
[Derde deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]
En zo komen we bij die roerige jaren tachtig. Sandra Langereis begint dit deel van de biografie zo mooi:
De jaren tachtig van Eises eeuw waren mooi van lelijkheid. Alles begon te kieren en te scheuren in Nederland toen Engelse oorlogsschepen ervoor zorgden dat de overzeese handel vanuit de Hollandse havens onderuitging en Willem V als opperbevelhebber te land en ter zee weigerde daar iets aan te doen. (…) Zijn gedrag gaf vleugels aan de patriottenbeweging, die zich sterk ging maken voor inspraak van burgers in de politiek. De bodem viel weg onder de oude politiek in Nederland vanaf het moment dat in 1775 de grote indruk makende Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak… (p.169)
Burgers roeren zich, men wil meer democratie in stads- provincie- en landsbestuur. En Eise was een van hen. En Franeker was een echte patriottenplaats. (Anders dan nu was patriot dus een aanduiding voor progressieve lieden, anti-orangisten, mensen die invloed wilden in hun stadsbestuur en de prins van Oranje, Willem V, weg wilden hebben.)
Op de vlucht
Eise Eisinga maakte deel uit van het defensiewezen van Franeker en beheerde de financiën. En in de oorlog die in het voorjaar van 1787 in de Republiek uitbrak tussen enerzijds de prinsgezinden, gesteund door Pruisische soldaten van Frederik Willem II (de broer van Wilhelmina, de echtgenote van Willem V) en anderzijds de patriotten, was Franeker een van de laatste plaatsen die het verzet opgaf.
Eise was direct na afloop van de dramatische spoedvergadering (…) waar het doek viel voor de vesting Franeker, naar huis gesneld om in allerijl wat spullen bij elkaar te grissen en afscheid te nemen van Pietje. Toen sloop hij zo snel als hij kon en met een grote boog om Leeuwarden in het holst van de nacht naar het oosten, Friesland uit, op de vlucht voor het arrestatiebevel dat het Friese hooggerechtshof (…) tegen hem en vierendertig andere Friese patriotse kopstukken uitvaardigde. (p.204)
Eerst gaat hij naar Groningen, bij vrienden. Daar arriveerden eind september en begin oktober honderden Friese vluchtelingen, die opgevangen werden bij gastvrije patriotsgezinde families. Maar op 29 oktober 1787 werd het dragen van oranje linten en oranje kokardes in heel het land voor iedereen verplicht gesteld. Toen sloegen prinsgezinde straatbendes alle ruiten in van de 250 woningen waar de gevluchte Friezen te gast waren.
Begin oktober capituleerde Amsterdam en daarna was het afgelopen met de patriotten. In totaal 20.000 mensen verlieten het land. Ter vergelijking: Nederland telde amper twee miljoen inwoners.
Eise vluchtte door Drenthe naar Overijssel om bij Losser de grens over te steken naar Burgsteinfurt, een bekende wijkplaats voor politieke en religieuze dissidenten, veertig kilometer van Nederland.
Ballingschap
Op 13 april overlijdt dan Eises vrouw Pietje, vierenveertig jaar is ze nog maar. Ze laat Jacobus van vier jaar en Jelte van veertien achter. Eise zit ondertussen in Gronau en mag absoluut niet naar Franeker komen om zijn vrouw te begraven.
Na twee jaar schrijft hij met de moed der wanhoop een verzoekschrift aan het bewind in het Leeuwarder Landshuis om hem gratie te verlenen. Met daarbij het aanbod om een spectaculair nieuw planetarium te bouwen ter meerdere eer en glorie van Frieslands universiteit in Franeker.
Maar hij vangt bot, zijn verzoek wordt afgewezen. Eise vindt deze onverzoenlijkheid onmenselijk. Ondertussen, lente 1790, heeft hij genoeg van het duimendraaien “sonder ijets tot nut van mij en mijn Kinderen te kunnen doen” en is bovendien zijn spaargeld zo ongeveer verdampt. Hij verplaatst zich van Gronau naar de Groninger Ommelanden en gaat precies op de grens van Friesland en Groningen zitten: in Visvliet. In Friesland mag hij immers niet komen op straffe van arrestatie.
