Petrus in Rome (2)

Petrus krijgt van Christus de sleutels (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In het vorige blogje heb ik het literaire bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome uiteengezet. Het was ambigu. In dit blogje behandel ik het archeologische bewijs.

In 1950 kondigde de paus aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim onder de Sint-Pietersbasiliek opgravingen waren verricht en dat een graf was gevonden dat wellicht van Petrus was geweest. Er waren bij dat graf ook botten gevonden, maar die waren op dat moment slechts oppervlakkig onderzocht. Dat de paus erover zweeg, was verstandig, want ze bleken afkomstig van twee mannen, een vrouw, een varken en een paard.

Een rode muur

Dit was echter niet het einde van het verhaal. Achter het graf hadden de opgravers een roodkleurige muur met een nis en een klein altaartje gevonden. Dit kon niet anders zijn dan het door Eusebios van Caesarea op gezag van Gaius genoemde tropaion. Op en rond die muur waren graffiti aangebracht die Petrus vermeldden. De opgravers haalden Margherita Guarducci erbij, een specialiste die al eerder de Wet van Gortyn had uitgegeven. Aan de hand van de graffiti concludeerde zij dat hier toch ergens het graf van Petrus moest zijn. Toen ze een van de arbeiders vroeg of er weleens botten bij die muur waren gevonden, antwoordde die van wel. Elke avond, als de opgravers naar huis gingen, was een Vaticaanse functionaris langs gekomen om de menselijke resten weg te nemen, aangezien die nou eenmaal netjes dienden te worden herbegraven.

Guarducci wist deze botten te vinden en die bleken te behoren bij een man van ongeveer zestig. Het is denkbaar dat dit de resten zijn van iemand die ooit in het graf heeft gelegen, dat zeker ouder was dan die rode-muur-met-monumentje, aangezien het er onder ligt. De botten kunnen, zoals Guarducci opperde, op zeker moment zijn overgebracht vanuit het graf naar de nis in de muur; de aarde die tussen de botten is gevonden, correspondeert met die onder het oorspronkelijke graf. Dat is te dateren aan de hand van enkele naburige graven, die dezelfde oriëntatie hebben; in een daarvan is een olielampje en een dakpan gevonden uit de tijd van keizer Vespasianus (r.69-79).

Kortom: de vondsten zijn consistent met de traditie. Dat het gaat om begravingen en niet om crematies, is niet beslissend voor het christelijke karakter, maar spreekt het ook niet tegen.

We hebben alles bij elkaar:

  • Enkele simpele graven uit de tweede helft van de eerste eeuw, waaronder “het” graf, maar dat was zonder relevante menselijke resten;
  • Een daar overheen gebouwde rode muur met een monumentje en een nis, waarin botten zijn gevonden; deze muur lijkt te dateren uit het midden van de tweede eeuw, toen op de Vaticaanse heuvel nieuwe, meer monumentale graven kwamen;
  • Een derde-eeuwse steunmuur, die bewijst dat er toen mensen waren die nog zorg hadden voor deze plek;
  • De vierde-eeuwse basiliek van keizer Constantijn de Grote, gebouwd op een vrijwel onmogelijke helling, zodat kosten noch moeiten zijn gespaard om het gebouw precies op deze plek te plaatsen.

De complicaties

We weten dus met zekerheid dat de plaats ten tijde van Constantijn de Grote werd beschouwd als graf van Petrus. Wat mij betreft mag je terugrekenen naar het midden van de tweede eeuw, maar of die rode muur met nis (het tropaion) is opgericht op het echte graf van Petrus, en of de botten uit die nis echt van hem waren, dat is niet uit te maken. Er is immers geen manier om “Petrusheid” te meten. Als we nou wat DNA hadden van de leider van de vroege kerk, was dat anders.

Een wezenlijker probleem is echter dat de opgraving gecompromitteerd is. Ze vond plaats in het geheim en de menselijke resten werden zonder afdoende wetenschappelijke documentatie verwijderd. Heel humaan natuurlijk: je gunt de doden een zo onverstoord mogelijke rust. Maar wetenschappelijk is dit rampzalig.

Twee graven van Petrus

En er is nog een gegeven. Rond het midden van de derde eeuw werd een Romeinse villa aan de Via Appia omgebouwd tot christelijke gebedsplaats. Een later door paus Damasus aangebrachte inscriptie vermeldt dat de apostelen Petrus en Paulus hier hadden verbleven en een andere inscriptie noemt dit het domus Petri, “het huis van Petrus”. De logische interpretatie is dat Petrus in de villa heeft gewoond, maar andere inscripties vermelden dodenmaaltijden (refrigeria). Dat suggereert dat deze plek, onder de huidige San Sebastiano, in de derde eeuw gold al het feitelijke graf van Petrus, en inderdaad vermeldt het vijfde-eeuwse Leven van Sebastianus dat deze heilige is begraven “bij de resten van Petrus en Paulus”.

Al in de Late Oudheid is geprobeerd de twee tradities te harmoniseren: Petrus zou maar tijdelijk begraven zijn geweest aan de Via Appia. Ik zal die antieke speculaties verder negeren. Het punt is namelijk dat er in de derde eeuw blijkbaar nog een tweede plek was die gold als Petrus’ graf. (Dat kan hebben samengehangen met een kerkelijke ruzie, waarbij een Novatianus het gezag van paus Cornelius in twijfel trok.) Feit is: die tweede traditie kan alleen zijn ontstaan als in de derde eeuw het graf op de helling van de Vaticaanse heuvel niet al vanouds & onomstotelijk gold als de plek waar Petrus was begraven.

Samenvattend: dat Petrus is geëxecuteerd is heel aannemelijk, dat dit is gebeurd in Rome is mogelijk, dat het ten tijde van Nero gebeurde valt te overwegen, en dat zijn graf onder de Sint-Pietersbasiliek ligt is denkbaar. Maar zekerheid zullen we er nooit meer over krijgen.

Deel dit: