Olifanten en olifanten

Deze foto van een op Sicilië geslagen Karthaagse munt is niet helemaal scherp, maar dit is duidelijk een savanne-olifant.

In zijn beschrijving van de slag bij Rafia (217 v.Chr.) vertelt de Griekse historicus Polybios dat de Indische olifanten uit het Seleukidische leger effectiever zouden zijn geweest dan de krijgsolifanten in het Ptolemaïsche leger, omdat die kleiner waren. Dat is een wat vreemde constatering, aangezien de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) groter is dan de Indische (Elephas maximus indicus). Al sinds de jaren vijftig lossen oudhistorici deze kwestie op met de aanname dat de Ptolemaiën gebruik maakten van de Afrikaanse bos-olifant (Loxodonta cyclotis), die inderdaad kleiner is.

Dan moet de bos-olifant natuurlijk wel bereikbaar zijn geweest voor de Ptolemaiën. De aanname was dat dit beest, dat tegenwoordig vooral leeft in het tropisch regenwoud van bijvoorbeeld Kameroen, destijds ook voorkwam in Eritrea en Soedan, waar de Ptolemaiën hun olifanten vandaan haalden. Deze aanname valt nu te testen door naar het mitochondriaal DNA te kijken.

Als er in Eritrea bos-olifanten hebben gewoond, zouden we verwachten dat er in het DNA van de daar tegenwoordig wonende savanne-olifanten ook sporen waren van bos-olifanten-DNA. (Dit verschijnsel, admixture, kennen we ook van de Homo sapiens, die in Europa veelal wat neanderthaler-DNA heeft.) Aangezien deze voorspelde sporen ontbreken, is de conclusie onontkoombaar dat de bos-olifant nooit in Eritrea heeft gewoond en dat de Ptolemaïsche koningen dus savanne-olifanten inzetten.

Maar die zijn dus groter dan Indische olifanten. De conclusie is onvermijdelijk dat Polybios zich heeft vergist. De meest plausibele verklaring is dat hij op het verkeerde been is gezet door het gangbare Griekse vooroordeel dat alles in India groter was.

Er was nog een plaats waar olifanten graasden: Noord-Afrika. Dit zal voor de Karthagers een belangrijke plek zijn geweest om olifanten te bemachtigen. Op de Wikipedia wordt driftig gespeculeerd dat daar een uit de Fayyum bekende, uitgestorven soort bosolifant (Loxodonta africana pharaohensis) zou hebben gewoond, maar dat krijgt van biologen weinig steun. De vegetatie van het Atlasgebergte, met zijn open bossen, is er ongeschikt voor. Die lijkt namelijk minder op het tropische regenwoud dan op de savanne. Dat suggereert dat hier savanne-olifanten hebben geleefd.

Dat de Karthagers dit dier kenden, blijkt ook uit de Punische munten, geslagen in Akragas en Iberië, waarop de olifanten altijd staan afgebeeld met naar voren gepunte slagtanden en ietwat hoekige oren – heel anders dan de bosolifant, wiens slagtanden naar de grond zijn gericht en die ronde oren heeft. Numidische munten bevestigen dit.

Maakt dit alles veel uit? Nou, ja, eigenlijk. Anders dan de kleinere bos-olifanten konden savanne-olifanten worden uitgerust met houten torens van waaruit krijgers met speren neerwaarts konden steken. Het impliceert een totaal andere tactiek tijdens een veldslag.

Literatuur

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

11 gedachtes over “Olifanten en olifanten

  1. Frans

    Het dorre Eritrea lijkt me ook niet bepaald de plek voor bosolifanten. Daar zou je eerder woestijnolifanten zoals in Namibië en die hebben langere poten vanwege de langere afstanden die ze moeten afleggen en zijn dus juist groter.

      1. Dat is nu net het misverstand dat Michael Charles probeert door te prikken. We nemen het aan omdat Polybios dat insinueert en nemen vervolgens aan dat die kleinere olifanten rondliepen in Eritrea en Marokko, maar de vegetatie suggereert toch anders.

