Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Lees verder “Na de slag bij Gaugamela”

De olifanten van Hannibal

Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

De claim

Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

Lees verder “De olifanten van Hannibal”

De Indus

De Indus en de Aornos (links achter)

Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.

De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.

Lees verder “De Indus”

Faits divers (24)

Een scheepswrak in het archeologisch museum van Girne; wellicht krijgen we zoiets ook te zien in Cartagena

Omdat het nieuwe academisch jaar is begonnen en de oudheidkunde dus wordt bedreigd, beginnen we deze “faits divers” met een petitie. Dit keer gaat het om de gymnasia in Denemarken, die geen financiële steun meer krijgen. Vorig semester waren er petities voor twee archeologische instituten, vier voor klassieke talen, één voor geesteswetenschappen in het algemeen en twee voor musea (overzicht). Soms hielpen die petities, dus tekenen is geen vergeefse moeite. U vindt de Deense petitie daar.

Ter zake nu.

Lees verder “Faits divers (24)”

Het Colosseum (4): executies

Een van de executies in een amfitheater (Museum van El-Djem)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Ik vertelde in het vorige blogje dat een dag in het Colosseum begon met jachtpartijen, vervolgde met executies en eindigde met gladiatoren. In dat vorige blogje beschreef ik de jacht. Hadden de dieren elkaar of de jagers de dieren afgemaakt, dan waren dus de misdadigers aan de beurt. Wellicht is dit het moment om even een trigger warning af te geven, want wat nu gaat volgen, is onprettige lectuur.

De eerste executies ad bestias, door beesten, vonden volgens Valerius Maximus plaats in 146 en 168 v.Chr.:

Nadat hij het Karthaagse Rijk te gronde had gericht, wierp Publius Cornelius Scipio Aemilianus deserteurs van niet-Romeinse afkomst voor de wilde beesten tijdens spelen die hij aanbood aan het volk, en toen Lucius Aemilius Paullus koning Perseus van Macedonië had overwonnen, legde hij mensen met dezelfde afkomst en schuld voor de olifanten om te worden vertrapt.noot Valerius Maximus, Gedenkenswaardige daden en uitspraken 2.7.13-14.

Lees verder “Het Colosseum (4): executies”

Een olifant genaamd Hans

Hans (Muséum d’histoire naturelle, Bourges)

Het leukste van het bezoek aan een ‘nieuwe’ stad is een kaart maken met het plaatselijk belang, dan de boekwinkels, de tweedehands boekwinkels en de musea. Dat levert altijd verrassingen  op. Zo waren wij laatst in Bourges, en wat een leuke stad is dat. In de eerste plaats natuurlijk de kathedraal die op elke kaart hoort te staan met de bovenaards mooie ramen.

Maar dan. Als je er op een dag bent dat alleen het stadspaleis van Jacques Coeur open is, en de rest dicht, dan ga je na dat bezoek naar het Muséum d’histoire naturelle. Het museum ligt op een moeilijk te vinden locatie in een buitenwijk. In eerste aanblik is het vooral educatief gericht, met een rez-de-chaussée-rondleiding door het menselijk lichaam. Op de eerste verdieping wordt de inrichting van het museum leuker met paleontologie, mineralogie, met verwijzing naar de negentiende-eeuwer Georges Cuvier, en de twintigste-eeuwer Gabriel Fouchier, die een dubbelfunctie had als én ‘monseigneur’, religieuze functionaris, in Bourges, én wetenschappelijk directeur van het museum. Deze functies beten elkaar niet in zijn persoon. Integendeel, zijn persoonlijke collecties kwamen in het museum terecht en hij had een belangrijke rol in het uitbreiden van de collectie. Hij werd tenslotte in dankbaarheid ook naamgever van het museum.

Lees verder “Een olifant genaamd Hans”

Het ontstaan van het Maurya-rijk

Kopie van een kapiteel uit een paleis uit het Maurya-rijk (Museum van Lahore)

Eerst maar even wat u al weet: tussen eind 327 en eind 325 v.Chr. trok Alexander de Grote door de Indusvallei, zeg maar het huidige Pakistan. Ik heb eerder over die genocidale campagne geschreven en beperk me nu tot de constatering dat hij, na zijn overwinning op de Indische radja Poros, oprukte tot aan de oostelijke grens van de Punjab. Daarvandaan wilde hij oprukken naar het koninkrijk Magadha in de vallei van de Ganges, maar zijn soldaten weigerden verder te gaan en dwongen Alexander terug te keren.

Alexander heeft dus nooit India veroverd en is maar marginaal in het huidige India geweest. Hij is alleen door Pakistan getrokken. Van verovering was geen sprake; al voor zijn dood in 323 v.Chr. hadden de Macedoniërs posities moeten opgeven. Zoals u in een moment zult zien, was de Europese aanwezigheid in het Indusland al snel voorgoed voorbij.

Lees verder “Het ontstaan van het Maurya-rijk”

Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Lees verder “Paleoproteomics”

Het einde van de slag bij Thapsus

Sinds de slag bij Thapsus had V Alausae een olifant op zijn munten (Teylers Museum, Haarlem)

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, begon de slag bij Thapsus niet werkelijk zoals Julius Caesar het had gepland, maar dreven de mannen die op zijn rechtervleugel stonden, hun tegenstanders terug. Op de andere vleugel had Scipio enig succes, maar de soldaten van het Vijfde Legioen Alaudae die hier stonden, bestookten de olifanten met hun speren en dreven ze terug. Vanaf toen had dit legioen een olifant als embleem. Zie boven.

Ook hier, op Scipio’s rechtervleugel, zetten zijn manschappen het dus op een lopen toen de olifanten zich tegen hen keerden.

Lees verder “Het einde van de slag bij Thapsus”

Het begin van de slag bij Thapsus

Slagveld van Thapsus

Als ik u zeg dat het 6 april was in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, en als ik dat omreken naar 7 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na het blogje van eergisteren weet u dat het de dag was van de slag bij Thapsus.

Begin van de slag bij Thapsus

Die begon toen Metellus Scipio begon met de aanleg van een versterking over de westelijke toegangsweg naar Thapsus. Dit was precies wat Caesar had gehoopt. Scipio’s mannen zouden deels aan het bouwen zijn en deels de wacht houden. Hun aandacht was verdeeld. Snel stelde hij zijn mannen op en riep ze wat toe:

Hijzelf maakte te voet haastig een ronde langs zijn soldaten, herinnerde zijn veteranen aan hun moedige daden in vroegere gevechten en wekte met zijn complimenten hun strijdlust op. De rekruten daarentegen, die nog nooit in een slag hadden gevochten, spoorde hij aan in moed te wedijveren met de veteranen, en ernaar te streven om door het behalen van de overwinning dezelfde faam, status en reputatie te verwerven als zij. (Afrikaanse Oorlog 81; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Het begin van de slag bij Thapsus”