaar gedemoniseerd (1)

Karl Stimm is eigenaar van een galerie voor Egyptische, Griekse, Romeinse en vroegchristelijke oudheden in Antwerpen; Akanthos Art is gevestigd op een boogscheut van Plantin-Moretus en de Schelde. En Stimm zit iets dwars. Er zijn allerlei verdenkingen tegen de handel in oudheden, hoewel het toch een toegestane economische activiteit is. Verzamelaars worden gecriminaliseerd, amateurarcheologen weggelachen, handelaren gedemoniseerd. En dus schreef Stimm een boek, waarin hij uitlegt dat zulke verwijten weliswaar ter harte moeten worden genomen, en door veel betrokkenen ook ter harte genomen worden, maar dat ze slecht doordacht zijn. Het is dan ook een complex probleem. Of beter, het is een verzameling problemen.

Hoewel ik sympathiseer met de auteur, die ik een paar maanden geleden in een Antwerps café heb ontmoet, en hoewel ik zijn bezorgdheid begrijp, heb ik ook wat moeite met De verzamelaar gedemoniseerd (2021). Het ligt niet aan de auteur en de inhoud, maar aan de vorm. Stimm had effectiever kunnen schrijven.

De vorm

Kijk, literaire genres zijn er niet voor niets. Wie bijvoorbeeld mensen wil amuseren, schrijft een column of begint een blog, waarvan iedereen weet dat de tekst dient om te verstrooien. De daarin gebruikte persoonlijke anekdotes functioneren slechts om betrokkenheid te genereren, en doen afbreuk aan de overtuigingskracht – ze vormen immers een soort N=1-argument. Voor zover er diepgang is in columns of blogs, zit die in de doorverwijzing naar serieuzer materiaal. (Als ik dagelijks blog over trivialiteitjes, is het omdat ik hoop dat u ook daar kijkt.) Wie daarentegen schrijft om een boodschap over te brengen, kiest een ander genre. Die schrijft een pamflet, waarin hij recht op zijn doel afgaat. Er zijn geen terzijdes; persoonlijke anekdotes zijn er slechts wanneer is onderbouwd waarvoor die representatief zijn. Met een batterij noten wordt zo’n tekst nóg overtuigender. De auteur die wil amuseren kiest dus een ander genre dan degene die wil overtuigen.

Het probleem met De verzamelaar gedemoniseerd is dat Stimm én een boodschap heeft én wil vertellen: zijn inhoud is een j’accuse over een inderdaad belangrijke kwestie, maar zijn vorm is associatief. Zoals hij herhaaldelijk aangeeft, streeft hij met zijn “schrijfsels” nergens naar “een academisch niveau”. Het boek staat dus boordevol boeiende anekdotes en bevat lange cursiveringen en veel uitroeptekens. Met tientallen voorbeelden (uit vooral België en Nederland) toont Stimm dat verkopers en kopers meestal wetsgetrouwe mensen zijn die al die insinuaties niet verdienen. Maar de vorm zit de inhoud in de weg. Het boek meandert en de boodschap raakt uit het zicht.

Problematische oudheden

Voor het goede begrip: Stimm ontkent de problemen rond de handel in oudheden allerminst. Hij erkent dat de insinuaties die amateurarcheologen, verzamelaars en handelaren ten deel vallen, voortkomen uit betrokkenheid. De zorgplicht voor ons erfgoed wordt te vaak verwaarloosd en het bodemarchief verdient betere bescherming. Ik denk dat als Stimm bij het schrijven van zijn hartenkreet had geweten dat een Nederlandse rechter een boete van €250 wel voldoende straf vond voor de plundering van een onvervangbaar Keltisch graf, Stimm de fiolen van zijn toorn zou hebben vergoten over het uitblijven van hoger beroep. Kortom, Stimm erkent de problemen.

Hij wil echter niet dat de verzamelaars en handelaren op méér worden aangesproken dan hun feitelijke verantwoordelijkheid. Het is zo al lastig genoeg.

Stimm vertelt dus waarop handelaren  zoal te letten hebben. Op vervalste oudheden bijvoorbeeld. Hij gaat in op de vraag wie het verleden, welbeschouwd een interpretatie van archeologische voorwerpen en informatie uit teksten, eigenlijk bezit. Dat is een belangrijke vraag, want er is vaak sprake van repatriëring van erfgoed – maar naar wie moet het dan eigenlijk? Wat doe je met oudheden uit een failed state of uit een regio waar de staatsgrenzen omstreden zijn? Stimm noemt voorbeelden waar repatriëring makkelijker gezegd dan gedaan is en het dus wat oneerlijk is grote woorden als “roofkunst” te gebruiken.

Lawine

De vorige alinea bevat maar een paar van Stimms argumenten. Ik denk dat het zinvolle observaties zijn. Ze verdrinken echter in een stortvloed aan voorbeelden. Hoewel de rode draad doorgaans duidelijk is, dwaalt Stimm af naar allerlei onderwerpen die voor zijn boodschap niet direct relevant zijn. Zo gaat hij in op de evolutionele voordelen van spaarzaamheid, wat zou bewijzen dat verzamelen, dus ook van kunst, de mens als het ware is aangeboren. Daarvoor is iets te zeggen, maar het hoeft geen hele paragraaf in beslag te nemen; een tekstkader zou beter zijn geweest.

Stimm behandelt motieven om te verzamelen in heden en verleden, gaat in op de verwijdering van hedendaagse standbeelden uit de openbare ruimte, behandelt de liefde voor kunst in het Romeinse Rijk, hekelt de op bezoekersaantallen gebaseerde museumfinanciering en vermeldt de nadelen van zo goedkoop mogelijk uitgevoerde opgravingen. Het is zeker geen onzin, maar het is niet allemaal ter zake, leidt af en doet afbreuk aan het betoog.

[Wordt vervolgd. De oudheidkundige wetenschappen bieden meer dan feitjes, wistjedatjes en trivaliteitjes. Het zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

Deel dit:

3 gedachtes over “De verzamelaar gedemoniseerd (1)

  1. Karel van Nimwegen

    Repatriëring is inderdaad vaak een lastige zaak. Ik denk aan de schatten van de Krim en aan het (ten onrechte als roofkunst getypeerde) edelsmeedwerk uit Nederlands-Indië.

    1. Vladimir Stissi

      Je gebruikt een typische drogredenering. Problematische repatriëringen zijn niet de regel, maar zeldzame uitzonderingen, en meestal ook atypisch (zoals bij de Krim-objecten). Bijna alle repatriëringen zijn geen lastige zaak.

  2. Frans Buijs

    Ik kan zo nog wel een paar voorbeelden verzinnen waarbij het niet zo lekker gaat. De Elgin Marbles, de Steen van Rosetta, de buste van Nefertiti…

Reacties zijn gesloten.