De vondst van de eeuw!

De vondst van de eeuw is deze week gedaan in Engeland, waar een Angelsaksisch graf de vondst van de eeuw is. Afgelopen oktober was de vondst van de eeuw nog een dertigtal Egyptische sarcofagen. Daarvoor was een harnas uit Kalkriese de vondst van de eeuw, al was toen ook een bijl uit Denemarken de vondst van de eeuw. In januari 2020 was een metaalvondst in Must Farm de vondst van de eeuw. Dat was trouwens ook “het Pompeii van Groot-Brittannië”.

In mei 2019 was de vondst van de eeuw  een schild uit de Bronstijd, dat trouwens ook een “bombshell” was. Twee maanden daarvoor was de vondst van de eeuw iets met dinosaurussen, op een locatie die overigens ook “het Pompeii van het Krijt-tijdperk” was.

In augustus 2018 was de vondst van de eeuw dat archeologen iets van antropologie moesten weten. Zes maanden eerder was de vondst van de eeuw een Grieks schip bij de Krim.

Eerdere vondsten van de eeuw waren, de afgelopen jaren, een vrouwengraf in Pröring, iets in het graf van Toetanchamon, een grafkamer in de Aube, het een en ander in Essen en in Hessen, een Merovingisch graf, een Vikinggraf en een beeldje uit Praag.

Journalisten die minder gemakzuchtige beeldspraken gebruiken, dat zou pas echt de ontdekking van de eeuw zijn.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

15 gedachtes over “De vondst van de eeuw!

  1. Frans

    De vondst van de eeuw is deze week gedaan… Briljante grap, ik moest er echt om lachen. Maar als je de term maar blijft herhalen is het niet grappig meer. Maar misschien is dat ook de bedoeling, duidelijk maken dat al die sensatiezucht vermoeiend wordt. Snap ik. Ik lees ook zo vaak berichten over ontdekkingen die de geschiedenis zullen herschrijven of ons beeld van het verleden volkomen zullen veranderen.

  2. Arnold den Teuling

    Wat een armoede dat we het nog 80 jaar zonder vondsten van de eeuw moeten doen, want die hebben we allemaal al gehad.

  3. Klaas

    Omdat de ‘vondst van de eeuw’, als de chronologische eeuw (de éénentwintigste) wordt bedoeld, niet kan worden vastgesteld voordat-ie afgelopen is, zouden de dames en heren journalisten het cliché misschien moeten vervangen door ‘de vondst van de afgelopen 100 jaar’. Nog steeds nietszeggend, maar in ieder geval een logische mogelijke vaststelling.
    Het is trouwens aardig om te speculeren welke (nog niet gedane) vondst een mogelijke kandidaat zou zijn. Persoonlijk zou ik wat de oudheid aangaat een Rosettasteen met daarop een tekst in het Lineair A een kanshebber vinden.

    1. Jeroen

      Neen, het is elke keer “de vondst van de eeuw” tot nu toe… puur theoretisch kan dan elk bericht volledig correct zijn als elke nieuwe vondst de net daarvoor gedane overtreft.
      Als de berichtgevers dan ook nog erbij vermelden “…in onze ogen” , of iets dergelijks, is het volkomen dichtgetimmerd! 😊

  4. A. Gaastra

    Het bericht uit The Guardian werd vanmiddag al gretig gedeeld op Twitter onder mediëvisten, en toen dacht ik al: hier gaat Jona zeker op reageren. In dit geval volkomen terecht overigens. Bijkomende ergernis mijnerzijds is dat het hier ook nog om een Angelsaksische opgraving gaat. Dan lijken veel mensen het niet meer in perspectief te kunnen plaatsen en het nog belangrijker te vinden dan wat dan ook.

  5. Jeroen

    Overigens komt het citaat in het Angelsaksische stuk verder totaal niet in het stuk voor, en spreekt de archeoloog over “één van de meest opwindende Angelsaksiche vondsten sinds de 19e eeuw”, hetgeen al heel wat bescheidener is, me dunkt.

    1. Ook namens mij. Ik heb geleerd niet meteen te concluderen wie van de twee verantwoordelijk is voor de sensatiezoekerij, de journalist of de wetenschapper.

    2. Ja, het is een journalistiek frame. Een archeoloog kijkt zo niet naar hun data. Alle data zijn hetzelfde voor een wetenschapper. Net als een scheikundige, die ook niet zegt dat het ene zuurstofatoom spectaculairder is dan het andere.

      1. Rob Duijf

        Ik denk dat je dit niet de een of de andere journalist kunt aanwrijven, maar dat er eerder sprake is van een journalistieke cultuur. Op zich bestaat die cultuur al heel lang. Media concurreren op scoops, waarbij het gaat om wie het eerst publiceert. Onder invloed van de snelheid van het nieuws door de nieuwe media, teruglopende abonnementsinkomsten en dus grotere commerciële afhankelijkheid staan redacties en journalisten onder steeds grotere druk. Tijd voor fact checking en verdieping in de nieuwskommen is er nauwelijks. Dat kan ook niet anders, want bronnen navragen en controleren kost tijd. Behalve wellicht in de speciale caternen, maar die hobbelen eigenlijk altijd achter de feiten aan.

        Begin jaren negentig heb ik voor het opzetten van een publieksmedium lezersonderzoeken bestudeerd. Hoe leest de lezer? Wat wil de lezer lezen? ‘De lezer’ wil vooral worden vermaakt, hij wil sensatie, de wows, de ahhhs en de ohhhs, de verontwaardiging. Goed nieuws scoort niet, het is een niche; nuance boeit niet. Een grote Nederlandse uitgever van wakker nieuws heeft dat al vele decennia als redactiebeleid en andere, zogenaamd onafhankelijke media volgen in de slip stream. Ze moeten wel, anders missen ze de boot.

        Als het gaat om actuele nieuwsvoorziening in een steeds snellere informatiewereld is dat de hijgerige cultuur waarin journalisten, redacteuren en koppenmakers zich moeten bewegen. En toch zijn dat allemaal jongens en meisjes die van de academies komen en daar hebben geleerd hoe het wel moet. Mag ik hopen.

Reacties zijn gesloten.