Neanderthal Museum

Neandertal 1 (Neanderthal Museum)

Jarenlang was het een van de topstukken in het Landesmuseum in Bonn: het skelet van de eerst-gevonden Neanderthaler, ook wel bekend als “Neandertal 1”. Ontdekt in 1856 in het naar een meneer Joachim Neumann Neander genoemd dal, en opeens belangrijk na de publicatie van Darwins Origin of Species, is dit gedeeltelijk bewaarde skelet een van de belangrijkste voorwerpen uit de wetenschapsgeschiedenis.

De vondst, waarvan ontdekker Johann Carl Fuhlrott meteen begreep dat het ging om een andere mensensoort, is destijds niet zo grondig gedocumenteerd als wij nu wenselijk vinden. Waar de botten hebben gelegen, was daardoor lange tijd onduidelijk, maar gelukkig is de vindplaats rond 2000 teruggevonden, inclusief enkele nieuwe stukjes van het 40.000 jaar oude skelet. Deze gebeurtenis lijkt de aanleiding te zijn geweest voor de bouw van een nieuw museum in het Neanderdal, gewijd aan zijn beroemdste ingezetene, op nog geen halve kilometer van de vindplaats. Bonn moet zich, qua beroemde ingezetenen, nu beperken tot Beethoven.

De menselijke evolutie

Er is duidelijk werk gemaakt van het museum, maar één incompleet skelet is vanzelfsprekend nogal weinig. Net als Musée Le Phare in het Belgische Andenne, dat de onderkaak van een Neanderthalermeisje exposeert, neemt het Neanderthal Museum de gelegenheid te baat de bezoekers uit te leggen hoe wetenschappers omgaan met zo’n op het eerste gezicht niet zo informatieve verzameling oeroude botten. Er zijn bijvoorbeeld maquettes van de diverse soorten laboratoria. Andenne geeft de bezoeker meer inzicht in de daar toegepaste technieken, maar neemt weer minder ruimte om de Neanderthalers te plaatsen in het grote verhaal van de mensheid, wat het Duitse museum dan weer uitgebreider doet.

Maquette van een DNA-laboratorium (Neanderthal Museum)

Enkele mijlpalen: zo’n 3½ miljoen jaar geleden maakten – voor zover nu bekend – vroege mensen voor het eerst nieuwe stenen voorwerpen met behulp van andere stenen voorwerpen. Zo’n anderhalf miljoen jaar later trok de Homo Erectus, “de rechtoplopende mens”, weg vanuit Afrika, noordwaarts tot aan de Kaukasus, oostwaarts door Arabië naar India en het Verre Oosten. De Neanderthaler en de moderne Homo Sapiens zijn late neefjes in de stamboom van de menselijke soorten.

De sterke Neanderthaler

De nogal zware botten van de Neanderthaler bewijzen dat er stevige spieren op zaten. Deze mensensoort was sterk en kon zich goed aanpassen aan moeilijke omstandigheden. Vandaar dat hij zich, vruchten verzamelend en jagend, kon verspreiden over een groot gebied. We weten dat Neanderthalers bij die jacht complexe technieken gebruikten, die bewijzen dat ze een taal bezaten. Dat volgt ook uit de steenbewerkingstechniek: het maken van een vuistbijl veronderstelt wel 300 gerichte slagen en dat is iets dat je niet zomaar leert. Zoiets moet een leraar aan zijn leerlingen overdragen door middel van gesproken taal.

Twee Neanderthalers in gesprek (Neanderthal Museum)

Anders dan oudere mensensoorten had de Neanderthaler geen vacht. Weliswaar bood die vacht bescherming tegen de brandende zon, maar Neanderthalmensen met een donkere huid konden daar wel mee omgaan. In zones met minder zonlicht (zoals Europa) was een lichtere huid weer handig omdat het goed is voor de opname van vitamine-D. Dat geldt voor Neanderthalers en voor moderne mensen: exemplaren met een lichtere huid konden zich makkelijker vestigen in gebieden waar minder zon was.

