
Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.
De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.
Omvang
Belangrijker dan mijn valse herinnering en de woordafleiding is natuurlijk dat het een van de grootste stromen ter wereld is: van zijn bron in de Himalaya tot de delta bij het huidige Karachi is de Indus 3190 kilometer lang. Hij stroomt door Jammu en Kashmir, aan de westkant langs de Punjab en vervolgens door het zuidelijke deel van Pakistan. Die regio staat tegenwoordig bekend als Sind, wat natuurlijk ook een weergave is van het oude Sindhu. Uiteindelijk mondt de stroom uit in de Indische Oceaan.

In 2004 stond ik ergens aan de middenloop, ten noordwesten van de Punjab, waar de Karakorumweg begint, die over de Himalaya naar Xinjiang voert. Ik heb al eens verteld dat de Leidse universiteit onderzoek doet naar de rotstekeningen die boeddhistische pelgrims daar hebben achtergelaten. Wij waren geen pelgrims, wij waren vanuit de Swat-vallei over de Shangla-pas gekomen, en nu zagen we het water stromen door een vrij nauw dal. (Een van de toppen was de Aornos, waar Alexander de Grote nog eens is geweest.) De Indus voerde enorme hoeveelheden grauw zand met zich mee, dat op het eerste gezicht wat leek op een laag beton, maar dus feitelijk fijne, honderden kilometers lang meegesleepte klei was.
De Indus wordt pas echt groot ten zuiden van het huidige Uch, waar hij samenkomt met de enorme Akesines ofwel Chenab (die dan al het water heeft opgenomen van de rivieren de Hydaspes/Jhelum, de Hydraotes/Ravi en de Hyfasis/Sutlej). De samenvloeiing wordt Head of the Punjab genoemd en hier kan de stroom wel zes kilometer breed zijn. Dat is iets meer dan de Westerschelde tussen Vlissingen en Breskens.

Landbouw
Langs de hele rivier woonden en wonen mensen. De landbouw profiteert al sinds mensenheugenis van de vruchtbare rivierklei en de moessonregen, en vindt plaats op grote terrassen langs de stroom. Hierdoor behoorden de Punjab en Sind al in de Oudheid tot de welvarendste dichtstbevolkte gebieden van de wereld en hier lagen oeroude steden, zoals Harappa. We hadden die plaats willen bezoeken, maar u weet niet half hoe warm het was en hoe ver, en onze auto kreeg pech, en we moesten lang wachten. De wachttijd werd veraangenaamd doordat juist op dat moment een doedelzakorkest langs kwam.

Het Indusland was spreekwoordelijk rijk en de oude Grieken kenden allerlei sterke verhalen. Onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geloofde bijvoorbeeld dat de rijkdom werd veroorzaakt doordat hier grote mieren leefden die hun mierenhoop hadden gebouwd boven een goudader, zodat ze, wanneer ze een nieuwe gang bouwden, allerlei goudpoeder naar de oppervlakte brachten, dat de Indiërs vrij simpel konden meenemen. Dit malle verhaal kreeg in 1996 onverwachte bevestiging; u leest het hier.
Een machtige rivier, agrarische rijkdom, oeroude steden: de parallel met de rivier de Nijl lag er duimendik bovenop, en werd helemaal onweerstaanbaar toen de manschappen van Alexander de Grote olifanten en gavialen zagen, die natuurlijk dezelfde waren als Afrikaanse olifanten en krokodillen. Dat de mensen in beide een donkere huid hadden, was aanvullend bewijs. Hoewel men al in de derde eeuw v.Chr. wist dat het ging om twee rivieren, is de gedachte dat India was verbonden met oostelijk Afrika, nooit helemaal verdwenen: op de wereldkaart van Ptolemaios, getekend in de tweede eeuw na Chr., is de Indische Oceaan een binnenzee. Het ongelijk van de Grieks-Romeinse geograaf werd pas bewezen toen Vasco da Gama Kaap de Goede Hoop passeerde en India bereikte.

Prachtig blog, met heel veel plezier gelezen.
Dankjewel
Vriendelijke groet,
Grappig, ik heb precies hetzelfde met het Amazonegebied. Daar zal ik ook wel nooit meer komen en ik weet ook niet zeker of ik daar nou wel of geen rivierdolfijn heb gezien.
“Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.”
Tsja, dan moet je gaan vaststellen wiens herinnering het meest geleden heeft van die 20 jaar.. 🙂
Mooi, aangenaam reisverhaal, zeker voor mensen waarbij de herinnering aan reizen van 35 jaar geleden ondertussen bedekt zijn door herinneringsstof.
Indus niet gezien, tak van de Amazone wel en de Nijl!
Victoriameer (de zogenaamde bron) en van Karthoem tot Cairo op diverse plekken. Veel langer maar minder water dan de Indus, een smal lint van water door de woestijn en geen regen daarbij zoals in de Punjab.
Ik zag zeker geen dolfijn maar zag het schip van duizenden jaren geleden (gerestaureerd bij de pyramiden van Gizeh) in mijn verbeelding langsvaren.
Deze gebieden zal ik niet meer zien maar internet maakt veel goed.
Is die kaart van Ptolemaios niet pas in de vijftiende eeuw gereconstrueerd en toen pas ‘echt’ getekend?
Die mogelijkheid is er. Maar onder de landkaart (of dat nu een nagetekende antieke kaart of een reconstructie uit de Renaissance is) ligt een verzameling plaatsen met coördinaten. Zelfs als we de vijftiende-eeuwse kaart of reconstructie niet hadden, zouden wij dezelfde kaart tekenen.