Vrienden hadden hem verzekerd dat hier nog nooit iemand uitgeleverd was en het Friese gerechtshof had hier niets te zeggen. En Visvliet had een wijd en zijd bekende jaarmarkt en een drukbevaren kleine haven.
Eise koopt een tamelijk verwaarloosde woning met voldoende grond om weer een wolkammerij op te bouwen. Hij is zesenveertig en maakte een nieuwe start, ook in de liefde: hij verlooft zich met Trijtje Eelkes. Ze is twintig jaar jonger.
Gearresteerd
Op 6 april 1791 wordt Eise Eisinga dan toch, tot schrik van hemzelf en zijn omgeving, opgepakt door dienders van het Friese hooggerechtshof. Op die dag stonden ze ineens op Eises Groningse erf – of dat juridisch nu wel of niet mocht..
Hij werd geboeid en afgevoerd naar Leeuwarden, werd urenlang verhoord en gevangen gezet voor de duur van zijn proces in een cel van het Blokhuis, die plek waar hij eens Venus voor de zon had zien langsgaan.
Het zou meer dan een vol jaar duren voor hij weer vrij kwam, 381 dagen welgeteld.
Op 27 april 1792 is hij echter weer vrij nadat hij én de proceskosten én de hechteniskosten geheel zelf heeft moeten betalen. Maar hij krijgt na dat jaar gevangenschap nog een verbanning van vijf jaar uit Friesland opgelegd! Bovendien gold hij voor de rest van zijn leven politiek als persona non grata: hij mocht nooit meer in een ambt worden benoemd.
Eise kreeg drie dagen om Friesland te verlaten, gaat snel naar Dronrijp maar zijn oude moeder en naar zijn broer en vervolgens naar Franeker. Hij vindt daar het planetarium in goede staat en vertrekt dan naar het Groningse Visvliet.
Aldaar wierd ik door mijne Aanstaande Bruid en ’s Dorps Inwoonders met blijdschap ontvangen, denk alhier mijn Fabricq weer te aanvaarden, een eerstdaags in den Huwelijkse Staat te morgen worden bevestigd.
Eise trouwde op 27 mei 1792, een maand na zijn vrijlating.
De Bataafse Revolutie
En dan komt Daendels met zijn Bataafse legioen en ontstaat er een pijlsnelle revolutie. De Staten worden ontbonden, en alle veroordelingen en verbanningen van 1787 van politieke vluchtelingen worden nietig verklaard. In de loop van het voorjaar van 1795 kan Eise weer terug naar Franeker!
De patriotten hielden geen bijltjesdag zoals in september 1787 wel was gebeurd. Ze concentreerden zich op het naar huis sturen van alle lokale en gewestelijke prinsgezinde bestuursleden en concentreerden zich “op het uit de klei trekken van een revolutionair democratisch bestel” (p.236).
Dankzij deze “Bataafse omwenteling” is het op 13 april 1795 zo ver: Franekers burgers mogen voor de allereerste keer in de geschiedenis naar de stembus. Alle mannen van twintig jaar en ouder die zelf zorgden voor brood op de plank, ongeacht de hoogte van hun inkomen en vermogen, ongeacht hun religie, en ongeacht de vraag of ze op school hadden gezeten en konden lezen of schrijven.
Denkelijk mochten ook alle economisch zelfstandige weduwen en alleenstaande vrouwen die hun eigen kost wonnen komen stemmen. In de revolutiegezinde Friese steden gaf kostwinnerschap en niet sekse of religie de doorslag. Daarmee onderscheidden ze zich van bijvoorbeeld Amsterdam, waar in die lente van 1795 vrouwen geen stemrecht kregen. En ook van revolutionair Amerika, en zeker van revolutionair Frankrijk, waar in 1793 Olympe de Gouges onder de guillotine kwam nadat ze een Verklaring van de Rechten van de Vrouw en Burgeres had gepubliceerd.