Op de vraag waarom de Neanderthalers zijn verdwenen, antwoordt het museum dat het klimaat veranderde. Het werd kouder en er was onvoldoende voedsel, terwijl de gespierde Neanderthalers juist elke dag veel te eten nodig hadden. Velen kwamen om van de honger. In het Mediterrane zuiden viel het wel mee met de temperatuur, maar daar was het te droog. Toen de Homo Sapiens ten tonele verscheen, was de Neanderthaler al op zijn retour. Ik denk te weten dat er ook andere antwoorden zijn op de vraag naar de verdwijning van de Neanderthaler en had daar wel wat aandacht voor gewild. Geen museum wordt slechter van het tonen van twijfel.

Vlechtende rivier

Het museum vertelt het verhaal verder uitstekend. Opvallend is het gebruik van slimme metaforen. U kent allemaal het plaatje wel waarin de diverse mensensoorten op een rij staan, van links naar rechts steeds iets groter wordend en steeds meer op de Homo Sapiens lijkend. Dat plaatje is door de ontdekking van allerlei nieuwe mensensoorten en het lopende DNA-onderzoek eigenlijk misleidend: er was geen eenduidige ontwikkeling naar grotere lengte, grotere hersens en grotere intelligentie. Los daarvan was er interbreeding en het museum gebruikt nu als metafoor voor de ontwikkeling der mensheden die van een vlechtende rivier.

Ook stelt het museum de vraag wat nu eigenlijk een mens is als we zo veel gemeen hebben met andere soorten. “Es gibt Tierrassen durch Züchtung, aber Menschenrassen gibt es nicht.” Dat is natuurlijk een waarheid als een koe, maar juist hier ontspoort het museum. Het wil iets te graag tonen dat de mensen één grote familie zijn en stapt van begrafenisrituelen en vroege kunst ineens over naar religie, en het toont vervolgens enkele moderne wereldgodsdiensten met vredelievende, humane boodschappen.

Religie

Zo lust ik er nog wel een paar. Ik zal in het midden laten in hoeverre moderne religies iets zeggen over Neanderthalers. Wezenlijker is: godsdiensten zijn complex en je kunt door handig selecteren aantonen dat alle godsdiensten vredelievend en humaan zijn, of oorlogszuchtig en inhumaan, of genocidaal, of intolerant, of bevrijdend. De veel interessantere vraag is of levensbeschouwelijke opvattingen een Wahlverwantschaft kunnen hebben met bepaalde culturele attitudes, waardoor ze wel of niet passen in een bepaalde samenleving. Daarover is de afgelopen eeuw in navolging van Max Weber een stortvloed aan sociaalwetenschappelijke literatuur gepubliceerd, waar het museum geen weet van lijkt te hebben. In plaats daarvan presenteert men uit het religieuze aanbod een sympathiek maar subjectief gekozen aspect.

Ik benoem dit met enige nadruk. Het gebeurt me te vaak dat (archeologische, paleontologische…) musea “een verhaal” willen vertellen, en vervolgens selectief omgaan met wetenschappelijke inzichten. Ik vind het prima dat een museum benadrukt dat we allemaal verwant zijn, maar dat ontslaat het niet van de verplichting kennis te nemen van andere wetenschappen. Je bent een culturele instelling hoor, en zonder onze wetenschap is cultuur iets voor tevredenen en legen.

Dat gezegd zijnde: het Neanderthal Museum is mooi! Je kunt er voor €14 twee prima uren doorbrengen, en dan is er even verderop nog de eigenlijke vindplaats. Het is te merken dat er geld in is gestoken. Het aanbod is actueel en de goede uitleg is tweetalig (Duits en Engels). Het museum is toegankelijk voor mensen met een rolstoel of hyperacusis. Wie met de fiets komt vanuit het aangrenzende dorp Hochdahl, moet overigens rekening houden met een pittige helling naar beneden, want de eerste Neanderthaler is, zoals u misschien al vermoedde, gevonden in een dal.

PS

Meer nieuws van 40.000 jaar oud in dit intrigerende filmpje.

https://www.youtube.com/watch?v=ChnXz9VvYUw

Deel dit:

Een gedachte over “Neanderthal Museum

  1. Tommy

    Lees daaromtrent rond religies eens de antropoloog Robin Dunbar…. zijn hypotheses zijn interessant… belangrijk te vernoemen is dat de eerste botten van een “neanderthaler” al in 1829 werden gevonden, in Engis bij de stad Luik.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.