De Thraciërs (2)

De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)

[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Sociale stratificatie

De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.

Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.

Lees verder “De Thraciërs (2)”

De Indus

De Indus en de Aornos (links achter)

Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.

De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.

Lees verder “De Indus”

Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Lees verder “Het leger van Caesar”

Armbanden uit Dacië

Gouden armband uit Sarmizegetusa Regia (Nationaal Historisch Museum, Boekarest)

In het Drents Museum in Assen is momenteel een mooie expositie over het koninkrijk Dacië, zeg maar het antieke Roemenië. In de eerste eeuw voor en na het begin van onze jaartelling lag daar een sterk koninkrijk, dat het zo nu en dan de Romeinen in het zuiden en westen behoorlijk lastig kon maken. Soms kocht Rome de Daciërs dan ook maar af: het was goedkoper dan oorlog. Eén van de verklaringen voor de betrekkelijke sterkte  van Dacië was de aanwezigheid van goudaders, die de koningen in staat stelde op elk moment extra soldaten aan te trekken.

De elite van Dacië

Dat goud, dat toonden de koningen van Dacië dan ook maar wat graag. Het was hét symbool van hun macht. In hun hoofdstad Sarmizegetusa Regia zijn in onder andere 1996 en 2003 fikse schatten opgegraven, bestaand uit imitaties van Romeinse goudstukken. Maar het klapstuk is de verzameling spiraalvormige gouden armbanden, waarvan er hierboven een is te zien. Vandalen hebben er vierentwintig gevonden die door de Roemeense autoriteiten zijn teruggevorderd. De helft daarvan is in de collectie van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. En een paar daarvan liggen momenteel in Assen. Ze dateren uit de tweede helft van de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Armbanden uit Dacië”

Alexander de Grote op de Balkan

Het Balkangebergte, niet ver van waar Alexander de Grote de bergen overstak.

Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van het oude Griekenland, focust al snel op Athene, waar de meeste bronnen vandaan komen, en op de stadstaten waarmee Athene in de klassieke tijd het meest te maken had: Sparta, Korinthe, Thebe, en in mindere mate ook Milete, Syracuse en Kyrene. Je zou haast over het hoofd zien hoe belangrijk de contacten waren met het noordelijk deel van het Egeïsche Zee-gebied. In het noordwesten lag Macedonië, in het noordoosten woonden de Thraciërs. De halve geschiedenis van het klassieke Athene draait om het beheer van Amfipolis, op de grens van de twee gebieden, waar het scheepshout vandaan kwam.

Goud

Het zuidoosten van het Balkanschiereiland had echter meer te bieden. Wie nu in het Drents Museum gaat kijken naar de expositie over Dacië, ziet het vele goud. Er waren ook goudaders in het huidige Bulgarije, terwijl de bewoners van Amfipolis ook al wisten waar het edelmetaal vandaan moesten halen.

Lees verder “Alexander de Grote op de Balkan”

Dacië in Assen

Portretkop uit Petetu

Ergens rond 5000 v.Chr, ontdekten de mensen van de zogeheten Gumelnița-cultuur, in het zuidoosten van het huidige Roemenië, hoe ze koper moesten bewerken. In de volgende eeuwen leerde men op de Balken ook hoe men goud smeden kon. De oudste gouden sieraden dateren, voor zover ik weet, van rond 4600 v.Chr. en komen uit de omgeving van het huidige Varna in Noordoost-Bulgarije. Dit is de tijd van de laatneolithische culturen, waaraan het Luikse Musée Grand Curtius in 2019 een heel mooie expositie wijdde. Varna kon u kort daarvoor leren kennen bij de tentoonstelling “Het oudste goud van de wereld” in Dordrecht.

