Een van de lezers van deze blog, Bart Strörmann, stuurde me eind vorige maand een door artificiële intelligentie gegenereerd lijstje van tien belangrijke gebeurtenissen uit de Oudheid en vroeg mijn commentaar daarop. “Wat een leuke vraag!”, dacht ik, “daar zit een tof blogje in”. En vervolgens raakte ik dat lijstje kwijt. Sorry Bart. Ik heb Claude gevraagd een nieuw en iets langer lijstje te genereren.
Goedemorgen! Zou u een lijst kunnen geven van de vijftien belangrijkste gebeurtenissen uit de Oudheid?
Wie vanuit Lleida terug naar Nederland wil reizen, zoals ik vorige week deed, zal vaak met de trein naar Barcelona gaan en op station Sants overstappen op ander vervoer. Ik was supervroeg in de hoofdstad van Catalonië, waar ik een dag moest stukslaan maar eigenlijk niks te zoeken had. Ik was gekomen voor Lleida en had Zaragoza gehad als bonus, maar Barcelona leek me een stad waar je een week voor moet uittrekken, liefst als het rustig is. Om heel veel toeristen te zien, hoef ik Amsterdam niet te verlaten. Ik was op Barcelona niet voorbereid.
Etnografie
Van de nood een deugd makend, wandelde ik naar het Museum voor Etnografie en Wereldculturen, waar ik de enige bezoeker was. En hoewel ik daarover niet zal klagen, trof de serene rust me als vreemd, want het is een schitterend museum dat ieders belangstelling zou kunnen hebben. De collectie heeft vier zwaartepunten: westelijk Afrika in de negentiende en twintigste eeuw, Oceanië, precolumbiaans Latijns Amerika en de religieuze kunst van het Verre Oosten.
[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het negende blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.]
Het is vrijwel zeker dat er geen invloeden van het confucianisme zijn op de Grieks-Romeinse filosofie en vice versa. Desondanks zijn er veel parallellen. Een belangrijk verschil is echter dat de Grieks/Romeinse denkers die we zullen noemen, afgezien van Sokrates, systeemdenkers waren: ze hadden één omvattende filosofie die metafysica, psychologie en ethiek behandelde. De oorspronkelijke filosofie van Confucius omvat eigenlijk alleen ethiek.
Confucius en Sokrates
De vergelijking met Sokrates zien we in commentaren regelmatig terugkomen. Confucius en Sokrates zijn bijna-tijdgenoten: de Griek werd (vermoedelijk) tien jaar na de dood van de Chinees geboren. Zowel Sokrates als Confucius doceerden hun filosofie mondeling, via gesprekken, en we kennen ze beiden alleen doordat anderen over hen schreven. Van beiden weten we wel dat ze historische figuren zijn geweest.
[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]
Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?
[De komende tijd zal Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het eerste deel van de inleiding.]
Waar is de filosofie ontstaan?
Het woord “filosoof” komt uit het Grieks en betekent “liefhebber van de wijsheid”. De term is waarschijnlijk gemunt door Pythagoras. Naar verluidt gebruikte hij het woord uit bescheidenheid, omdat hij zichzelf geen “wijze” wilde noemen.
[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]
Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.
Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.
Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.
Pelgrim en boekenzoeker
Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.
Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.
De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.
In het vorige blogje vertelde ik, kort door de bocht, waarom de oudheidkunde zich nogal eens beperkt tot het Middellandse Zee-gebied, met op z’n best de Bronstijd van Voor-Azië en Egypte erbij. Ik legde uit dat het historisch zo is gegroeid omdat men de vraag stelde waar “onze” cultuur vandaan kwam. Dat Japan en Precolumbiaans Amerika in dit antwoord werden genegeerd, lag voor de hand. Ik legde ook uit dat wat historisch is gegroeid, daarmee niet is gerechtvaardigd. Het antwoord is immers niet wetenschappelijk te onderbouwen: West-Europeanen zijn, om zo te zeggen, breder geworteld dan in Griekenland en Rome.
Maatschappijtypen
De vraag naar het ontstaan van de eigen cultuur is vanzelfsprekend legitiem, maar we gaan er inmiddels anders mee om dan vroeger. Toen keken we hoe culturen van oud tot recent groeiden. Geschiedenis was ontstaansgeschiedenis. Je kunt echter ook kijken naar wat een gegeven maatschappij op een gegeven moment in potentie zou kunnen – denk aan het technologisch peil, handelsnetwerken, scholing… – en naar wat ze feitelijk doet. Geschiedenis is dan geen ontstaansgeschiedenis maar gaat over functioneren. Deze benadering impliceert dat je de bestudering van het verleden niet inricht naar ruimtelijk begrensde culturen als “Grieks”, “Egyptisch”, “Indisch” of “Chinees”, maar naar maatschappijtypen.
Een oudheidkundige analyse waar India, China en Japan deel van uitmaken (meer)
Een leuke, problematische en terechte vraag, afgelopen donderdag bij de mail:
Waarom beperkt de oudheidkunde zich tot het gebied rond de Oriënt en Middellandse Zee en niet bijvoorbeeld India, China en Japan waar ook al heel lang geschreven geschiedenis bestaat?
Terechte vraag
Dat de vraag leuk is, spreekt vanzelf. Waarom ’ie terecht is, vertel ik zo meteen. Het problematische is de aanname dat oudheidkunde beperkt zou zijn tot Oriënt en Middellandse Zee. Dat is echter niet het geval. Neem de definitie van “Antiquity” op de Wikipedia:
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.