De Thuringers

Germaans graf uit Reuden (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

Voor de oudheidkundige vormen de Germanen een probleem. Hij beschikt over de archeologische vondsten van onder meer de Jastorf-cultuur, die een IJzertijdcultuur documenteren die, in materieel opzicht, eenvoudiger was dan de aangrenzende La Tène-cultuur (“de Kelten”). Hij beschikt over Germaanse teksten, maar die zijn ontzettend laat. Ze documenteren vooral laatantieke visies op een verleden dat niet alleen legendarisch is maar ook destijds al gold als hypothetisch. En de oudheidkundige beschikt over Griekse en Romeinse bronnen, die altijd datgene weergeven wat de auteurs zelf wilden vertellen, en niet per se een compleet of zelfs maar representatief beeld bieden. Kortom, de Germanen zijn leuk.

Woonplaats

Eén van de problemen is de landkaart. Uit diverse auteurs kennen oudheidkundigen de namen van enkele stammen uit het land ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. De wereldkaart van de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië biedt de coördinaten van enkele plaatsen, en de geografische breedte is doorgaans redelijk accuraat, maar de lengte is dat niet. Belangrijker echter is dat de de verzameling namen verwijst naar diverse tijdstippen en bovendien vrijwel zeker incompleet is. Als een archeoloog dus beweert

deze vondsten zijn van de Thuringers,

bedoelt hij eigenlijk

deze vondsten zijn gedaan in een gebied waarvan we feitelijk niet weten wie er woonden maar waarop we vooralsnog het etiket “Thuringers” plakken omdat die naam nu eenmaal beschikbaar is en omdat in de buurt een Duitse regio ligt die sinds de Middeleeuwen “Thüringen” heet.

Het cruciale woord in de voorgaande volzin is “vooralsnog”: de uitspraak is ad hoc, zoals alle oudheidkundige kennis. Het is de beste hypothese om van de onvolledige en ambigue informatie chocola te maken. Aan vondsten die uit zichzelf niet zeggen aan wie ze toebehoorden, koppelen we een naam uit de verzameling waarover we beschikken. Het is weinig méér.

Lees verder “De Thuringers”

De Indus

De Indus en de Aornos (links achter)

Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.

De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.

Lees verder “De Indus”

Maansverduistering

Algemeen schema voor een maansverduistering (niet op schaal) (klik=groot). De rode kleur die de maan tijdens de totale verduistering aanneemt wordt veroorzaakt door zonlicht dat via straalbreking in de aardatmosfeer alsnog het maanoppervlak bereikt.

Wie vanavond vlak na zonsondergang, bij helder weer, de oostelijke horizon in ogenschouw neemt, kan een bijzonder astronomisch verschijnsel waarnemen: het opkomen van een totaal verduisterde maan. Ongeveer drie kwartier later begint de roodgekleurde maan langzaam uit de kernschaduw (umbra) van de aarde te treden, een uurtje later is de maan helemaal uit de kernschaduw en nog een uurtje later is de maan ook uit de bijschaduw (penumbra) en prijkt zij als een heldere volle maan aan de hemel. Meer details hierover onderaan dit blogje.

Zons- en maansverduisteringen kort uitgelegd

Zoals bekend treden zons- en maansverduisteringen alleen op tijdens nieuwe maan of volle maan. Echter, niet elke nieuwe maan leidt tot een zonsverduistering en niet elke volle maan leidt tot een maansverduistering. Omdat de maanbaan een kleine hoek (ca. 5°) met de schijnbare zonsbaan (ecliptica)noot In oude Nederlandse astronomische en scheepvaartkundige werken ook wel de taankring of taanrond genoemd. maakt, gaat de maanschaduw bij nieuwe maan meestal boven of onder de aarde langs, terwijl bij volle maan de aardschaduw evenzo meestal boven of onder de maan langs gaat.

