Jacques-Paul Migne

Mignes roofdruk van een door de mauristen gemaakte Origenes-uitgave

U heeft vermoedelijk allemaal gelezen hoe de AI-bedrijven momenteel op grote schaal het internet scrapen om aan informatie te komen om hun modellen te voeden. Die activiteit is niet alleen een schending van allerlei auteursrechten, maar is inmiddels ook vrij zinloos, aangezien veel online-content door AI wordt geschreven. Vandaar dat inmiddels oude boeken worden opgekocht, ingescand en gelezen. Daar spreekt men nu schande van, hoewel het al jaren gebeurt met digitaliseringsprojecten als Google Books.

En feitelijk is het allemaal een beetje herhaling van zetten. We hebben het in de negentiende eeuw al eens meegemaakt. Oudheidkundigen zitten nog steeds met de gevolgen, die zowel positief als negatief zijn. Ik bedoel het levenswerk van de Franse geestelijke Jacques-Paul Migne (1800-1875), de grondlegger van de Ateliers Catholiques, waar hij gedurende dertig jaar elke tien dagen een boek publiceerde. “De Migne” is voor oudheidkundigen een begrip. Maar eerst iets over Mignes leven en werken.

Lees verder “Jacques-Paul Migne”

De vele namen van Belgrado (4)

Belgrado. monument voor de linguïst Vuk Karadžić.

[Laatste van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

De naam “Belgrado” zal wel voor altijd verbonden zijn met die van bekende personen, waarvan sommige voorbijgangers waren, zoals de Argonauten, terwijl anderen er hun levensdagen sleten en monumenten hebben gekregen die de stad nog altijd sieren.

Neem Vuk Karadžić (1787-1864): hij beschreef de Servische taal en hervormde het alfabet, wat leidde tot een eigen Servisch-Cyrillisch schrift. Met het fonetische uitgangspunt “wat je hoort spel je”, was dit alfabet een emancipatie ten opzichte van het Russisch of Bulgaars Cyrillisch schrift. Het monument hierboven afgebeelde monument Vukov Spomenik gedenkt deze taalkundige.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (4)”

Egypte ontdekken

Het was niet Napoleon die, toen hij een team geleerden meenam naar het front, Egypte ontdekte. Al eerder waren er Griekse reizigers geweest, zoals Herodotos van Halikarnassos, die een priester interviewde over de bronnen van de Nijl. Er was de Romeinse officier Ammianus Marcellinus, die een correcte vertaling wist te geven van de hiëroglyfen. Er was kalief Al-Ma’mun, die de Grote Piramide opende en daar een mummie vandaan haalde. En er zijn altijd Egyptenaren geweest die naar de aloude monumenten keken, zich afvroegen wat dat waren en zo grondslagen legden voor wat nu egyptologie heet.

Egypte als ontdekking

Het is dan ook terecht dat de huidige expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, gewijd aan het ontdekken van Egypte, begint met Arabische visies op het antieke Egypte. Al-Masudi komt langs, die u op deze blog eerder bent tegengekomen. Pas na de Arabische ontdekkers stelt het museum de West-Europeanen aan de bezoekers voor: eerst kunstenaars als Cornelis de Bruijn, later ook wetenschappers.

Lees verder “Egypte ontdekken”

Algiers 1830

Ik heb eerder geschreven over de Barbarijse Staten en verteld dat hun reputatie als piraten eigenlijk onverdiend was. Ze deden wél aan kaapvaart, dus het in oorlogstijd beroven van vijandelijke koopvaardijschepen. Dat was lange tijd volkomen normaal; in een ander blogje schreef ik over de joodse kapers die tijdens de Spaanse Successieoorlog namens de Staten-Generaal de Caraïbische wateren onveilig maakten voor Spaanse schepen. Kaapvaart begon als er oorlog uitbrak, was gereguleerd met kapersbrieven en hield op zo gauw er een vredesverdrag was – en zo simpel was het.

