Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Hij was echter een dermate onhandelbare puber dat hij eind 1761 van school werd gehaald, en opgesloten werd in verbeterhuis “De Vierige Kolom”, een soort particuliere gevangenis. De naam was afgeleid van de vuurzuil in het Bijbelboek Exodus, die de Joden de weg wees door de woestijn naar het beloofde land. In verbeterhuizen moesten de pupillen door hun detentie heen om in hun verdere leven goed terecht te kunnen komen. ’t Hoen heeft zijn opleiding dus niet af kunnen maken. In zijn latere leven heeft hij dit gemis door zelfstudie trachten in te halen.

Na elf maanden in De Vierige Kolom kwam hij weer vrij. Hij trouwde een jaar later met de Leidse koopmansdochter Johanna Maria Nihot, zijn Annemietje. Ze zouden acht kinderen krijgen. Pieter heeft vermoedelijk tot de dood van zijn vader in 1777 bij zijn ouders in de winkel gewerkt. Daarna kreeg hij een betrekking als rentmeester aan het Collegium Willebrordi, het internaat van de Hiëronymusschool. Hij was al vanaf 1774 literair actief en hier kreeg hij de kans om zich wat serieuzer op dichten en schrijven te richten.

Dichter

Aanvankelijk schreef en dichtte ’t Hoen toneelstukken en genootschapspoëzie, samen met de leden van het onder andere door hemzelf opgerichte “De digtkunst bloeit, Daar d’yver groeit”; later omgedoopt tot “Volmaakter door den Tijd”. Hij verdiepte zich in de historie en vergeleek die met de staat van het Nederland van zijn eigen tijd. ’t Hoen idealiseerde het verleden: als de wereld net als tijdens de Opstand rechtvaardigheid na zou streven

Dan zou geen snoode Dwinglandij
Onz’ oude Heldenroem verduistren
Men laat door vreemden het gebit
Nu tussen onze tanden dringen,
En door den woekerenden Brit
Het Geld uit onzen buidel wringen:
Wij zijn door hebzucht en door pragt,
Op d’ oever van ’t verderf gebracht’
(De Lof der rechtvaerdigheid, 1777)

Naast toneelstukken en poëzie schreef hij politieke essays en vertalingen. In zijn beginperiode gebruikte hij vaak de naam J.A. Schasz M.D.; een alias dat later overgenomen zou worden door zijn medepatriot Gerrit Paape.

De Post van den Neder-Rhijn

’t Hoen ontwikkelde een journalistieke pen. En hij werd een principiële patriot. Beide kwamen samen in de door hem opgerichte De post van den Neder-Rhijn. De Post, uitgegeven door Gisbert Timon van Paddenburg, zou de voornaamste spreekbuis van de patriotten worden. Het eerste nummer verscheen op 20 januari 1781. Het was een weekblad, vanaf 1784 verscheen het echter twee keer in de week.

De Post van den Neder-Rhijn was een luis in de pels van het gezag en de autoriteiten hebben dan ook meermaals gepoogd het blad te verbieden. De Post werd in 1786 zelfs publiekelijk verbrand op het Arnhemse schavot. Het is dan ook geen wonder dat Pieter ’t Hoen zijn naam niet in De Post vermeldde. Net als Joan Derk van der Capellen tot de Pol bleef hij, op twee uitzonderingen na, anoniem.

Van der Capellen en ’t Hoen correspondeerden begin jaren tachtig met elkaar. Pieter ’t Hoen bracht een van de aanbevelingen van Van der Capellen in praktijk: hij werd lid van een Utrechts vrijkorps. In 1783 sloot hij zich aan bij de vereniging “Getrouw voor het Vaderland” en in 1785 werd hij luitenant van de schutterijcompagnie “Turkijen”.

Zijn ervaringen in het exercitiegenootschap vonden hun neerslag in De Post, die niet alleen in Utrecht maar ook ver daarbuiten werd gelezen. Het blad kostte anderhalve stuiver en had een oplage van 2400 tot 3000 stuks. Aangezien een exemplaar vaak door meerdere personen werd gelezen was het bereik van de patriotse krant aanzienlijk. De Post had ook veel invloed. In het berucht geworden nummer 214 werd voor het eerst de geheime Akte van Consulentschap openbaar gemaakt en op de korrel genomen. Dit maakte de positie van de Hertog van Brunswijk onmogelijk. Dikke Ernst vertrok uit Den Haag. In 1782 ging hij naar Den Bosch en in 1784 naar zijn bezittingen in Brunswijk (Braunschweig).

Toen de patriotse stad Utrecht in mei 1787 via het dorp Vreeswijk door stadhouderlijke troepen werd aangevallen stond burgerkapitein Pieter ’t Hoen in de voorste gelederen. De burgertroepen slaagden erin de stadhouderlijke compagnieën te verjagen. De kolonel van de verjaagde troepen werd hiervoor door de krijgsraad ter dood veroordeeld. Bij verstek, want kolonel Van Efferen had zijn veroordeling niet afgewacht en was naar het buitenland gevlucht. Het gevecht is onder de naam “De slag bij de Vaart” onderdeel geworden van de Nederlandse geschiedeniscanon.