Lees verder “Maansverduistering”

Antieke woorden voor “lezen”

Een Romein zit te lezen (Landesmuseum, Trier)

Onlangs verscheen op deze plek een stukje over het al dan niet stil lezen in de Oudheid. Ik legde daarin uit dat de negentiende-eeuwse theorie dat men in de Oudheid vrijwel uitsluitend hardop las, inmiddels is verlaten: we weten inmiddels dat er wel degelijk ook stil werd gelezen – al moest je die vaardigheid dan natuurlijk wel beheersen. De voordelen van stil lezen zijn, en dat besefte men in de Oudheid ook, dat het sneller gaat en je je beter op de tekst kunt concentreren. De Griekse astronoom Claudius Ptolemaeus (87 – na 150 n.C.) schrijft bijvoorbeeld:

Als we ons bij het lezen moeten concentreren, lezen we in stilte. (Judic. 5.2)

Lees verder “Antieke woorden voor “lezen””

Faits divers (32): wetenschapsnieuws, slecht en goed

Het slagveld bij Qadisiyya (©Antiquity Publications)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee stukjes waarmee je de Oudheid wel in het nieuws wil hebben en twee stukjes hoe het niet moet. Eerst het slechte en dan het goede nieuws.

***

Nikolaas van Myra

Op 6 december was het een kleine 1700 jaar geleden dat Nikolaas, bisschop van Myra ontsliep. En omdat over de hele wereld mensen de heilige vereren, is dat voor archeologen in Demre, zoals Myra nu heet, een buitenkans om naar publiciteit en fondsen te hengelen. Zo komt het dat er elk jaar wel een vondst wordt gemeld die zou bewijzen dat Nikolaas’ gebeente nog in Myra rust (en niet in 1087 is overgebracht naar Bari). Zo toont het museum in Antalya botfragmenten, hadden we een paar jaar geleden deze holle claim, die daarna werd herhaald, en was er nu deze flauwekul.

Lees verder “Faits divers (32): wetenschapsnieuws, slecht en goed”

De Saksen

Luit van der Tuuk, die u wellicht kent van zijn boeiende boeken over de Franken, Dorestad, de Friezen (e-book), Bonifatius en de Vikingen, heeft alweer een mooi boek geschreven. Het heet gewoon De Saksen, en dat is, zoals hij in de inleiding al aangeeft, een kneedbaar begrip. Eeuwenlang waren de Saksen vooral degenen die door anderen werden aangeduid als de Saksen.

De eerste Saksen

Het probleem is niet eens zozeer dat de Saksen lange tijd “people without history” zijn geweest, die zelf geen bronnen schreven. Zeker, we kennen ze aanvankelijk vooral uit de beschrijvingen van Romeinse en Frankische auteurs, die hun beschouwden als barbaarse tegenstanders. Maar het feitelijke probleem is wezenlijker. De Romeinse en Frankische bronnen zijn namelijk niet alleen vooringenomen, ze zijn voor heel schaars en heel ambigu.

Lees verder “De Saksen”

Judea en zijn buren: politiek

Judea

Een tijdje geleden blogde ik over Judea – of beter, het gebied dat ooit geregeerd was geweest door koning Herodes. Dat bestond om te beginnen uit het eigenlijke Judea, dus de regio rond Jeruzalem, met in het zuiden Idumea en in het noorden Samaria. Deze drie delen vormden ongeveer de helft van het koninkrijk, en na Herodes’ dood (5/4 v.Chr.) kwamen ze in handen van Herodes Archelaos. Die regeerde er een jaar of tien als ethnarch, “volksleider”, waarna het gebied in Romeinse handen kwam. Terwijl Jeruzalem het belangrijkste centrum was van de joodse godsdienst, was het bestuurlijke centrum de stad Caesarea. Die stad had geen uitgesproken joods karakter. Ik kom daarop terug in het volgende blogje.

Het koninkrijk van Herodes was echter groter dan het gebied dat Archelaos erfde. In het oosten lag de Peraia, “overkant”, een smalle strook land aan de overzijde van de Jordaan en Dode Zee, en in het noorden lag Galilea. Zoals ik al eens vertelde, regeerde hier Herodes Antipas, met als hoofdsteden Sepforis en Tiberias – ook geen heel joodse steden. Tot slot lagen in het noordoosten de Golan en de Hauran, een weinig herbergzaam gebied ten zuiden van Damascus. Hier heerste Filippos, wiens residentie Panias was, gewijd aan de Griekse god Pan. Antipas en Filippos heersten elk over een kwart van de bezittingen van koning Herodes, en hun titel was tetrarch, “heerser over één vierde”.

Lees verder “Judea en zijn buren: politiek”

Carlo Rovelli over Anaximandros (3)

[Laatste deel van Kees Alders’ bespreking van Carlo Rovelli, Anaximander. De geboorte van het wetenschappelijke denken. Het eerste deel is hier.]

