Van eiersnijder tot harp

Een Egyptische aap met een boogharp uit Deir el-Medina (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

Mijn jongste dochter Femke was vijf, en zo gebiologeerd door het geluid van de draadjes van de eiersnijder, dat ze harp wenste te spelen. De faciliteiten waren hier voorhanden en wij kochten een mooie harp voor haar, gebouwd door een professionele bouwer, Mark Lester in Pieterburen.

Deze blog gaat over harpen in de Oudheid, maar voor het goede begrip is het noodzakelijk eerst iets te vertellen over de constructie van de moderne harp. Op afbeeldingen uit de Griekse Oudheid zijn de kithara en de lier alom tegenwoordig. Maar als je er eenmaal op let, kom je ook de harp af en toe tegen.

Het bijzondere kenmerk van de harp in vergelijking met andere snaarinstrumenten is, dat de snaren rechtstreeks op of in de klankkast of zangbodem worden vastgemaakt, in een hoek, zoals de stand van een schrijfstift op papier. Bij andere snaarinstrumenten (zoals lier, kithara, luit, gitaar, viool en alle moderne klavierinstrumenten) lopen de snaren parallel aan de klankkast en worden de snaren van de zangbodem vrijgehouden door een kam of brug, waardoor ze vrij kunnen trillen.

Constructies

Om de snaren van de harp uit elkaar te houden is er een houten dwarsstuk haaks bij of dwars door het uiteinde van de klankkast gemonteerd, dat bij West-Europese harpen van na de Middeleeuwen meestal een gebogen vorm heeft en “schouder” wordt genoemd, maar bij andere constructies als een rechte stok is uitgevoerd en dan als “arm” wordt aangeduid. Daar worden de snaren al dan niet met behulp van stempennen aan vastgemaakt.

Sinds de Middeleeuwen plaatst men in West-Europa tussen de uiteinden van de arm en de klankkast een houten versterkingsbalk, die sinds de vroege negentiende eeuw de “zuil” heet, en die sindsdien een mechaniek verbergt waarmee de diatonische snaren voor een halve of een hele toon kunnen worden verkort.noot Diatonisch klinkende snaren zijn vergelijkbaar met de witte toetsen op de piano, en de verhogingen met een halve toon met de zwarte.

Brian Boru’s harp

Vóór de achttiende eeuw was deze steunbalk meestal gebogen, waardoor de onderste, langste snaren gemakkelijker getokkeld kunnen worden. Brian Boru’s harp uit Ierlandnoot Bekend van het Ierse rijkswapen, het Ierse twee-eurostuk en Ryan Air-vliegtuigen. laat dat duidelijk zien. De harpen van koning David en de apocalyptische Oudsten in Franse kathedralen hebben veelal dit model, en ook de zuil van Femke’s kleine harp is krom.

Sinds ca. 1700 verkortte men zo nodig de snaren door vlakbij de stempennen draaibare metalen plaatjes of haakjes te plaatsen, wat behendigheid tijdens het spelen van barokmuziek met chromatiek vereiste. Femke speelde er het harpconcert van Händel op.noot Vanaf ca. 1400 maakte men de chromatiek door extra snaren te plaatsen, een triple harp met vier octaven uit de Renaissance kon zo zo’n tachtig snaren hebben, doordat de snaren voor hele tonen dubbel werden geplaatst en die voor de “zwarte toetsen” daartussen in. Maar Europese harpen zijn sinds de Middeleeuwen diatonisch en hebben negen tot ongeveer dertig snaren, na 1800 een of meer octaven extra.

Snaren

Hieronder vermeld ik waar mogelijk het aantal snaren per type instrument. Waar dat meer is dan twaalf of vijftien ligt het voor de hand te denken aan diatonische instrumenten met twee of bijna twee octaven, maar rond de vijf ligt een pentatonische uitvoering voor de hand. Daarbij wordt de halvetoonsafstand vermeden, dus do-re-mi-sol-la(-do etc.) of varianten. Bij negen snaren kan de toonomvang  dus twee pentatonische octaven zijn, of één diatonisch octaaf plus één toon.

De juiste snaren worden tegenwoordig gemaakt van schapendarm, de langste worden ter versterking met staaldraad omsponnen. Kleine, fabrieksmatig gebouwde harpen voor kinderen worden algemeen geleverd met nylon snaren. Het geluid daarvan is inferieur. Middeleeuwse harpen hadden wel metalen snaren, ijzer, koper brons en zelfs wel zilver of goud.

Aap met harp (British Museum, Londen)

De harp in de Oudheid

Voordien, in de Oudheid, gebruikte men allerlei materialen: pezen, zijde en plantaardige vezels, mogelijk ook metaaldraden. Ik weet niet sinds wanneer men over de technologie voor het trekken van metaaldraden of over het doeltreffend bewerken van schapendarm beschikte. Metaal vereist een hogere spanning om goed te klinken, waardoor de constructie van het raamwerk sterker moet zijn.

Omdat echte beschrijvingen van de constructie van antieke harpen ontbreken, kunnen we alleen van afbeeldingen uitgaan en van minimale archeologische resten. Martin West meldt er niets over in zijn Ancient Greek Music (1992).

Worden de snaren tegenwoordig gestemd met behulp van stempennen, in de Oudheid werden ze ook wel met banden of veters vastgemaakt aan de arm. Dat betekent dat de snaarspanning niet al te hoog kon zijn.

Een Cycladenidool met een harp. De klankkast is tegen het bovenlichaam aan gedrukt; wat hier de zuil lijkt kan overigens ook een schematische weergave zijn van de langste snaren (Museum voor Cycladenkunst, Athene).

In Griekse bronnen vindt men de trigonos vermeld, letterlijk een “driehoek”, wat de aanwezigheid doet vermoeden van de steunbalk. Voor de klassieke tijd zijn afbeeldingen zeldzaam, maar het hierboven getoonde Cycladenidool uit het derde millennium v.Chr. vertoont er een. Uit de hellenistische tijd zijn afbeeldingen bekend, waarop de aanwezigheid van een zuil niet helemaal duidelijk is.

Hellenistische harpspeler uit Sousa (Louvre, Parijs)

[Wordt vervolgd. Een gastbijdrage van Arnold den Teuling. Dank je wel Arnold!]

Deel dit:

Een gedachte over “Van eiersnijder tot harp

Reacties zijn gesloten.