Voor de Barbarijse leiders – de Ottomaanse pasja van Tripoli, de Ottomaanse bey van Tunis en de Ottomaanse dey van Algiers – was kaapvaart een verdienmodel, mogelijk doordat er altijd wel ergens een Europese oorlog was waarin men partij kon kiezen. Men beroofde schepen en zette de bemanning in als slaven, net zo lang tot die werden vrijgekocht. Een en ander paste bij het islamitische ideaal dat het geloof moest worden verspreid, maar deze religieuze motivatie was allang ondergeschikt aan de commerciële. Kaapvaart was voor de Barbarijse Staten overigens niet de belangrijkste economische activiteit. Soms leed men er zelfs verlies op, want goedkoop waren de kaapschepen niet, en handel was altijd profijtelijker. Algiers, met de agrarische rijkdom van de Hautes Plaines, leverde bijvoorbeeld graan aan Frankrijk, zodat de twee landen elkaar al in de achttiende eeuw goed kenden.

Lees verder “Algiers 1830”

Algiers 1808

Boutins landkaart van Algiers (noord is rechts)

Begin 1808 stond Napoleon op het hoogtepunt van zijn macht. Hij had de Rijnbond gesticht, hij had bij Jena het onoverwinnelijk geachte Pruisen verslagen, hij had goede hoop met het Continentaal Stelsel de Engelsen eindelijk op de knieën te drukken, hij had met Rusland het vredesverdrag van Tilsit gesloten. Tijd dus om op weg te gaan naar nieuwe veroveringen.

Napoleon liet zijn oog vallen op de Barbarijse Staten, zeg maar het huidige Marokko, Algerije, Tunesië en Libië. Ik blogde er al eens over. Het doel was om de Middellandse Zee tot een Franse binnenzee te maken. Bijkomend voordeel was dat hij zich kon presenteren als bestrijder van de Barbarijse kapers, die christelijke zeelieden gevangen namen en tegen hoge losgelden weer vrij lieten. In april 1808 vroeg Napoleon zijn minister van Marine of er een haven aan de Algerijnse kust was waar een eskader veilig beschermd zou kunnen landen zonder gevaar te lopen te worden aangevallen door een overmacht van vijandelijke schepen. Verder wilde de keizer weten in welk seizoen ziektes het minst te vrezen waren en welk het klimaat het geschiktst was.

Lees verder “Algiers 1808”

Literaire quiz (14)

Viermaal Napoleon

Ooit wilde ik dat deze blog een algemeen karakter zou hebben, maar het is steeds meer een Oudheidblog geworden. Dat laat onverlet dat ik zo nu en dan schrijf over andere belangwekkende zaken, zoals de cultuurmoord die Marc Chagall heet, het Ardennenoffensief of Amsterdamse verkeerspaden. Vandaag voel ik me dus vrij een oude reeks te hernemen: de literaire quiz.

Ik toonde dan een foto en liet u raden naar welk beroemd literair werk ik verwees. Een beetje pedant was dat wel. Alsof ik zo verschrikkelijk belezen was. Maar goed, u zult bij een tv-quiz ook wel niet denken dat de quizmaster al die dingen zelf weet, dus vooruit: vanavond stel ik een nieuwe vraag. Hierboven staan vier beeldjes en ik kan u – dit is een belangrijke aanwijzing – verklappen dat er nog twee stonden in de etalage van een winkel in de Brusselse binnenstad.

Lees verder “Literaire quiz (14)”

Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk

Pieter ’t Hoen

[Het laatste van Saskia Sluiters drie blogjes over de Patriottentijd. Het eerste was hier.]

