Eise Eisinga (4)

Het Planetarium van Eise Eisinga

[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.

Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.

Lees verder “Eise Eisinga (4)”

Eise Eisinga (3)

Eise Eisinga (collectie Rijksmuseum)

[Derde deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

En zo komen we bij die roerige jaren tachtig. Sandra Langereis begint dit deel van de biografie zo mooi:

De jaren tachtig van Eises eeuw waren mooi van lelijkheid. Alles begon te kieren en te scheuren in Nederland toen Engelse oorlogsschepen ervoor zorgden dat de overzeese handel vanuit de Hollandse havens onderuitging en Willem V als opperbevelhebber te land en ter zee weigerde daar iets aan te doen. (…) Zijn gedrag gaf vleugels aan de patriottenbeweging, die zich sterk ging maken voor inspraak van burgers in de politiek. De bodem viel weg onder de oude politiek in Nederland vanaf het moment dat in 1775 de grote indruk makende Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak… (p.169)

Burgers roeren zich, men wil meer democratie in stads- provincie- en landsbestuur. En Eise was een van hen. En Franeker was een echte patriottenplaats. (Anders dan nu was patriot dus een aanduiding voor progressieve lieden, anti-orangisten, mensen die invloed wilden in hun stadsbestuur en de prins van Oranje, Willem V, weg wilden hebben.)

Lees verder “Eise Eisinga (3)”

Eise Eisinga (2)

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

[Tweede deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Het punt om zijn aandacht op te richten kwam met het verschijnen van een boekje met een voorspelling van het einde der tijden, geïnspireerd op het Bijbelboek Openbaring. Mensen werden er heel bang van. Zulke voorspellingen waren er wel vaker geweest, maar deze keer maakte het veel meer indruk omdat het boekje zei zich te baseren op Newtons natuurwetten. De aarde zou geheel gesloopt worden op 8 mei 1774, want dan kwamen Mercurius, Venus, Mars en de reuzenplaneet Jupiter op één lijn te staan en zo zou de aarde uit haar baan om de zon worden getrokken.

Het bijgeloof en de onrust onder de mensen zette Eise aan tot het bouwen van zijn prachtige planetarium, waarmee hij tot op de seconde nauwkeurig de trajecten van alle zichtbare hemelobjecten liet zien. En dat niet voor een bepaalde afgebakende periode maar tot in de eeuwigheid. Zo wilde hij de mensheid geruststellen dat God, de grote klokkenbouwer, het heelal zo vernuftig had geschapen dat het oneindig zou blijven voortbestaan.

Lees verder “Eise Eisinga (2)”

Eise Eisinga (1)

Al eerder schreef Sandra Langereis prachtige biografieën over “dwarsdenkers” als de zestiende-eeuwse drukker Christoffel Plantijn en Erasmus. Mannen die hun eigen weg zochten in de woelige tijd waarin ze gezet waren, geen revolutionairen maar, inderdaad, “dwarsdenkers”.

Nu is er weer een prachtige biografie van haar hand over Eise Eisinga, de man die in het laatste kwart van de achttiende eeuw eigenhandig een planetarium bouwde in zijn woning, waarin ook zijn wolkammersbedrijf gevestigd was. En die, wat ik wellicht nog interessanter vind, een rol speelde in het denken over democratie in die late achttiende eeuw, en een rol speelde in de beweging van de patriotten. (En denk bij dit woord nu even niet aan Geert Wilders, maar aan een oprechte wens om alle mannen (!) invloed te geven op het bestuur van gemeente, provincie en land. Vrouwen kwamen pas veel later aan bod.)

Lees verder “Eise Eisinga (1)”

Eise Eisinga

Eise Eisinga (Stadhuis Franeker)

Franeker is even klein als leuk. In het Martenamuseum was vorig jaar een geslaagde expositie over het boekenbezit van de voormalige universiteit waar ik met veel plezier heb rondgelopen. De wereld van Reinerus Neuhusius. Even verderop – het zal geen steenworp zijn maar het scheelt weinig – is het beroemde planetarium van Eise Eisinga.

Het bijbehorende verhaal is te beroemd om niet nog eens te vertellen. In 1774 zouden de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter vlak bij elkaar aan de hemel staan en er gingen geruchten dat daardoor de aarde uit zijn baan zou worden getrokken. Een door een dominee Eelco Alta geschreven brochure veroorzaakte nogal wat paniek.

Het misverstand dat hij de wereld in hielp is overigens interessant omdat het bewijst dat hij kennis had van de zwaartekrachtwet van Newton en begreep dat andere hemellichamen krachten uitoefenden op onze aarde, maar het effect overschatte. Dit is hoe pseudowetenschap altijd werkt. Mensen begrijpen wel het principe van deze of gene wetenschappelijke methode, maar zijn niet goed in staat de werking te kwantificeren.

Lees verder “Eise Eisinga”

Dijkgraafs reuzen

Een paar jaar geleden nam Robbert Dijkgraaf afscheid als president van de KNAW. Bij die gelegenheid reisde hij langs een paar musea, waar de curatoren aan de hand van allerlei voorwerpen vertelden over de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Het resultaat was het boekje Reuzen van de Lage Landen, waarin Marcel Hulspas Dijkgraafs museumtournee beschrijft.

Het boek heeft een zwak punt, namelijk dat Robbert Dijkgraaf de verkeerde persoon is om op te treden als ondervrager. Ik zal daar bij een andere gelegenheid nog over schrijven – in de huidige planning eind mei – en me nu beperken tot een beschrijving van Reuzen van de Lage Landen. Er staat veel aardigs in. Heel veel zelfs.

Lees verder “Dijkgraafs reuzen”