Het gulden vlies

Het is geen toeval dat het edelsmeden is ontstaan aan de oostkant van het Balkanschiereiland, want er waren hier diverse metaaladers, zodat sommige rivieren rijk aan goudpoeder waren. Zoiets viel te winnen door rivierklei op een vacht neer te leggen en uit te spoelen, waardoor klompjes en poeder op de vacht bleven kleven. Wellicht is deze methode de achtergrond van de Griekse sage over het Gulden Vlies. In elk geval: al heel vroeg was er goudwinning op het oostelijke Balkanschiereiland.

Lees verder “Dacië in Assen”

Oost en West

Het missorium van Theodosius, met naast hem Valentinianus II en Arcadius: drie keizers in oost en west (Archeologisch Museum, Mérida)

Het zestiende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek zou beter in tweeën gesplitst kunnen worden.noot Net als het voorgaande, dat beter verdeeld kan worden in een hoofdstuk over het politieke systeem van de Vroege Keizertijd en een hoofdstuk over sociale, economische en religieuze aspecten. De eerste helft van hoofdstuk zestien zou dan kunnen gaan over de Crisis van de Derde Eeuw tot en met Constantijn, en de tweede helft zou dan de Late Oudheid behandelen.

Periodisering

Een eerste punt is hier dat van de periodisering. De geleerden van de Renaissance introduceerden een drieslag: eerst was er de Oudheid (goed), toen waren er de Middeleeuwen (niet goed) en tot slot was er de Nieuwe Tijd, waarin men aansluiting zocht bij de Oudheid. Die verdeling is sindsdien grotendeels gehandhaafd, maar is uiteraard problematisch. Elke begrenzing schept grensgevallen. De laatste tijd leggen historici vooral de nadruk op de continuïteit van Constantijn tot Karel de Grote en schuiven ze de late Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen ineen tot een nieuw tijdvak, de Late Oudheid. Daarna beginnen de Arabische en Latijnse bronnen even rijk te stromen als de Griekse en is er definitief een einde gekomen aan de Oudheid, die we definiëren als de tijd waarin we naast de archeologie wel bronnen hebben maar onvoldoende voor echte geschiedschrijving.

Lees verder “Oost en West”

De schat van Chimtou

De schat van Chimtou (Bardomuseum, Tunis)

Eerder deze maand was ik in Tunesië en ik had de gelegenheid het onlangs heropende Bardomuseum te bezoeken. Het is een negentiende-eeuws paleis van de Bey van Tunis, dus je wandelt voortdurend door allerlei kamers en gangen en passeert zalen en hofjes. Een labyrint.

De schat van Chimtou

Tijdens de sluiting is een van de zalen ingericht voor de schat van Chimtou, het antieke Simitthus. En ja, dit is echt een schat, in de meest letterlijke zin des woords: het gaat om 1648 goudstukken die in één keer zijn begraven. Deze munten, zogeheten solidi, waren geen betaalmiddelen maar dienden om kapitaal te verplaatsen: het gaat dus om een gigantisch bedrag. 1648 goudstukken vormden het jaarinkomen van een niet al te rijke senator. Je kon er 330 soldaten of 180 ruiters een jaar mee betalen. Je kon er ook 1000 slaven voor kopen.

Lees verder “De schat van Chimtou”

Vier koningen (of magiërs)

De magiërs uit het oosten (Catacomben van Domitilla, Rome)

Ik weet het, het feest op 6 januari heet eigenlijk drie koningen. Of Epifanie, dat is de officiële naam. En het waren natuurlijk geen koningen die daar in Betlehem op visite kwamen. Matteüs schrijft:

Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. (2.1; NBV21)

Magiërs dus. Geen koningen of wijzen. Magiërs zijn Perzische offerspecialisten die onder meer een rol speelden bij de verwelkoming van een vorst. Zo’n verschijning kon een epifanie heten en daarom heet het feest ook zo. Het zijn geen astrologen. Dat ze een ster zouden hebben gevolgd, komt als een verrassing.

Lees verder “Vier koningen (of magiërs)”

Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”