Toets de naam ’t Hoen in op de website Wiewaswie en je vindt er honderden. Purmerend, Alblasserwaard, Rotterdam, Haarlem, Delft, Amsterdam: ’t Hoen, ’t Hoen en nog eens ‘t Hoen. Toch is er eigenlijk maar een die voor de “Burger van Frankrijk” in aanmerking komt, en dat is de Utrechtse patriot Pieter ’t Hoen. Ook hier ben ik weer schatplichtig aan iemand die diep in een aspect van ’t Hoens veelkleurige leven is gedoken: P.J.H.M. Theeuwen Pieter ’t Hoen en de post van den Neder-Rhijn (1781-1787). Een bijdrage tot kennis van de Nederlandse geschiedenis in het laatste kwart van de achttiende eeuw (Uitgeverij Verloren).

Pieter ’t Hoen

Pieter ’t Hoen werd op 18 oktober 1744 in de in Catharinakerk in Utrecht Nederduits Gereformeerd gedoopt. Zijn vader Reinier handelde in kruidenierswaren en kaas. Pieters moeder heette Johanna Hendrika Masman. Het gezin was niet onbemiddeld en Pieter kreeg een prima opleiding aan de Latijnse Hiëronymusschool. Het was de bedoeling geweest dat hij dominee zou worden.

Lees verder “Het Victorielied (3): Pieter ’t Hoen, Burger van Frankryk”

Eise Eisinga (4)

Het Planetarium van Eise Eisinga

[Laatste deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Maar in de herfst van 1802 kwam aan al deze democratische ontwikkelingen plompverloren een einde: op bevel van consul Napoleon werd in Nederland de klok geheel teruggedraaid: de in 1795 naar huis gestuurde jonkers konden de oude oligarchie overal ongehinderd in ere herstellen.

Eise probeert zich dan, natuurlijk gedesillusioneerd, maar ondanks alles toch energiek nuttig te maken in de moeilijke wereld van de politiek. Hij keert terug naar het bestuur van zijn woonplaats Franeker. Nu niet gekozen, maar van hogerhand benoemd.

Lees verder “Eise Eisinga (4)”

De Europese canon (31-35)

Twee toepassingen van het SI-stelsel (Broodhuis, Brussel)

Het alweer achtste blogje in de reeks over de Europese canon is gewijd aan de eerste helft van de negentiende eeuw: de contouren van onze eigen cultuur en eigen tijd worden zichtbaar.

De meter

Periode: 1795

Alternatieven: Allgemeines Landrecht, Meridiaan van Parijs

Ik eindigde mijn voorvorige blogje met de Verlichting en mijn vorige blogje met de revoluties die Frankrijk en de rest van Europa ondersteboven kantelden. In de decennia rond 1800 werden allerlei verlichte denkbeelden geïntroduceerd. In Pruisen werd bijvoorbeeld het recht gesystematiseerd – het Allgemeines Landrecht, later gevolgd door soortgelijke codificaties elders in Europa.

Lees verder “De Europese canon (31-35)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (1)

Het Alhambra

Op de kale heuvel La Sabika, aan de zuidoostelijke grens van de Andalusische stad Granada, ligt een middeleeuwse stad die in al haar oude glorie jaarlijks door duizenden toeristen wordt bezocht. Een dubbele verdedigingsmuur schermt deze Moorse stad met haar rijk gedecoreerde paleizen en paradijselijke tuinen af van nieuwsgierige blikken. Men noemt dit fort-paleis het Alhambra en we hebben dit Werelderfgoed aan de Moorse dynastie der Nasriden te danken, en tevens ook aan de bewoners die hierna volgden.

Het Alhambra heeft velen geïnspireerd, waaronder de negentiende-eeuwse schrijver Washington Irving, die in 1829 enkele maanden in dit fort-paleis verbleef. Veel kan ik niet toevoegen aan de verhalen van degenen die mij zijn voorgegaan, maar ik kan het niet laten om de pracht en praal te beschrijven die ik twee keer met eigen ogen heb mogen aanschouwen. In dit eerste van vijf blogs focus ik op het Alcazaba en de medina.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (1)”