Democratie
Wat moet het een opwindende tijd geweest zijn. Het kiesreglement van de Bataafse Revolutie zorgde ervoor dat er in 1785 vrijwel net zoveel mensen naar de stembus mochten als in 1917: in 1917 was dat 23% van de totale bevolking, in 1795 22%.
Tegen slechts 3% (!) vanaf het jaar 1848 onder de kieswet Thorbecke die het stemrecht uitsluitend gunde aan de superrijken en de bezitters (mannen) van oude herenhuizen en herenhoeven. (p.241)
Iedere kiesgerechtigde mocht ook gekozen worden, maar Eise had direct gezegd dat hij graag deel wilde uitmaken van het gewestelijk bestuur en niet van het stedelijke. Op 15 juni 1795 was het zover: de allereerste verkiezingen van provinciale volksvertegenwoordigers ooit. En uiteraard werd de zeer gewaardeerde Eise Eisinga gekozen.
Provinciaal bestuur
Vanaf 23 juni 1795 tot 1802 is Eise Eisinga volop actief geweest als provinciaal bestuurder. Daarvoor moest hij vrijwel dagelijks naar Leeuwarden, al die jaren. En ook in dit gewestelijk bestuur bemoeide Eise zich vooral met de financiën, hij werd lid van de Rekenkamer.
Daarnaast schreef hij, op verzoek, een plan om de universiteit van Franeker te redden. En dat werd niet een plan om de universiteit te behouden zoals hij was, maar eentje die de universiteit omvormde en er ook een Nederlandstalige afdeling aan toevoegde met bovendien beurzen en andere mogelijkheden voor studenten met weinig inkomen. Eise werd curator en dat is hij vier jaar geweest.
In 1798 werd de allereerste grondwet aangenomen. Daaropvolgend werd Eise gevraagd om plaats te nemen in een Intermediair Wetgevend Lichaam dat de oervorm van onze parlementaire democratie heeft opgesteld: een Eerste en Tweede Kamer en een regering, Uitvoerend Bewind geheten (1798).
[Wordt vervolgd. De gastauteurs van deze blog nemen deze dagen het stokje over. Vandaag dus een gastbijdrage van Truus Pinkster over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Dank je wel Truus!]
Zelfde tijdvak
7.000.000.000, deel 3oktober 26, 2011
Potten en pannenmei 23, 2013
De sji’ieten van Irak (4)oktober 30, 2021

De eerste grondwet was niet die van 1798 maar de staatsregeling van 1796. Wat betreft de vrouwenrechten: die waren ook in Drenthe verslechterd. Eigenerfde weduwen namen vóór 1795 in de kerspelen de rechten van hun overleden echtgenoot over, maar waren daarvan vanaf 1796 uitgesloten.
De Staatsregeling die op 1 mei 1798 werd aangenomen en als zodanig de eerste Nederlandse grondwet is, werd in 1796 ontworpen.
“Met het ontwerpen van een Staatsregeling was in 1796 begonnen door de Nationale Vergadering , die daartoe [door] een constitutiecommissie in het leven was geroepen.”
https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vi42bzspswzn/staatsregeling_van_1798_eerste_grondwet
Ik meen dat tegen 1913 meer dan zestig procent van de mannelijke burgers van Nederland in principe in aanmerking kwam voor stemrecht. Of die allemaal opkwamen is in tweede.
De verkiezingen van 1917 waren apart. De grote koehandel (‘Pacificatie’) was gesloten – algemeen manenkiesrecht tegen de financiële gelijkstelling van BIijzonder en Openbaar Onderwijs, en er waren verkiezingen nodig om dit in grondwet opgenomen te krijgen. De deal tussen de partijen was de verkiezingen niet echt te voeren, de Tweede Kamer zoveel mogelijk in de samenstelling van 1913 te laten terugkeren (n.b er werd gekozen met een districtenstelsel, de laatste keer voor de invoering van evenredige vertegenwoordiging). Het ging dus eigenlijk nergens over, dat kan de lage opkomst verklaren.
‘Frederik III (de broer van Wilhelmina, de echtgenoten van Willem V)’
De broer van Wilhelmina van Pruisen was Frederik Willem II van Pruisen.
Verbeterd, dank.