  2. Rudmer koopal

    Er is ook nog de Syrische Olifant (Elephas maximus asurus). Dit is een grote Aziatische Olifant zo’n 100 jaar voor onze jaartelling waarschijnlijk uitgestorven, misschien dat dat Polybios die op het oog had. Daarnaast ben ik benieuwd of Charles aandacht heeft besteed aan het fokken van olifanten, want dan kun je selecteren op formaat.

  3. Waarom zouden Noord-Afrikaanse olifanten niet kleiner geweest kunnen zijn dan de Zuidelijker varianten die er nu nog zijn?

    Een Italiaanse bruine beer is ook veel kleiner dan één uit Kamtsjatka of Alaska, toch behoren ze tot dezelfde soort.

    Of vergelijk Friezen (inclusief Hollanders) eens met Welshmen. Ik kon daar tenminste nooit rechtop staan in een kroeg.

    1. Robbert

      Inderdaad, waarom niet.
      De Namibische ondersoort “woestijnolifant”, die al genoemd werd en die ik toevallig gezien heb, is “wat lichter van kleur en kleiner van stuk dan zijn savanne-soortgenoten. Hun poten, waarmee ze de rotsachtige gebieden kunnen beklimmen, zijn steviger. Hun voeten, aangepast aan het rulle woestijnzand, zijn breder”.
      Dus een ondersoort of variatie van bos- of savanne-olifanten die zich op dergelijke wijze aan het leven benoorden de Sahara hadden aangepast is goed denkbaar. En die zouden binnen bereik van de Carthagers of de stammen rondom de Atlasgebergten gevangen kunnen zijn.

  4. Raymond Haselager

    Het is wel erg kort door de bocht te veronderstellen dat er DNA van de hypothetische bosolifant in Eritrea bewaard zou moeten zijn in de huidige savanne olifanten die daar nu leven. Dan moeten ze wel tegelijk daar geleefd hebben. En heel vaak sterft er ergens een diersoort uit en pas enige tijd later vindt er een herbevolking plaats vanuit een andere populatie.

    Bovendien moeten er voor vermenging van twee soorten vruchtbare nakomelingen voortgebracht kunnen worden. Dit is niet altijd het geval, bv als het mannetje veel groter is dan een wijfje dan kan de foetus wel eens te groot worden voor de moeder. Dit is de rede dat muildieren makkelijker te fokken zijn dan muilezels. En natuurlijk moet er succesvol gepaard kunnen worden.

    Men moet ook altijd erg voorzichtig zijn met het gebruik van analogieën, zoals hier de verwijzing naar het vermengen van Neanderthalers en moderne mensen.

  5. Charles van den Broek

    Dat een groter iets effectiever zou zijn dan een kleinere variant, is een vaak gemaakte denkfout. De kleinere is nl wendbaarder en vaak flexibeler. Denk bv ter vergelijking (en ja, ik weet dat het volgens de puristen eigenlijk niet mag, maar ik maak de vergelijking toch) aan de kleinere Russische tanks (met name de T34) in vergelijking met de grote Duitse tanks tijdens WO2.
    Door kleiner te bouwen, heb je er bovendien ook méér. Niet de kracht van het individu, maar van de “zwerm”, dus.

    Kleine zaken ( of dat nu olifanten of tanks betreft) zijn daarnaast ook beter te bevoorraden; een kleinere olifant heeft minder voedsel nodig- misschien waren die grote olifanten van de Ptolemaeen wel ondervoed.

    Overigens is dat onderzoek van mitochondriale DNA helemaal niet zo’n nieuwe vondst, dat kan al jaren….

    1. Raymond Haselager

      Mitochondriaal DNA wordt overigens alleen in de vrouwelijke lijn doorgegeven. Je kijkt dus naar de herkomst van de moeders. Dat is best beperkt.

  6. Ben Spaans

    Is het niet zo dat Afrikaanse olifanten te wild zijn om temmen, i.t.t. Indische (Aziatische) olifanten?

Reacties zijn gesloten.