Relativisme onder vuur

De open nieuwsgierige houding die nodig is voor wetenschap ligt in de huidige moderne tijden nogal eens onder vuur. De aanvallen komen niet alleen vanuit religieuze, maar ook uit met ideologische overwegingen, vooral uit conservatieve hoek, maar ook uit extreemlinkse hoek. Al te vaak zien we in het huidige debat dat mensen er zonder blikken of blozen voor kiezen om hele takken van de wetenschap simpelweg “niet te geloven”, omdat dit nu eenmaal niet bij de eigen gekozen politieke overtuiging past.

Kritiek op de wetenschap is niet alleen legitiem, maar ook nuttig en zelfs nodig om de wetenschap te laten functioneren. Maar die kritiek moet dan wel op wetenschappelijke wijze gegeven worden. Dat wil zeggen: door middel van het geven van valide en controleerbare metingen, en/of het geven van valide verklaringen voor meetresultaten die de staande verklaringen kunnen vervangen omdat ze beter bij de gevonden resultaten passen. Dat is hoe wetenschap zich ontwikkelt.

Lees verder “Carlo Rovelli over Anaximandros (3)”

Het Romeins klimaatoptimum

Het Romeins klimaatoptimum maakte de bewoning van de woestijn mogelijk. Dit is het badhuis van Bu Njem. Uit ostraca weten we dat er zelfs genoeg hout was om het warm te stoken.

Al ruim twee jaar schrijf ik elke week een stukje over de laatste druk van het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Dat doe ik niet om de auteurs de levieten te lezen, maar om te kijken of mijn kennis in de pas loopt met recente inzichten. Ik schrijf dan meestal over zaken die de auteurs, een handboek zijnde een handboek, moeten overslaan of vereenvoudigen. Feitelijk verken ik de stof van het werkcollege naast het handboekcollege, waarbij de docenten de complexiteit uitleggen. Soms denk ik echter: dit moet echt anders. Zoals nu. Een van de grote innovaties van de eenentwintigste eeuw ontbreekt: de klimaatwetenschap. Ik lees broksgewijs en kan iets over het hoofd zien, maar het Romeins klimaatoptimum lijkt onvermeld te zijn.

Wetenschapsleer voor eerstejaars

Verplaats u even in de eerstejaarsstudent voor wie het handboek is bedoeld. Die leert bij de colleges wetenschapsleer dat onderzoekers werken met data – denk aan opgravingen, denk aan tekstuitgaven – maar dat patronen niet spontaan zichtbaar worden. Die herken je pas als je een vraag gaat stellen en die vraag is een reactie op de actualiteit. Vandaar het hoge in-de-Oudheid-hadden-ze-ook-gehalte van mijn vak: terwijl de huidige onderzoekers kijken naar ecologische en klimatologische kwesties, keken ze in de jaren negentig naar globalisering en wereldgeschiedenis, was in de jaren tachtig gender een populair onderwerp en was er in de jaren zeventig aandacht voor de sociale en economische verhoudingen. Je vertrekpositie verandert voortdurend. En dus verandert ook de Oudheid voortdurend.

Lees verder “Het Romeins klimaatoptimum”

De Elbe

De Elbe bij Zollenspieker

Met een lengte van bijna 1100 kilometer (1.094 om precies te zijn) is de Elbe, de antieke Albis, een van de langste rivieren van Europa. Hij ontspringt in Bohemen ofwel Tsjechië en stroomt vervolgens door oostelijk Duitsland naar de Noordzee. Het rotsachtige Helgoland, waar men al vanaf de Oudheid barnsteen wint, ligt tegenover de Elbemonding.

De onbekende bron

De antieke geografen wisten dat de rivier ontsprong in Bohemen, het land dat zijn naam dankte aan de Boiërs maar in historische tijden werd bewoond door de Marcomannen. De Griekse en Romeinse auteurs waren echter niet zeker van de precieze locatie van de bron. Aan het begin van de tweede eeuw schrijft de Romein Tacitus dat de rivier “ontspringt in het gebied van de Hermonduriërs” (Germania 41.2), terwijl de Grieks-Romeinse aardrijkskundige Ptolemaios van Alexandrië denkt aan het Sudetengebergte (Geografie 2.11.1).

Lees verder “De Elbe”