Op de vlucht

Na de inval van de Pruisen ging de knoet over het patriotse deel van de Republiek. Velen vluchtten naar Frankrijk, onder wie Pieter ’t Hoen. Hij woonde er van 1787 tot 1795 en bemoeide zich daar ook met de Franse politieke ontwikkelingen. Dat wil echter niet zeggen dat hij in Nederland uit de belangstelling verdwenen was. In de onderstaande advertentie uit de Rotterdamsche Courant van 25 februari 1792 wordt zijn werk nog aangeprezen. De Post kreeg een totaalverbod in alle Staten maar kennelijk werd de verkoop van zijn andere werk getolereerd.

De Rotterdamsche Courant 25 februari 1792 (via Delpher)

Het Victorie-lied

Datzelfde jaar verscheen het Victorie-lied. Ik heb het in geen enkele publicatie over ’t Hoen terug kunnen vinden, of het moest “een gedicht uit 1792” zijn, dat in Theeuwens studie ter sprake komt. Er ligt wel een exemplaar bij de Koninklijke Bibliotheek,noot NL/Koninklijke Bibliotheek/KW Pflt 2205.dat stamt uit de Knuttel-collectie en oorspronkelijk komt uit het persoonlijke bezit van Willem V.

ô Zangnymf! Vlegt toch laauwerbladen
Om ’t hoofd van FREDERIK, dien held!
De waare vorst heerscht door geweld;
Doet Volk by Volk de heetste traanen schreyen;
vergroot hun jamm’ren door misleyen
Fnuikt hunnen welvaart, zoekt hunn’ dood
Of ondergang: – dus is hy groot!

Het Victorie-lied lijkt op het eerste gezicht bombastisch en duidelijk uit een andere tijd. Maar toch: wat doet dit bovenstaande denken aan een citaat uit een artikel over economische ongelijkheid, in de Volkskrant van 23-11-2024: Voor de wolven. In dit stuk schrijft Jonathan Witteman:

Voor Trump en consorten lijkt vrijheid veelal een excuus om mensen voor te liegen, uit te zuigen of anderszins naar het leven te staan, schrijft Stiglitz.

Wittemans artikel gaat over Joseph Stiglitz’ boek De weg naar vrijheid: economie en de goede samenleving.

Die consorten vind je overal, en in toenemende mate. In die zin lijken we meer op de wereld van 232 jaar geleden dan we zouden willen. Of zouden willen toegeven.

Bataafse Republiek

Na zijn terugkeer heeft ’t Hoen een rol gespeeld in de stichting van de Bataafse Republiek. Hij werd secretaris van de Voorlopige Vertegenwoordigers van het Volk van Utrecht en vervolgens secretaris van het Comité van Financiën. In 1796 werd hij benoemd tot secretaris van het Bataafse bestuur van het gewest Utrecht. In  het voorjaar van 1795 gaf hij De Post een doorstart: onder de naam De Nieuwe Post van den Neder-Rhijn zou het blad tot september 1799 regelmatig uitkomen en daarna nog incidenteel. Op 27 augustus 1799 landden Britse en Russische troepen in Noord-Holland. Ze hadden de latere koning Willem van Oranje bij zich en dit bracht gewapende Orangisten op de been. Onder andere in Utrecht. Wellicht heeft ’t Hoen weer bijgedragen aan de verdediging van zijn stad en is De Nieuwe Post daarom uiteindelijk gestopt.

De Brits-Russische inval in Noord-Holland liep uiteindelijk op niets uit. De Orangisten hadden echter weer elan gekregen. Na 1801 kwam de oude orde weer in beeld. Felle patriotten als ’t Hoen hadden hun tijd gehad. Hij werd gedegradeerd tot commies en stopte in 1806 met schrijven. Na de annexatie van Nederland door Napoleon in 1811 kreeg hij een betere baan: hij werd griffier bij het gerecht in Amersfoort. Daar is hij op 9 januari 1828 overleden. Zijn Annemietje was hem vier jaar eerder ontvallen en ook zes van zijn kinderen gingen hem voor.

[Dit was een gastbijdrage van Saskia Sluiter, de auteur van het boek De Staalwoestijn. Dank je wel Saskia!]


Luik

april 17, 2020

Edward Gibbon (2)

juli 29, 2019

De familie As-Sadr

augustus 23, 2023
Deel dit:

4 gedachtes over “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

  1. FrankB

    “Ze hadden de latere koning Willem van Oranje bij zich en dit bracht gewapende Orangisten op de been.”
    Maar de bevolking boven het IJ koos niet de kant van Oranje – dat wordt ook nooit genoemd in de geschiedenisles. Veelzeggend: nog in 1815 werden de Nederlandse bataljons door hun Engelse bondgenoten gewantrouwd.

  2. Ben Spaans

    Maar dat kwam in 1815 ook omdat het Nederlandse leger nu ook zuidelijke ‘Belgische’ soldaten omvatte die een jaar eerder nog onder de Franse vlag hadden gediend (sinds 1793 waren de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk ingelijfd, tot 1814.)

  3. Theo de Graaff

    De bevolking van Noord-Holland zag de Engelsen en Russen als indringers die alles kaal vraten omdat ze niet door de taaie verdediging heen konden breken. Binnen 4 maanden vertrokken ze weer. Resultaat: minstens 20.000 doden en vermisten aan beide kanten.

Reacties zijn gesloten.