
[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het eerste deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome.]
Een kale reus met een grote neus
Dictator voor het leven
Dit is wat we weten
Vertrouwde zijn vrienden voor geen meterWel belezen in de filosofie
Cicero zijn lieveling
Niet diens poëzie
Vond zijn eigen boekjes beterDeelde het bed, puur voor de pret
Met Egyptische koninginnen
En baardeloze jongelingen
Meer een ziener dan een weter
***
Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Vooruitlopend op vervolg:
We weten nog wel meer:
Caesar ging onder Galliers te keer
Hij hoefde zelden bakzeil te halen
En overwon de Romeinen meermalen
Maar onvoldoende: ze staken hem neer.
Op de iden vertrouwde hij zijn vrienden net te veel, vooral Decimus. Daar legt Barry Strauss veel nadruk op in zijn boek over de moord.
Iets tegen de man?
Er schijnt weinig bewijs voor zijn slapen met jonge mannen te zijn. En de koning van Bithynië was geen jonge man meer en het is sowieso een gemene roddel zonder echt bewijs.
Wordt gezegd.
Suetonius liet een sappige roddel nooit liggen.
Hans Koonings ook niet…
Sinds wanneer is dat verboden in gedichtjes?
Schreef iemand dat het verboden was dan?
Maar ja, zo komen wel de verhalen in de wereld…